Overzichtspagina methode

Methodes vergelijken

Selecteer minstens twee methodes via 'Voeg toe aan vergelijking'

Nu vergelijken

De Geo voor de tweede fase, vierde editie

Bulthuis, J.

ThiemeMeulenhoff Voortgezet Onderwijs

2012-2013

Overzicht

Type

methode

Doelgroep(en)

H 4-5
V 4-6

Vak(ken)

aardrijkskunde

Links

Methodesite

Uitgever / Besteladres

ThiemeMeulenhoff Voortgezet Onderwijs
Postbus 400
3800 AK AMERSFOORT
http://www.thiememeulenhoff.nl
vo@thiememeulenhoff.nl
088 – 800 2015



Samenvatting

Herziene editie aardrijkskunde voor de tweede fase met één boek per examenonderwerp. Per onderwerp werken leerlingen toe naar meer zelfstandigheid. De methode kent een regionale benaderingswijze, waarbij de lesstof aan de hand van voorbeeldregio's wordt behandeld. De geleerde vaardigheden worden vervolgens toegepast in andere regio's. De havo-editie biedt veel structuur, de vwo-editie biedt extra ruimte voor zelfstandigheid.
De vierde editie kent twee pakketvarianten: een variant met studieboeken en werkboeken, met veel aandacht voor het bewerken van kaarten, grafieken en tabellen en een variant met leeropdrachtenboeken: dezelfde inhoud, maar dan compact verwerkt in één boek.
De startlicentie voor leerlingen geeft toegang tot een oefenmodule, een overzicht met oefenresultaten, studiehulp, video & animatie, w-nummers en actueel lesmateriaal. De extralicentie geeft toegang tot de onderdelen van de startpagina aangevuld met alle digitale studieboeken. De totaallicentie geeft toegang tot de onderdelen van de extralicentie aangevuld met alle leeropdrachtenboeken.
Het docentenmateriaal is volledig digitaal. De startlicentie voor docenten geeft toegang tot handleidingen met omnummertabel Bosatlas, examenprogramma, studiewijzer, antwoorden, actueel en extra lesmateriaal en lessuggesties. De totaallicentie geeft toegang tot de onderdelen van de startlicentie aangevuld met Bronnenbak en PowerPoints, video & animatie, toetsen, oefenmodule en overzichten.
Voor het digitale schoolbord is er de lesapplicatie Digibordbij. Door bronnen en iconen te verwijderen, te veranderen of toe te voegen kunnen zelf lessen worden samengesteld.
Alle genoemde licenties zijn één jaar geldig.

Bekijken

Onderdelen

TitelDoelgroepenJaarPrijsISBN
havo
Studieboek havo Arm en rijkMeer informatieH 4-5201226,50978-90-06-43580-1
Werkboek havo Arm en rijkMeer informatieH 4-5201213,40978-90-06-43581-8
Leeropdrachtenboek havo Arm en rijkMeer informatieH 4-5201233,50978-90-06-43582-5
Studieboek havo Overleven in EuropaMeer informatieH 4-5201226,50978-90-06-43588-7
Werkboek havo Overleven in EuropaMeer informatieH 4-5201213,40978-90-06-43589-4
Leeropdrachtenboek havo Overleven EuropaMeer informatieH 4-5201333,50978-90-06-43590-0
Studieboek havo Systeem aardeMeer informatieH 4-5201226,50978-90-06-43596-2
Werkboek havo Systeem aardeMeer informatieH 4-5201213,40978-90-06-43597-9
Leeropdrachtenboek havo Systeem aardeMeer informatieH 4-5201333,50978-90-06-43598-6
Studieboek havo Indonesie actueelMeer informatieH 4-5201226,50978-90-06-43604-4
Werkboek havo Indonesie actueelMeer informatieH 4-5201213,40978-90-06-43605-1
Leeropdrachtenboek havo Indonesie actueelMeer informatieH 4-5201233,50978-90-06-43606-8
Studieboek havo Wonen in NederlandMeer informatieH 4-5201226,50978-90-06-43612-9
Werkboek havo Wonen in NederlandMeer informatieH 4-5201213,40978-90-06-43613-6
Leeropdrachtenboek havo Wonen in NederlandMeer informatieH 4-5201233,50978-90-06-43614-3
Startlicentie leerling 4 havoMeer informatieH 420126,50978-90-06-43748-5
Startlicentie leerling 5 havoMeer informatieH 520126,50978-90-06-43748-5
Extralicentie leerling 4 havoMeer informatieH 4201229,20978-90-06-43749-2
Extralicentie leerling 5 havoMeer informatieH 5201229,20978-90-06-43749-2
Totaallicentie leerling 4 havoMeer informatieH 4201235,20978-90-06-43750-8
Totaallicentie leerling 5 havoMeer informatieH 5201235,20978-90-06-43750-8
vwo
Studieboek vwo GloballiseringMeer informatieV 4-6201226,50978-90-06-43620-4
Werkboek vwo GlobaliseringMeer informatieV 4-6201214,50978-90-06-43621-1
Leeropdrachtenboek vwo GlobaliseringMeer informatieV 4-6201233,50978-90-06-43622-8
Studieboek vwo Arm en rijkMeer informatieV 4-6201226,50978-90-06-43628-0
Werkboek vwo Arm en rijkMeer informatieV 4-6201214,50978-90-06-43629-7
Leeropdrachtenboek vwo Arm en rijkMeer informatieV 4-6201233,50978-90-06-43630-3
Studieboek vwo Systeem aardeMeer informatieV 4-6201226,50978-90-06-43636-5
Werkboek vwo Systeem aardeMeer informatieV 4-6201214,50978-90-06-43637-2
Leeropdrachtenboek vwo Systeem aardeMeer informatieV 4-6201233,50978-90-06-43638-9
Studieboek vwo KlimaatvraagstukkenMeer informatieV 4-6201226,50978-90-06-43644-0
Werkboek vwo KlimaatvraagstukkenMeer informatieV 4-6201214,50978-90-06-43645-7
Leeropdrachtenboek vwo KlimaatvraagstukkenMeer informatieV 4-6201233,50978-90-06-43646-4
Studieboek vwo ZO-Azie in beeldMeer informatieV 4-6201226,50978-90-06-43652-5
Werkboek vwo ZO-Azie in beeldMeer informatieV 4-6201214,50978-90-06-43653-2
Leeropdrachtenboek vwo ZO-Azie in beeldMeer informatieV 4-6201233,50978-90-06-43654-9
Studieboek vwo ZO-Azie actueelMeer informatieV 4-6201226,50978-90-06-43660-0
Werkboek vwo ZO-Azie actueelMeer informatieV 4-6201214,50978-90-06-43661-7
Leeropdrachtenboek vwo ZO-Azie actueelMeer informatieV 4-6201233,50978-90-06-43662-4
Studieboek vwo Wonen in NederlandMeer informatieV 4-6201226,50978-90-06-43668-6
Werkboek vwo Wonen in NederlandMeer informatieV 4-6201214,50978-90-06-43669-3
Leeropdrachtenboek vwo Wonen in NederlandMeer informatieV 4-6201233,50978-90-06-43670-9
Startlicentie leerling 4 vwoMeer informatieV 420126,50978-90-06-43751-5
Startlicentie leerling 5 vwoMeer informatieV 520126,50978-90-06-43751-5
Startlicentie leerling 6 vwoMeer informatieV 620126,50978-90-06-43751-5
Extralicentie leerling 4 vwoMeer informatieV 4201229,20978-90-06-43752-2
Extralicentie leerling 5 vwoMeer informatieV 5201229,20978-90-06-43752-2
Extralicentie leerling 6 vwoMeer informatieV 6201229,20978-90-06-43752-2
Totaallicentie leerling 4 vwoMeer informatieV 4201235,20978-90-06-43753-9
Totaallicentie leerling 5 vwoMeer informatieV 5201235,20978-90-06-43753-9
Totaallicentie leerling 6 vwoMeer informatieV 6201235,20978-90-06-43753-9
Docenten totaallicentie havo/vwoMeer informatieH 4-5 V 4-620120,00978-90-06-43754-6
Docenten totaallicentie havo/vwoMeer informatieH 4-5 V 4-6201235,80978-90-06-43755-3
Beschrijving

Beschrijving: De Geo, tweede fase





Samenvatting

Terug naar boven ↑

De Geo tweede fase, heeft edities voor havo en vwo. In de vierde editie zijn de dubbelingen in de afzonderlijke katernen evenals de onderlinge verwijzingen tussen katernen verwijderd; het gaat om (geheel) losstaande katernen.
Er zijn twee varianten: studieboeken en werkboeken of (gecombineerde) leeropdrachtenboeken. De titels van de katernen refereren aan de (sub)domeinen van het examenprogramma: voor havo gaat het om vijf thema’s; voor vwo om zeven thema’s. De docent kan zelf bepalen in welke volgorde de katernen aan de orde komen in de leerjaren van de tweede fase. In de docentenhandleiding worden drie varianten beschreven voor de volgorde van behandeling.
Via de website http://www.degeo-online.nl is al het materiaal digitaal beschikbaar. Er bestaan verschillende soorten licenties voor leerlingen en voor docenten. Het docentenmateriaal (handleidingen, enz.) is alleen in digitale vorm via een docentenlicentie beschikbaar. De geo-online bevat extra materiaal, zoals diverse toetsen, video/animatiemateriaal, extra oefenmateriaal en studiehulp voor leerlingen.
Voor docenten zijn er onder meer PowerPoint presentaties, actueel en extra lesmateriaal, lessuggesties en tips per hoofdstuk. Voortgangsgegevens van leerlingen kunnen worden bijgehouden.
Karakteristiek voor De Geo is de meer regionale invulling. In De Geo zijn de fysisch- en sociaalgeografische onderwerpen duidelijk herkenbaar. De leerling wordt getraind in ‘het toepassen van algemene kennis in (gebied)specifieke situaties.’ De methode schenkt de nodige aandacht aan de uitleg van lastige begrippen en bevat een uitgebreid overzicht van (aardrijkskundige) vaardigheden en werkwijzen.
De hoofdstukken kennen een duidelijke en herkenbare structuur. Een hoofdstuk start vanuit het werkboek (of opdrachtengedeelte van het leeropdrachtenboek) met een instaptoets, met vervolgens de hoofdvraag en deelvragen van het betreffende hoofdstuk. Opdrachten zijn herkenbaar verdeeld in kennisvragen, inzichtvragen, vragen over vaardigheden en werkwijzen. Daarnaast zijn er verdiepingsvragen, atlasopdrachten en online-opdrachten.
De leerteksten (theorie) zijn herkenbaar onderverdeeld (hoofdzaak; een onderverdeling van de hoofdzaak of opsomming; bijzaak).
De Geo bevat uitgebreid toetsmateriaal; vrijwel alle toetsen zijn in digitale vorm. Het gaat bij elk hoofdstuk om een instaptoets, begrippenoefentoetsen, een proeftoets (in het werkboek of leeropdrachtenboek) en daarnaast een proeftoets online. Daarnaast is er per katern een proefexamen en kunnende leerlingen extra examenoefenopgaven  maken. De Geokrant en de Geogids bieden de aardrijkskundedocent extra en actueel materiaal en actuele lesbrieven.

 



Samenstelling

Terug naar boven ↑

De Geo, aardrijkskunde voor de tweede fase, heeft edities voor havo en vwo. Er zijn twee varianten: studieboeken en werkboeken of (gecombineerde) leeropdrachtenboeken. Voor de volgende onderwerpen/titels is er telkens sprake van een studieboek, werkboek en leeropdrachtenboek:

  • Havo: Arm en rijk; (Over)leven in Europa; Systeem aarde; Indonesië actueel; Wonen in Nederland.
  • Vwo: Globalisering; Arm en rijk; Systeem aarde; Klimaatvraagstukken; ZO- Azië in beeld; ZO-Azië actueel; Wonen in Nederland.

De werkboeken zijn verbruiksboeken.
Daarnaast zijn er verschillende licenties voor de leerlingen: een startlicentie, een extralicentie en een totaallicentie. De startlicentie bestaat uit: een studiehulp (met begrippen, vaardigheden en naslag met omnummertabel Bosatlas), actueel lesmateriaal (webopdrachten), video-/animatiemateriaal, zogenaamde W-nummers, oefenmodules (met afzonderlijke toetsen) en een overzicht met oefenresultaten (voortgang leerling). De extralicentie bevat tevens de studieboeken in digitale vorm.
De totaallicentie omvat de extralicentie met de leeropdrachtenboeken in digitale vorm. Voor docenten is er een gratis startlicentie en een extralicentie docent. De startlicentie bevat de algemene handleiding, de handleiding per katern en een omnummertabel Bosatlas, het examenprogramma, een voorbeeld-PTA, studiewijzer, antwoorden, actueel lesmateriaal (met lesbrieven De Geokrant en de Geogids), lessuggesties en tips per hoofdstuk, extra lesmateriaal, samenvattingen en een vaardighedenoverzicht. De extralicentie (totaallicentie) bevat tevens een oefenmodule, een overzicht met oefenresultaten (voortgang van leerling en klas), toetsen, digibordmateriaal (PowerPoint samenvattingen en verdiepende PowerPoints),
video-/animatiemateriaal, de digiboeken (studieboeken en leeropdrachtenboeken), de koppeling met de startlicentie leerlingen en alle content voor de leerjaren havo/vwo bovenbouw.
Informatie over de methode De Geo kan men vinden op de website van ThiemeMeulenhoff www.thiememeulenhoff.nl/ Vervolgens: voortgezet onderwijs; aardrijkskunde; De Geo tweede fase, 4e editie.



Vormgeving

Terug naar boven ↑

Zowel de studieboeken als de leeropdrachtenboeken zijn in full colour. De werkboeken zijn in zwart-wit en grijstinten (dat geldt ook voor de pagina’s uit de leeropdrachtenboeken voor zover het de opdrachten betreft). Alle boeken zijn voorzien van een flexibele kaft. De werkboeken zijn verbruiksboeken. De studieboeken en leeropdrachtenboeken zijn rijk geïllustreerd. Ze bevatten een ruime afwisseling van foto’s, kaarten, overzichtsschema’s en diagrammen. De illustraties (de Geo spreekt van figuren) zijn steeds voorzien van een titel en/of korte omschrijving. Ze zijn in principe functioneel van aard: ze vormen een aanvulling op of verduidelijking van de leerstof en/of komen in de opdrachten terug.
De pagina-indeling in de studieboeken en leeropdrachtenboeken is overzichtelijk. Bovenaan elke pagina staat telkens de betreffende hoofdstuktitel (linker pagina) of paragraaftitel (rechter pagina). Met symbolen in de marge van de leerteksten is aangegeven of het gaat om een hoofdzaak (driehoekje), een onderverdeling van een hoofdzaak of opsomming (rondje) of een bijzaak (vierkantje). Belangrijke begrippen in de leerteksten zijn in blauw afgedrukt en staan tevens onderaan op de betreffende pagina vermeld. Deze begrippen komen in een begrippenlijst aan het eind van elk hoofdstuk (deze pagina’s zijn herkenbaar aan een lichtblauwe arcering) terug.
Inleidende tekstjes bij de paragrafen kennen een gekleurde arcering; elk hoofdstuk heeft zijn eigen kleuraanduiding. Op het eind van de studieboeken en de leeropdrachtenboeken staat een overzicht van vaardigheden en werkwijzen. Deze pagina’s hebben een lichtgele/beige arcering. De werkboeken hebben een sobere uitstraling (zwart-wit en grijstinten) met bij een aantal opdrachten een toevoeging van extra tekstkaders, kaartjes, foto’s, tabellen of andere illustraties. Ze worden met een hoofdletter W en een nummering aangeduid. De opdrachten zijn telkens voorzien van de aanduiding K (kennisvraag), I (inzichtvraag) of V (opdrachten over vaardigheden en werkwijzen). Een verdiepingsvraag heeft de aanduiding ‘verdieping’. Atlasopdrachten en ICT-opdrachten zijn afzonderlijk herkenbaar aan een icoontje. Bepaalde tekstblokjes of specifieke opdrachten kennen een grijze arcering. Het betreft de inleiding, hoofdvraag, werkwijze, deelvragen of ‘online extra’ verwijzingen.



Didactische uitgangspunten en doelstellingen

Terug naar boven ↑

De regionale benaderingswijze is karakteristiek voor De Geo. De uitgever geeft in de handleiding aan dat ‘De Geo staat voor stevige aardrijkskunde’; ‘de juiste balans tussen tekst en illustraties’; een ‘grote hoeveelheid opdrachten’ (waaruit te kiezen valt) en ‘veel aandacht voor atlasgebruik en atlasopdrachten'.
Ten opzichte van de vorige editie is gekozen voor een meer regionale invulling en meer concretiseringen, onder meer in de vorm van voorbeelden. Dit met de intentie om de stof levendiger te maken en sneller te laten beklijven bij de leerlingen. De leerling wordt meer ‘getraind in het toepassen van algemene kennis in (gebied)specifieke situaties.’ Verder heeft men meer aandacht geschonken aan de uitleg van lastige begrippen en het overzicht van vaardigheden en werkwijzen. Ook de examentraining is uitgebreid met per domein een proefexamen (vergelijkbaar met het echte examen).
Het ICT-materiaal is uitgebreid en geactualiseerd. In vergelijking met de vorige editie zijn de dubbelingen in de afzonderlijke katernen, evenals de verwijzingen tussen de katernen verwijderd. Er is bewust gekozen voor losstaande katernen. De katernen zijn aldus de uitgever iets omvangrijker geworden. De reden ligt onder meer in de verbeterde structuur van de hoofdstukken (met een extra hoofdstukopening, begrippenlijst, oefentoets), de toevoeging van enkele grotere illustraties en voorbeelden in regionale contexten en de extra oefenmogelijkheden voor het examen. Voor de leerlingen staat er aan eind van elk hoofdstuk een leeroverzicht (kennen en kunnen) en een overzicht van begrippen.



Leerstofinhoud

Terug naar boven ↑

De afzonderlijke katernen staan op zich. De docent kan dus zelf de volgorde van de leerstof bepalen. Er wordt niet van uitgegaan dat een onderwerp elders al eerder is behandeld. Ook zijn er geen verwijzingen tussen katernen. Mede daarom is er bewust voor gekozen om de leerstof uit een ander katern te herhalen als dat voor de behandeling van het betreffende onderwerp van belang is. Er is een duidelijke relatie tussen de katernen en hoofdstukken enerzijds en de subdomeinen uit het examenprogramma anderzijds (zie ook 'Leerstofordening'). De aanduiding SE of CE staat telkens bij iedere hoofdstukopening en in de inhoudsopgave bij elk hoofdstuk vermeld. In de docentenhandleiding worden bij alle subdomeinen en eindtermen (van de domeinen B tot en met E) de bijbehorende hoofdstukken uit de katernen vermeld. Fysische en sociaalgeografische onderwerpen zijn duidelijk herkenbaar, hetgeen de mogelijkheid biedt van afwisseling. Het domein A Vaardigheden is verwerkt in de leerstof van de overige domeinen.



Leerstofordening

Terug naar boven ↑

De Geo omvat de volgende katernen (telkens gaat het om een studieboek en werkboek of een gecombineerd leeropdrachtenboek) met daarbij de vermelding van de betreffende domeinen/subdomeinen en of het SE of CE leerstof betreft.

Voor havo:

  • Wereld Arm en rijk (subdomein B1 en B2); CE en SE
  • Wereld/aarde (Over)leven Europa (subdomeinen B3 en C1); SE
  • Aarde Systeem aarde (subdomein C2 en C3); CE en SE
  • Gebieden Indonesië actueel (domein D); CE en SE
  • Leefomgeving Wonen in Nederland (subdomein E1); CE

Voor vwo:

  • Wereld Globalisering (subdomein B1); CE
  • Wereld Arm en rijk (subdomein B2); SE
  • Aarde Systeem aarde (subdomein C1); CE
  • Aarde Klimaatvraagstukken (subdomein C2); SE
  • Gebieden Zuidoost-Azië in beeld (subdomein D1); CE
  • Gebieden Zuidoost-Azië actueel (subdomein D2); SE
  • Leefomgeving Wonen in Nederland (subdomein E1); CE

Elk katern start met een instaptoets (zie ook Evaluatie/toetsing).
In elk katern gaat het (vrijwel) steeds om vier hoofdstukken. In alle hoofdstukken staat een land of regio centraal, hetgeen ook bij de hoofdstuktitel vermeld staat.
Ieder hoofdstuk start met een oriëntatie op de leerstof van dat hoofdstuk. Daarna staan de hoofdvraag en deelvragen vermeld. Elke paragraaf kent telkens extra deelvragen.
De hoofdstukken zijn onderverdeeld in drie of vier paragrafen. Een paragraaf start met een –zoals de uitgever aangeeft– prikkelende opening. Daarbij wordt een concrete situatie als vertrekpunt genomen. De leerteksten zijn verdeeld in teksten met de behandeling van de hoofdzaak (aangegeven met een driehoekje), een onderverdeling van een hoofdzaak of opsomming (rondje) of met informatie die te zien is als een bijzaak (vierkantje).
Elk hoofdstuk sluit af met het onderdeel 'Afsluiting' en bevat: een slotopdracht; een leeroverzicht (in termen van kennen en kunnen); een opsomming van de begrippen die aan de orde zijn gekomen. Daarna volgt de ‘extra casus’ en ten slotte een begrippenlijst met een korte omschrijving van alle begrippen van dat hoofdstuk. Verder bevat elk hoofdstuk een proeftoets (zie ook Evaluatie/toetsing). Achterin elk katern staat een begrippenregister met alle begrippen van het katern. Verder bevat elk katern aan het eind een uitgebreid overzicht van (aardrijkskundige) vaardigheden en werkwijzen. Deze zijn voorzien van concrete voorbeelden.



Planning/tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

In de docentenhandleidingen staat voor havo en vwo aangegeven hoeveel studielasturen (slu) elk afzonderlijk katern beslaat. Bij de indeling van de leerstof over de leerjaren is uitgegaan van 320 studielasturen (slu) voor havo; 160 slu per leerjaar. Voor vwo is uitgegaan van 440 slu: 120 slu in vwo 4 en 160 slu in zowel vwo 5 als vwo 6.
Vervolgens is een verdeling van de boeken over de leerjaren aangegeven, waarbij er een keuze is uit drie varianten:

  • De domeinenroute. Deze is conform de opbouw van het examenprogramma zoals de Commissie aardrijkskunde tweede fase deze heeft voorgesteld, met een praktische opdracht (PO) in leerjaar havo 4 en vwo 5. Examenherhaling is in het eindexamenjaar mogelijk tijdens de behandeling van het toepassingsdomein Gebieden (Indonesië of Zuidoost-Azië).
  • De variatieroute. Deze volgt in grote lijnen de opbouw van het examenprogramma, maar biedt meer variatie in fysische en sociale geografie. Ook hier is de PO in leerjaar havo 4 en vwo 5 en vindt de examenherhaling plaats bij de behandeling van Gebieden.
  • De SE/CE-route. Daarbij wordt de opbouw van het programma door de Commissie tweede fase losgelaten. De CE-leerstof wordt in deze variant zoveel mogelijk richting het CE in het examenjaar geschoven. De PO staat in dit geval gepland in havo 4 (net als bij de andere varianten) en vwo 4 (afwijkend van de andere varianten).

In de voorbeeld-PTA’s die in de docentenhandleiding zijn opgenomen wordt als alternatief een afwijkende verdeling van slu vermeld. Voor havo: 200 slu in havo 4 (3 lesuren per week) en 120 slu in havo 5 (2 lesuren per week). Voor vwo: 120 slu in vwo 4 (2 lesuren), 200 slu in vwo 5 (3 lesuren) en 120 slu in vwo 6 (2 lesuren).
In de docentenhandleiding van de afzonderlijke katernen is tevens per hoofdstuk een studieplanner opgenomen, waarin per paragraaf de opdrachten staan vermeld en het aantal benodigde slu. Vervolgens zijn daarbij telkens twee leerroutes aangegeven (met vermelding van het aantal slu voor alle onderdelen): een leerroute plus, met accent op inzicht (toepassing en verwerking) en een leerroute basis, met accent op kennis (verwerking).



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

Het werkboek dan wel het opdrachtengedeelte van het leeropdrachtenboek is het startpunt van waaruit de leerling werkt. Het studieboek dan wel theoriegedeelte van het leeropdrachtenboek bevat de theorie, de vaardigheden en werkwijzen. De leerstof is verdeeld in teksten met: de hoofdzaak; een onderverdeling van de hoofdzaak of opsomming; een bijzaak (elk herkenbaar aan een eigen icoontje; zie Vormgeving). De leerlingen worden vanaf het begin van een hoofdstuk op het goede spoor gezet via de hoofdvraag en de deelvragen. Vervolgens komen in de verschillende paragrafen telkens deelvragen terug.
Er zijn afwisselende opdrachten die een appel doen op verschillende beheersingsniveaus: kennisvragen (aangeduid met een hoofdletter K), inzichtvragen (aangeduid met een I), opdrachten over vaardigheden en werkwijzen (aangeduid met een V). Verder zijn er verdiepingsopdrachten (herkenbaar aan de vermelding ‘Verdieping’) met een hogere moeilijkheidsgraad die bedoeld zijn als extra uitdagend voor leerlingen. Daarnaast zijn er nog atlasopdrachten en ICT-opdrachten (elk met een eigen icoontje). Op het eind van elke paragraaf is er een opdracht met een terugblik op de leerstof van die paragraaf. Na ieder hoofdstuk is er een zogenaamde casusopdracht of een onderzoeksopdracht. Deze opdrachten kunnen tevens als PO dienst doen. Voor de opdrachten die zich richten op vaardigheden en werkwijzen, kan het overzicht vaardigheden en werkwijzen (aan het eind van elk studieboek en leeropdrachtenboek) als naslag gebruikt worden.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

Bij de lestips per hoofdstuk (zoals opgenomen in de docentenhandleiding van de afzonderlijke katernen) staat aangegeven welke paragrafen van een hoofdstuk zich lenen voor volledig zelfstandig doornemen door de leerlingen. De duidelijke structuur van de hoofdstukken geeft de leerling volgens de uitgever ‘houvast bij het zelfstandig doorlopen van de lesstof’. Hulpmiddelen zijn de hoofdvraag in ieder hoofdstuk, met de daarvan afgeleide deelvragen. In de theorie is in elke paragraaf telkens de hoofdzaak, de onderverdeling van de hoofdzaak of opsomming en de bijzaak duidelijk herkenbaar. Het leeroverzicht in het onderdeel ‘Afsluiting’ aan het eind van elk hoofdstuk geeft voor de leerling aan wat hij moet kennen en kunnen. Het overzicht vaardigheden en werkwijzen (aan het eind van elk studieboek en leeropdrachtenboek) kan dienen als hulpmiddel en naslag voor leerlingen die met vaardighedenopdrachten of onderzoeksopdrachten aan de slag gaan.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

Differentiatiemogelijkheden zijn niet expliciet genoemd. Wel is geprobeerd differentiatie aan te brengen tussen de havo en vwo-editie. De havokaternen bieden volgens de uitgever meer structuur, hebben kortere tekstblokken en meer aandacht voor de verwerking van de leerstof. In de vwo-katernen is er meer ruimte voor zelfstandige verwerking door de leerling, zijn er langere tekstblokken en ligt het accent meer op verdiepende opdrachten.
Differentiatiemogelijkheden (binnen een editie) zijn er met name in de selectie van de opdrachten. De opdrachten zijn alle duidelijk te onderscheiden en herkenbaar als kennisvraag, inzichtvraag of vraag gericht op vaardigheden en werkwijzen. Verder zijn er keuzemogelijkheden bij de behandeling van de verdiepingsopdrachten, casusopdrachten en onderzoeksopdrachten.



Evaluatie/toetsing

Terug naar boven ↑

De Geo kent de volgende toetsen. Ze worden (met uitzondering van de proeftoetsen in de werkboeken en leeropdrachtenboeken) online aangeboden.

  • Elk hoofdstuk start met een instaptoets, waarin de theorie uit het basisboek van de onderbouw getest wordt. Deze toetsen bevatten open en gesloten vragen. Er is sprake van directe feedback op de antwoorden en informatie over de score.
  • Begrippentoetsen en (andere) oefentoetsen zijn er per hoofdstuk om de begrippen en de leerstof te oefenen. Ook hier gaat het om zowel open als gesloten vragen met directe feedback. Als de oefentoetsen worden ingeleverd (digitaal opgeslagen) dan wordt de behaalde totaalscore aangegeven.
  • Na ieder hoofdstuk is er in het werkboek dan wel leeropdrachtenboek een proeftoets. Tevens is er een extra toets online beschikbaar. Deze proeftoetsen bevatten open vragen en zijn als voorbereiding op het examen te zien.
  • Een proefexamen aan het eind van een katern, met open vragen. In deze proefexamens zijn de opgaven en lay-out zoveel mogelijk aangepast aan het centraal examen (met een puntenwaardering per opgave). Online zijn er verder nog extra examenoefenopgaven (per katern) beschikbaar.



ICT

Terug naar boven ↑

Via www.degeo-online.nl is al het materiaal digitaal voor leerlingen en docent beschikbaar evenals veel extra materiaal (ter aanvulling op de boeken). Via de leerlingstartpagina krijgt de leerling per katern toegang tot de digiboeken, werkbladen en het audio-/videomateriaal. Tevens is (vrijwel) al het toetsmateriaal digitaal voor de leerlingen beschikbaar (zie Evaluatie/toetsing voor een opsomming van al de toetsen per hoofdstuk en katern). Individuele resultaten worden bijgehouden. Verder is er actueel lesmateriaal en staat onder het tabblad 'Studiehulp' naslagmateriaal in de vorm van begrippenlijsten, omnummertabellen (Grote Bosatlas, 52e, 53e en 54e druk) en het overzicht vaardigheden en werkwijzen. Via de docenten startpagina komt men per katern bij de rubrieken (tabbladen):

  • Basis: alle digiboeken, arrangementsinformatie; handleidingen (een algemene, een betreffende het katern en omnummertabellen); informatie over het examenprogramma; antwoorden (van het werkboek, de instaptoets en het proefexamen).
  • Inspiratie: PowerPointpresentaties (samenvattingen en verdiepingen); actueel lesmateriaal in de vorm van lesbrieven Geogids, lesbrieven Geokrant, video’s en animaties; extra lesmateriaal met (extra) bronnen per hoofdstuk, het overzicht vaardigheden en werkwijzen en samenvattingen in word.
  • Evaluatie: het onderdeel ‘klassen bewerken’ (voor het bijhouden van de resultaten per leerling en klas); overzicht oefenresultaten van de leerlingen; toetsen met antwoordmodellen (waarmee een proefwerk of SE is samen te stellen).



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

Voor de docenten is er ter ondersteuning van en aanvulling op het lesmateriaal in de methode twee keer per jaar de zogenaamde Geokrant, met artikelen en een actuele lesbrief. Daarnaast verschijnt vijf keer per jaar de Geogids, met vakinhoudelijke en actuele informatie.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor beschrijving geraadpleegde materialen

Havo:

  • studieboeken Arm en rijk; Indonesië actueel; Wonen in Nederland.
  • werkboeken Arm en rijk; Indonesië actueel; Wonen in Nederland.
  • leer/opdrachtenboeken Arm en rijk; (Over)leven Europa; Systeem aarde; Indonesië actueel; Wonen in Nederland.

Vwo:

  • studieboeken Globalisering; Klimaatvraagstukken; ZO-Azië actueel; Wonen in Nederland.
  • werkboeken Globalisering; Klimaatvraagstukken; ZO-Azië actueel; Wonen in Nederland.
  • leer/opdrachtenboeken Globalisering; Arm en rijk; Systeem aarde; Klimaatvraagstukken; ZO- Azië in beeld; ZO-Azië actueel; Wonen in Nederland.

Docentenlicentie havo/vwo.

Naam/functie van de beschrijver

Han Noordink, leerplanontwikkelaar SLO

Datum afronding beschrijving

15 januari 2013

Ervaring

Ervaring: De Geo voor de Tweede fase, vierde editie





Samenvatting

Terug naar boven ↑

De methode gebruikt losse katernen voor ieder domein van het examen, die op de havo in 2 en op het vwo in 3 jaar doorgewerkt moeten worden. Hierdoor kan de docent de volgorde bepalen en wordt ieder domein uitvoerig, achtereenvolgend en in diepte behandeld.
De katernen zien er mooi uit en werken met een herkenbare lay-out. De ordening binnen de katernen is steeds gelijk, een instaptoets, hoofd- en deelvragen bij ieder hoofdstuk dat is ingedeeld in een paar paragrafen van ongeveer 3 tot 10 bladzijden per paragraaf. Leerlingen vinden dat erg grote lappen tekst, maar wij hechten belang aan de taalvaardigheid van leerlingen, die ze hier goed mee oefenen. Een hoofdstuk sluit af met een casus-opdracht (als extra) en een proeftoets. Dit is overzichtelijk en werkt prima. Prettig is dat ieder boek op dezelfde manier werkt.
Het niveau van de teksten en opdrachten is over het algemeen goed. Er staan wel heel veel opdrachten in, die ik nooit allemaal laat maken, omdat dat veel te veel tijd kost.
In de docentenhandleiding staan verschillende planningen aangegeven en er staan veel tips voor filmpjes etc. Over het algemeen behandel ik één paragraaf per les (van 60 minuten), daarnaast een les als opening van het domein en een aantal afsluitingslessen en eventueel wat extra opdrachten. In totaal doe ik rond de 18 tot 25 lessen over 1 domein.
Wat echt mist in deze methode is de examenvoorbereiding. De opdrachten zijn weinig voorbereidend voor het examen, net als de toetsen van de methode. Deze moet je dat dus echt als docent zelf toevoegen. Dit komt voor een deel omdat de losse katernen in zowel de 4e als in de 5e of 6e klas gebruikt kunnen worden en het toetsmateriaal is dus vooral van te laag niveau voor 6 vwo.
De docentenhandleiding gaat steeds uit van klassikale instructie door de docent (ook de samenvattende PowerPoints zijn daar echt op gericht) en het (grotendeels) zelfstandig werken aan de opgaven. De opgaven wisselen wel af tussen gebruik van atlas en ICT, en er staat aangegeven bij de vragen of het kennis-, inzicht- of verdiepende vragen zijn. Dat maakt dat je zelf veel aandacht moet besteden aan het activeren van de leerlingen, afwisselende opdrachten en differentiatie.
De ICT voor leerlingen is niet zo heel overzichtelijk en werkt niet altijd goed. ICT voor docenten is wel overzichtelijk en werkt over het algemeen.
Kortom: Voor leerlingen een uitdagende, mooie methode waarin ze echt goed moeten (leren) lezen. De methode vraagt van de docent veel aandacht in de lesvoorbereiding (lezen van de paragrafen, uitkiezen van opdrachten, inbouwen van differentiatie en activerende didactiek) en het maken van toetsen.



Context waarbinnen het leermiddel gebruikt is

Terug naar boven ↑

Ik geef sinds 10 jaar les aan de onder- en bovenbouw havo en vwo op een regulier college. We hebben ook tweetalige stromingen havo en vwo, maar dat is alleen in de onderbouw.
We hadden bij de invoering van het vernieuwde examenprogramma in 2008 een nieuwe methode nodig en kwamen bij De Geo uit, vooral omdat we daar geen losse werkboeken bij hoefden te kopen en er veel mogelijkheden leken te zijn om te differentiëren voor verschillende leerlingen. De vragen in het boek zijn zeker geen ‘invul’-vraagjes. Dat vonden we i.v.m. schrijfvaardigheid erg belangrijk. Bij minder tijd zijn er verkorte routes mogelijk met het boek. Ook vonden we de lay-out een hele verbetering ten opzichte van de oude Wereldwijs boekjes die we hiervoor hadden. De digitale omgeving voor leerlingen leek er goed uit te zien en er leek ook voldoende docenten-ondersteuningsmateriaal aanwezig te zijn. We vonden het leuk en handig dat er een lijst met geschikte Youtube-filmpjes bij zat per paragraaf.
We hebben vanaf 2008 met de derde editie van De Geo gewerkt en zijn vanaf schooljaar 12-13 in de 4e klassen overgestapt op de 4e editie van De Geo, waardoor we dit schooljaar (2014-2015) voor het eerst in de 6e klas vwo ook de 4e editie gebruiken.



Leerstofinhoud en -ordening

Terug naar boven ↑

Elke boek werkt met één van de domeinen uit de examensyllabus. In bijna alle boeken staat een combinatie van onderwerpen voor het Schoolexamen (SE) en Centraal examen (CE). Ik vind dit heel goed, zodat je gemakkelijk alle CE stof ook al een keer getoetst hebt in de schoolexamentoets. Ik zou me kunnen voorstellen dat je anders door tijdsdruk soms een CE-onderwerp niet per se toetst in de les. Mijn ervaring is dat leerlingen vooral leren voor een toets en veel hebben aan een goede nabespreking van de toets. Dit geldt dus ook voor de CE-onderwerpen.
Ik vind deze sortering van 1 domein per boek heel prettig, want ik kan dus zelf kiezen welke stof ik in de 4e, 5e en 6e klas wil behandelen. Ook vind ik het overzichtelijk dat het hele domein in één keer aan bod komt. De indeling maakt natuurlijk wel dat je in de examenklas de onderwerpen die je in de voorexamenklassen behandeld hebt weer moet herhalen. Maar dit is voor de verdieping en het aanleren van de examen-maak-vaardigheid wel goed. Je merkt natuurlijk wel dat de onderwerpen die je specifiek in 4 vwo behandeld hebt, minder diepgaand behandeld en getoetst zijn, omdat de leerlingen in 4 vwo nog niet zo ver zijn op 'examenniveau'. We doen dus in de 4e in ieder geval 1 onderwerp dat een groter deel SE bevat. En je moet meer herhalen, vooral op examen-niveau in de 6e.
Prettig is dat ieder boek op dezelfde manier werkt. Het begint met een instaptoets (opfrissen van onderbouw), dan een aantal hoofdstukken met steeds een proeftoets en optionele verdiepingsopdrachten aan het eind van het hoofdstuk. Het boek sluit af met een proefexamen en een basisuitleg over de ak-vaardigheden. Jammer is dat het laatste deel over de vaardigheden in ieder boek hetzelfde is. Ik zou daar graag ook een ‘leerlijn’ in willen zien, maar dat moet je nu zelf doen als docent. Ieder hoofdstuk werkt met een hoofdvraag en een aantal deelvragen. Deze kan je gemakkelijk overslaan, want ze hebben geen heel prominente plek in het boek, maar ze zijn wel leuk en goed om aandacht aan te besteden. Ik laat leerlingen als samenvatting vaak een antwoord op de hoofd- en deelvragen opschrijven na een hoofdstuk.
Verder zitten bij iedere paragraaf rond de 10 opgaven (met a, b, c, etc.), waarbij in sommige boeken de niveaus aangegeven staan (Kennis, Inzicht en Verdiepen). Een aantal opgaven is altijd met de atlas (maar jammer genoeg alleen met de 53e druk, terwijl we nu natuurlijk de 54e druk gebruiken voor de examens.) Ook moeten leerlingen bij de opgaven veel bronnen gebruiken, dat vind ik belangrijk. De teksten in het boek zijn lang en van goed niveau, zowel op havo als op vwo. Met havoleerlingen ben je meer tijd kwijt met het doornemen van moeilijke woorden en het uitleggen van verbanden in de teksten, dan op vwo. Ik vind het belangrijk dat leerlingen goed leren lezen en goed leren om de hoofdzaken van de bijzaken te onderscheiden. Sommige leerlingen klagen over de lengte van de teksten. De teksten zijn door de uitgever ook enigszins voorgestructureerd door een systematisch gebruik van blokjes, bolletjes en driehoekjes voor hoofdzaken, opsommingen en bijzaken.
Ieder hoofdstuk heeft ook altijd een aantal online-opdrachten, maar ik doe die bijna nooit. Te weinig computers, te weinig efficiënt tijdgebruik (leerlingen zijn minstens 10 minuten kwijt met inloggen en snel afgeleid door mail etc.). Ook heb ik in het verleden regelmatig te maken gekregen met slecht werkende sites van De Geo en daardoor onvindbare bronnen etc. Dit zal inmiddels (na o.a. mijn klachten) wel verbeterd zijn, maar ik waag me er nog niet aan.
De samenhang binnen de hoofdstukken en de paragrafen vind ik over het algemeen goed. Ik besteed veel tijd aan het erbij zoeken van actualiteiten, filmpjes of het maken van puzzeltjes/quizjes, gewoon omdat er steeds meer leuke interessante dingen te vinden zijn die aansluiten bij de boeken. Het boek blijft natuurlijk een print uit 2011 of 2012. Actualiteit moet je er dus zelf instoppen, maar daar zijn meer dan genoeg aanknopingspunten voor in de teksten en opgaven. Leerlingen waarderen de afwisseling erg. Alleen uit het boek werken zou heel saai zijn, ook voor de docent, lijkt mij. Ik maak met deze boeken dus wel echt mijn eigen lessen, maar ik zorg ervoor dat de teksten in het boek de basis blijven, omdat dat is waar leerlingen op terugvallen voor het leren van een toets en de voorbereiding van de examens. We komen gelukkig in de nieuwe editie een stuk minder tekstuele fouten tegen dan in de vorige editie. Ik geef gevonden fouten altijd door aan de uitgever, dat helpt blijkbaar dus wel. Verder zijn er echt slechts enkele begrippen of verbanden uit de syllabus die niet in de boeken terug komen. Wat dat betreft kun je volgens mij dus heel goed vertrouwen op deze methode.



Planning en tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

De methode komt met een redelijk uitgebreide docentenhandleiding. De opbouw daarvan is per boek weer hetzelfde, wat het gemakkelijk maakt om even snel iets op te zoeken. In de handleiding staan uitbreidingstips en ook kortere route aangegeven. Ook is er een begin gemaakt met differentiëren, maar dit sluit nog niet aan bij wat ik nodig heb op dit gebied. Ik snap ook wel dat je de ‘achterblijvers’ vooral met kennisvragen moet laten werken en dat de 'voorlopers' eerder de verdiepingsvragen kunnen maken. Dat voegt voor mij niks toe.
Verder staat er in de docentenhandleiding een inschatting van de geplande tijd, maar dit gebruik ik nooit, omdat de lespraktijk nou eenmaal flexibel en onverwacht is. Soms heb je veel langer nodig voor een relatief simpel iets, gewoon omdat er een interessante discussie ontstaat, of omdat ze het nog niet snappen, of omdat ze de theorie uit de onderbouw ‘nooit gehad’ hadden.
Over het algemeen behandel ik één paragraaf per les (van 60 minuten), daarnaast een les als opening van het domein en een aantal afsluitingslessen en eventueel wat extra opdrachten. In totaal doe ik rond de 18 tot 25 lessen over 1 domein. In de voorexamenklassen behandel ik twee domeinen per jaar met twee lesuren per week is dat goed te behappen (naast ook nog een praktische opdracht).
Op de docenten-website kun je veel ondersteuningsmateriaal vinden zoals PowerPoints en natuurlijk de antwoorden bij de opgaven. Ik vind de samenvattings-PowerPoints vaak veel te uitgebreid, dus pas ik die altijd heel erg aan en maak ik er mijn eigen ding van. Collega’s gebruiken ze soms ‘klakkeloos’, maar ik doe dat niet. De voorbereiding door de docent moet in ieder geval bestaan uit het doorlezen van de paragraaf en ik maak daar dan aantekeningen bij, met bijvoorbeeld eigen voorbeelden, meer toelichting, etc. Ook zoek ik van tevoren vaak uit welke opgaven ik het belangrijkste vind. Ik laat de leerlingen eigenlijk nooit alle opgaven maken. Sommigen vind ik onnozel, onbelangrijk of irrelevant. Ik ben onder de indruk (na overleg met collega’s met andere methoden) dat De Geo qua docentenvoorbereiding intensiever is dan andere methoden, maar dat weet ik niet zeker. Eén ding weet ik trouwens wel zeker: Je lessen worden er zeker beter en leuker van, als je voldoende tijd besteedt aan de voorbereiding ervan!
Leerlingen maken vaak een deel van de opgaven in de les en een ander deel maken ze thuis. Ter afwisseling laat ik ze soms ook een paragraaf vooruit leze, zodat zij met vragen kunnen komen. Of we lezen gezamenlijk een paragraaf in de les. Is heel interessant om te doen, ook in verband met de andere vaardigheden zoals voorlezen, luisteren, begrijpend lezen etc. Ik leer hier ook altijd veel van, omdat ze soms met andere vragen komen dan ik gedacht had bij mijn eigen voorbereiding.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

In mijn lessen is instructie van de docent in de bovenbouw in 70% van de lessen aan de orde. Maar nooit langer dan 50% van de tijd. Ook doe ik de instructie altijd interactief, dus door leerlingen te activeren met vragen, of ze tussendoor iets zelf te laten doen / brainstormen / overleggen etc. Dit zit een klein beetje ook in de standaard PowerPoints van de methode. Daar zitten soms ook vragen in, waarbij op de volgende dia dan het antwoord staat. Ik voeg hier zelf erg veel aan toe. De paragrafen zijn altijd ‘droge tekst’, hier zit geen afwisseling in.
De opgaven variëren in niveau en in werkvorm, omdat de leerlingen regelmatig een bron of de atlas moeten gebruiken en af en toe het internet moeten gebruiken. Ook moeten ze bij sommige opgaven overleggen met anderen of bijvoorbeeld iets tekenen. Het nakijken van de opgaven doe ik soms klassikaal, soms door ze een antwoordmodel te geven en soms door ze elkaars werk te laten corrigeren. Verder is de didactische afwisseling geheel afhankelijk van de creativiteit van de docent, maar voor een bovenbouw havo en vwo is dat wat mij betreft ook terecht. De docent kan het beste inschatten wat de klas nodig heeft en op welke manier dat het beste bij ze aankomt.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

De leerlingen lezen soms zelfstandig een paragraaf door en ze maken de opgaven (deels) zelfstandig. Dit is over het algemeen prima te doen. Omdat de opbouw van de boeken steeds hetzelfde is, raken ze snel gewend aan hoe het boek werkt. De docentenhandleiding gaat eigenlijk steeds uit van ondersteuning van de leerlingen door instructie door de docent.
De opgaven moeten actief nagekeken worden met behulp van antwoordbladen of door bespreking. Dit vind ik eigenlijk jammer, want de ‘luie’ leerlingen vinden dit niet zo interessant en leren daarom niet al te veel van het maken van de opgaven. Ik maak daarom af en toe quizzen of prijsvraagjes van de opgaven en de antwoorden, om de leerlingen te stimuleren om toch echt actief en zelfstandig aan de vragen te werken. Dit gaat niet automatisch!



Differentiatie

Terug naar boven ↑

Ik zou meer gebruik moeten maken van differentiatie en het zou fijn zijn als een methode hier meer ondersteuning bij zou geven. Maar dit zou veel makkelijker zijn met meer adaptie’ digitaal oefenmateriaal en dat zit niet bij deze methode. Ook zou het hele lessysteem van twee uur in de week aardrijkskunde dan eigenlijk anders georganiseerd moeten worden, om echt aandacht te kunnen geven aan die leerlingen die maar één uur in de week nodig hebben ten opzichte van de leerlingen die eigenlijk wel vier uur in de week aardrijkskunde nodig hebben.
Vooral voor de ‘snelle’ (slimme) leerling zouden meer uitdagende opdrachten in het boek moeten staan, die deze leerlingen ook willen maken!



Evaluatie (toetsing)

Terug naar boven ↑

Er wordt per hoofdstuk een toets geleverd door de uitgever. Jammer genoeg vind ik dit geen goede toetsen. Een belangrijk nadeel is dat eigenlijk alle toetsen geschikt zijn voor voor-examenklas leerlingen (en dat moet ook eigenlijk wel, omdat je zelf de volgorde van de domeinen kan bepalen), waardoor ze geheel niet geschikt zijn voor examenleerlingen. Ik vind het meer onderbouw-achtige toetsen, met veel meer simpele reproductie vragen die in het examen bijna niet voorkomen. Toetsen maken kost dus erg veel tijd (hoewel ik wel van collega’s weet dat ze de methode toetsen wel gebruiken). Ook zit er geen eindtoets bij waar alle kennis uit de verschillende hoofdstukken in samenhang getest wordt. Dat doe ik er wel altijd nog bij, omdat ik dat ook als examenvoorbereiding belangrijk vind. De uitgever is volgens mij wel bezig met het integreren van bijvoorbeeld RTTI in de toetsen. Hopelijk worden ze hiervan ook beter, zodat ze een beter hulpmiddel zijn in de voorbereiding van leerlingen op hun examen.



ICT

Terug naar boven ↑

De docentenwebsite is overzichtelijk en er staat redelijk veel op aan antwoorden, handleidingen, toetsen, PowerPoints en ondersteunend materiaal. De leerlingenwebsite is juist onoverzichtelijk en werkte vaak niet, waardoor ik er nu niet veel gebruik meer van maak. Daarnaast zijn er bij elk hoofdstuk opgaven, die met internet opgelost moeten worden. Deze verwijzen bijvoorbeeld naar het ‘World Factbook’ of soms moet er een zoekopdracht uitgevoerd worden. Van alles wat. Leerlingen vinden dat vaak wel aardig om te doen, mits de computers op school goed werken en dat is jammer genoeg ook niet altijd zo.



Aansluiting bij identiteit/signatuur school

Terug naar boven ↑

Bij het aanschaffen van de lesmethode heeft de identiteit van de school geen rol gespeeld



Niveau leerling

Terug naar boven ↑

Het niveau is prima. Voor havoleerlingen iets meer uitdagend dan voor vwo-ers. Het taalgebruik is over het algemeen goed. Leerlingen vinden vooral de vele mooie foto’s in de boeken aantrekkelijk. Die leuken het erg op en geven het een luchtig uiterlijk.
De opdrachten vinden ze soms moeilijk geformuleerd, maar ikzelf vind dat wel goed, want dat zijn de examens vaak ook, dus daar moeten ze wel aan wennen.
In de boeken worden vaak anekdotes of verhalen gebruikt als introductie. Sommige leerlingen vinden die goed en leuk, andere leerlingen hebben daar een hekel aan. Ze zijn wat mij betreft vaak wel een leuk aanknopingspunt voor een discussie (Wie heeft er ook wel eens zoiets meegemaakt? Of wat zou jij doen in deze situatie?), maar daar is niet altijd tijd voor. Ik bespreek ze dus soms wel en soms niet.



Feedback

Terug naar boven ↑

Leerlingen zijn aardig te spreken over de boeken als ze deze vergelijken met boeken die ze bij andere vakken gebruiken. Ze roemen dan alom de dunne katernen die ze makkelijk mee kunnen nemen en het feit dat er geen los werkboek bij zit. Ook geven ze aan dat het boek er mooi uitziet door alle foto’s en plaatjes. Leerlingen vinden ook dat er veel te veel opgaven bij zitten en zijn altijd blij dat ze er van mij een boel mogen overslaan.



Vormgeving

Terug naar boven ↑

De boeken zien er goed uit, werken met een eenduidige lay-out en zijn daardoor overzichtelijk. Handige paperback-cover, die je gewoon kunt buigen in de tas en een handig formaat dat niet al te zwaar is.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

De boeken sluiten bij ons op school redelijk goed aan bij de onderbouw methode (BuiteNLand) die we gebruiken. Je hoeft dus zeker niet per se De Geo ook in de onderbouw te gebruiken. Voor een groot deel behandelen alle uitgevers in de onderbouw dezelfde onderwerpen als voorbereiding op de tweede fase, dat maakt dus niet al te veel uit.
Naast deze methode gebruiken we in de examenklassen natuurlijk nog veel examenbundels/oude examens etc. om hier specifiek op te trainen. Dit zit, wat mij betreft in ieder geval, niet voldoende ingebouwd in de boeken. Dat komt zeer waarschijnlijk omdat er geen vaststaande volgorde is in welk leerjaar welk domein aan de orde komt, maar er zou zeker meer aandacht moeten zijn voor de aansluiting op het CE. Nu is dit volledig afhankelijk van de docent. De boeken zijn echt tweede fase Aardrijkskunde boeken.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor 'Ervaring' geraadpleegde/gebruikte materialen

Alle De Geo boeken voor de bovenbouw havo en vwo, de syllabus havo en vwo aardrijkskunde van http://examenblad.nl en de docentenhandleidingen van de verschillende boeken.

Naam/functie evaluator

Noortje Schadenberg, docent aardrijkskunde

Schooltype-groep/leerjaar

Havo en vwo 4-6

Datum afronding ervaring

3 december 2014

Reactie uitgever

Terug naar boven ↑

Naar onze indruk is hier een docent aan het woord die plezier heeft in lesgeven, omgang met het vak en met leerlingen en bereid is daarvoor zelf actief bezig te zijn. En voor dat type docent heeft de Geo veel in huis. Dat aanbod veronderstelt dat de docent regelmatig keuzes maakt en soms ook zelf aanvullingen doet, in de ‘uiteinden’ van zijn of haar persoonlijke onderwijspraktijk. In deze beoordeling van de Geo Tweede Fase lezen we dat voor een belangrijk deel ook terug.
De docent maakt een aantal opmerkingen waarop we hier graag willen ingaan.
Ten eerste verheugt het ons dat de docent bij de overgang van de derde naar de vierde editie daadwerkelijk heeft kunnen constateren dat een aantal verbeteringen is aangebracht, mede op basis van feedback van de gebruikers.
Examenvoorbereiding. In de samenvatting staat opgemerkt dat in de methode examenvoorbereiding wordt gemist. Toch staat even verder onder het kopje ´Leerstofinhoud en ordening´ vermeld dat het boek afsluit met een proefexamen. En zo is het ook: voor elk domein is een proefexamen gemaakt, dat qua niveau en ook in de vormgeving het examen zo goed mogelijk benadert. Het proefexamen staat bij een aantal domeinen in het boek, bij andere domeinen wordt verwezen naar de site. Juist deze specifieke oefenexamens zijn een goede aanvulling op de proeftoetsen-per-hoofdstuk die, zoals terecht wordt geconstateerd, ook voor de voor-examenklassen geschikt moeten zijn. Daarnaast worden op de leerlingenpagina’s van de geo-online voor elk domein nog eens drie aanvullende oefenexamenopgaven aangeboden (‘Examenoefening’).
Gebruik van de (Bos)atlas. Bij elke nieuwe editie van De Geo wordt een gefundeerde beslissing genomen van welke editie van de Bosatlas zal worden uitgegaan. Voor de vierde editie was dat nog GB 53. Na verschijnen van de GB 54 zijn op de methodesite verwijstabellen opgenomen. Deze tabellen geven overal waar mogelijk de corresponderende kaarten in GB 54 aan.
Differentiatie. De docent merkt op zelf nogal veel te moeten doen om voldoende differentiatie in de opdrachten te kunnen bereiken. Het is mogelijk dat sommige docenten nog meer behoefte hebben aan differentiatie dan waar wij nu al in voorzien, te weten de (als zodanig aangemerkte) ‘verdiepingsvragen’ en de ‘Extra casus’ na elk hoofdstuk voor de snellere leerlingen. We onderzoeken nu dan ook hoe wij als uitgeverij nog meer kunnen differentiëren. Technisch kunnen we een leerroute op maat aanbieden, maar hoe gaan docenten en scholen hier vervolgens zijn mee om?
Hoeveelheid opdrachten. Dat leerlingen de hoeveelheid opdrachten te groot vinden is geen wereldschokkende constatering. En dat de docent regelmatig opdrachten overslaat, ligt zelfs in de opzet van de Geo besloten, getuige wat de docentenhandleiding hierover zegt: ‘’Met opzet biedt De Geo een grote hoeveelheid aan opdrachten aan, om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan uiteenlopende wensen van docenten en leerlingen.’’ We sluiten niet uit dat wat de ene docent een onnozele opdracht vindt, voor de andere docent in zijn of haar omstandigheden toch van pas kan komen. Uiteraard vraagt een uitgebreid aanbod aan opdrachten voorbereiding van de docent om keuzes te maken, maar dat is ook wat wij van docenten verwachten, om in te kunnen spelen op de specifieke behoeften van hun leerlingen.
Samenvattende PowerPoints. Wij bieden de samenvattende PowerPoints in eerste instantie aan de docenten aan, niet aan de leerlingen. Dan heeft elke docent de keuze die aan zijn leerlingen aan te bieden, of klassikaal te behandelen. Dat deze docent meldt van de PowerPoints ‘haar eigen ding te maken’ is onze bedoeling. Wij hebben niet de pretentie dat de PowerPoints in de aangeboden vorm zonder meer naar ieders smaak of behoefte zouden kunnen zijn.
Online-opdrachten. De docent laat de leerlingen geen gebruik maken van de online-opdrachten, mede als gevolg van de ict-infrastructuur op de school. Helaas kunnen wij dit niet oplossen, we kunnen wel aan klanten de materialen rechtstreeks leveren die op de website staan, wanneer deze onbereikbaar is vanuit school. Veel materiaal is daarom ook downloadbaar.
Tot slot: wij beschouwen het commentaar van deze docent op De Geo Tweede Fase vierde editie als een positieve waardering van onze methode. De zeer waardevolle opmerkingen van de docent kunnen worden meegewogen in de voorbereiding van de Vijfde editie die nu gaande is, zoals het adaptief maken van toetsen/opdrachten, het aanbrengen van meer samenhang tussen hoofdstukken in een eindtoets en de RTTI-classificatie.



Analyse

Hieronder vindt u één of meerdere analyses van dit leermiddel, uitgevoerd door leerplanontwikkelaars van SLO.

Meer weten? Kijk op: http://www.slo.nl/organisatie/kenniscentrum/leermiddelenplein/longlist/



Laat uw reactie en/of beoordeling achter:



CAPTCHA image sould be here




Verstuur

Beoordeling:



Vandaag