Overzichtspagina methode

Methodes vergelijken

Selecteer minstens twee methodes via 'Voeg toe aan vergelijking'

Nu vergelijken

Overzicht

Type

methode

Doelgroep(en)

BAO 5-8

Vak(ken)

aardrijkskunde

Links

Methodesite

Documenten:

Recensie JSW, mei 2010

Uitgever / Besteladres

Malmberg BV BAO, Uitgeverij
Postbus 233
5201 AE DEN BOSCH
http://www.malmberg.nl/Basisonderwijs.htm
malmberg@malmberg.nl
073-6288722



Samenvatting

Praktijkgerichte methode aardrijkskunde voor groep 5 t/m 8 van het basisonderwijs. De methode is qua opbouw, structuur en didactiek vergelijkbaar met Brandaan voor het vak geschiedenis en Naut voor het vak natuur en techniek. Voor de groepen 3 en 4 zijn de drie afzonderlijke methodes gecombineerd tot één onder de titel 'Naut, Meander en Brandaan'. De onderwerpen sluiten aan bij de thema's in de hogere groepen.
'Meander' is thematisch-concentrisch opgebouwd. Per jaar komen vijf praktijkgerichte, eigentijdse thema's aan de orde. De thema's in groep 5 worden herhaald en verdiept in groep 7, die van groep 6 in groep 8. De thema's in de groepen 5 en 7 zijn: onderweg; om ons heen; waterland; platteland; over de grens. In de groepen 6 en 8 worden behandeld: water; werk en energie; de aarde beweegt; streken en klimaten; allemaal mensen.
Ieder thema bestaat uit vijf lessen met eenzelfde structuur: in de lessen 1 en 2 wordt de kennis stapsgewijs opgebouwd; in les 3 wordt de topografie behandeld; les 4 wordt gebruikt voor herhaling en verdieping; in les 5 vindt toetsing plaats en komen themaverhalen aan de orde. De themaverhalen zijn levensechte en spannende verhalen rondom de hoofdpersoon Meander. Ze zijn bedoeld om leerlingen de lesstof beter te laten verwerken en onthouden. Elke les is zo opgebouwd dat deze deels of geheel zelfstandig kan worden uitgevoerd. De handleiding bevat aanwijzingen hiervoor.
Meander differentieert naar tempo, niveau en leerstijl. Bij elke les in de werkboeken staan twee extra opdrachten voor de snellere leerling. De extra opdrachten hebben vaak een open karakter, waarvoor wat meer inzicht nodig is. Differentiatie naar leerstijl gebeurt voornamelijk met de bakkaarten. De opdrachten zijn gemaakt volgens de meervoudige intelligentietheorie van Howard Gardner.
Het lesprogramma is, met inbegrip van de toetsen, per groep in 25 lesweken door te werken. Daarbij wordt uitgegaan van een tijdsduur van 50 minuten per les. De ruimte die overblijft kan worden opgevuld met aanvullend materiaal (bakkaarten) van de methode of met projecten, excursies of andere activiteiten. De teksten in Meander zijn geschreven op het gemiddelde niveau van de leerlingen. Speciaal ten behoeve van taalzwakkere kinderen zit een taalkatern in de handleiding, geschreven door het taaladviescentrum ETOC. Daarin staan tips voor de leerkracht om taalzwakke kinderen te helpen, zoals praktische ideeën voor leestaken, schrijftaken, het omgaan met moeilijke woorden en uitbreiding van de woordenschat.
De handleiding (Leswijzer) bevat praktische instructies voor de docent. Alle pagina's uit het lesboek zijn afgebeeld met aanwijzingen per lesonderdeel. Het antwoordenboek is een ingevuld werkboek en is bedoeld voor de docent.
Bij de methode is materiaal voor het digitaal schoolbord beschikbaar in de vorm van instructiesoftware en digibordboeken. Instructiesoftware bestaat uit een digitale versie van het lesboek, verrijkt met animaties en methodespecifieke zaken. Digibordboeken zijn digitale bladerversies van de les- en werkboeken.

Bekijken

Omslag lesboek groep 5

Onderdelen

TitelDoelgroepenJaarPrijsISBN
groep 5
Lesboek groep 5 (Bestelnummer: 506860) Meer informatieBAO 5200832,50978-90-345-4577-0
Werkboek groep 5 (Bestelnummer: 506864) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 5200823,00978-90-345-4581-7
Antwoordenboek groep 5 (Bestelnummer: 506868) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 5200813,00978-90-345-4584-8
Bakkaarten groep 5 (Bestelnummer: 508919) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 52008357,00978-90-345-5392-8
Handleiding groep 5 (Bestelnummer: 506873) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 52008213,00978-90-345-4589-3
Dgibordsoftware groep 5 (Bestelnummer: 508930) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 520081,71
groep 6
Lesboek groep 6 (Bestelnummer: 506861) Meer informatieBAO 6200832,50978-90-345-4578-7
Werkboek groep 6 (Bestelnummer: 506865) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 6200823,00978-90-345-4582-4
Antwoordenboek groep 6 (Bestelnummer: 506870) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 6200813,00978-90-345-4586-2
Bakkaarten groep 6 (Bestelnummer: 508920) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 62008357,00978-90-345-5393-5
Handleiding groep 6 (Bestelnummer: 506874) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 62008213,00978-90-345-4590-9
Dgibordsoftware groep 6 (Bestelnummer: 508931) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 620081,71
groep 7
Lesboek groep 7 (Bestelnummer: 506862) Meer informatieBAO 7200832,50978-90-345-4579-4
Werkboek groep 7 (Bestelnummer: 506866) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 7200823,00978-90-345-4583-1
Antwoordenboek groep 7 (Bestelnummer: 506871) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 7200813,00978-90-345-4587-9
Bakkaarten groep 7 (Bestelnummer: 508921) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 72008357,00978-90-345-5394-2
Handleiding groep 7 (Bestelnummer: 506875) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 72008213,00978-90-345-4591-6
Dgibordsoftware groep 7 (Bestelnummer: 508932) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 720081,71
groep 8
Lesboek groep 8 (Bestelnummer: 506863) Meer informatieBAO 8200832,50978-90-345-4580-0
Werkboek groep 8 (Bestelnummer: 506869) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 8200823,00978-90-345-4585-5
Antwoordenboek groep 8 (Bestelnummer: 506872) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 8200813,00978-90-345-4588-6
Bakkaarten groep 8 (Bestelnummer: 508922) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 82008357,00978-90-345-5395-9
Handleiding groep 8 (Bestelnummer: 506876) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 82008213,00978-90-345-4592-3
Dgibordsoftware groep 8 (Bestelnummer: 508933) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 820081,71
Oefensoftware topografie groep 5 t/m 8 (Bestelnummer: 540067) Meer informatieBAO 5-820121,66
Dgibordsoftware groep 5 t/m 8 (Bestelnummer: 540785) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 5-820121,71
Beschrijving

Beschrijving: Meander (Naut, Meander en Brandaan)





Samenvatting

Terug naar boven ↑

Voor groep 3 en 4 is er het pakket Naut, Meander en Brandaan voor natuur/techniek, aardrijkskunde en geschiedenis. Er worden acht thema's voor de drie kennisgebieden behandeld aan de hand van drie getekende personages waarmee de leerlingen zich kunnen identificeren. De thema's bestaan uit drie lessen. De eerste les bestaat steeds uit een zoekplaat en een verhaal. De tweede en derde les bestaan uit opdrachten over het onderwerp.

Meander is voor de groepen 5 tot en met 8 en bestaat per jaargroep uit een lesboek, een werkboek, een antwoordenboek en een handleiding voor de leerkracht. Navigatie gaat door middel van kleuren, een balk met gevisualiseerde tabs en met verwijzingen van lesboek naar werkboek en omgekeerd.
Meander is een thematisch-concentrische methode. Vijf thema's worden in leerjaar 5 en 7 behandeld, de andere vijf thema's in de leerjaren 6 en 8. De thema's worden behandeld in vijf lessen. In de eerste twee lessen wordt kennis opgebouwd. Iedere derde les is een topografieles. De vierde les bestaat steeds uit een samenvatting, een begrippenoverzicht en verrijking. In de vijfde les wordt het thema afgesloten met een toets en een verhaal. De lessen zijn opgebouwd uit vier stappen. De optionele bakkaarten bieden extra opdrachten, die rekening houden met verschillen in leerstijlen, voor vakoverstijgende activiteiten en samenwerkend leren.
De thema's en de voorbeeldregio's zijn gerelateerd aan de kerndoelen van het domein ruimte. De inhouden en de topografie komen overeen met de domeinbeschrijving aardrijkskunde van CITO.
Meander kiest voor een exemplarische benadering die aandacht besteed aan processen in voorbeeldregio's.
Meander hanteert de geografische vierslag. In de stapsgewijze opbouw van de lessen wordt naar de wereld gekeken vanuit het perspectief van Meander, een getekend meisjesfiguur, dat de hoofdpersoon is in de verhalen.
De moeilijkheidsgraad van de teksten van Meander is bepaald met de CLIB- en CILT-index van de CITOgroep.
De 'Taalsteun' in de handleiding geeft adviezen voor de ondersteuning van taalzwakke leerlingen. De methode is geschikt voor zelfstandig werken en combiklassen.
Differentiatie in tijd, plaats en persoon kan met de extra opdrachten in het werkboek, de bakkaarten en de tips in de handleiding.
De toetsen bestaan uit tien gesloten vragen en twee open vragen met antwoorden en een normering. De digitale hulpmiddelen van Meander staan online en zijn toegankelijk met een licentie.
De instructiesoftware voor het digitale schoolbord is beschikbaar voor groep 5 tot en met 8. Voor de leerlingen is 'zoek en leer'-software gemaakt: de zogenaamde ' slimmelingen'.
De methodes Meander, Naut, en Brandaan voor leerjaar 5 tot en met 8 zijn in samenhang ontwikkeld.



Samenstelling

Terug naar boven ↑

Voor groep 3 en 4 is er het pakket Naut, Meander en Brandaan voor natuur/techniek, aardrijkskunde en geschiedenis. Dit pakket bestaat uit een leer-doeboek voor de leerlingen en een handleiding voor de leerkracht.

Meander is voor de groepen 5 tot en met 8 en bestaat uit een handleiding voor de leerkracht en een lesboek, werkboek en antwoordenboek voor de leerling. Additionele materialen voor groep 5 tot en met 8: bakkaarten, software voor het digitale schoolbord en leerlingensoftware.
Alle benodigde kaarten staan in het lesboek, een extra atlas is niet nodig.



Vormgeving

Terug naar boven ↑

De lesboeken en de werkboeken van Meander zijn full colour, de lesboeken zijn gebonden met een harde kaft. De werkboeken zijn kleiner, geniet en hebben een slappe kaft. Er wordt gebruik gemaakt van foto's, tekeningen en kaarten. Ieder thema heeft een eigen kleur. Navigatie gaat door middel van een balk met gevisualiseerde tabs per les. Aan het eind van een les in het lesboek wordt verwezen naar het werkboek en omgekeerd. De handleiding is losbladig in een multomap en full colour.
De leer-doeboeken van Naut, Meander en Brandaan voor leerjaar 3 en 4 zijn A4 formaat full colour, geniet met een slappe kaft.



Didactische uitgangspunten en doelstellingen

Terug naar boven ↑

Het taalgebruik van Naut, Meander en Brandaan is afgestemd op de leesontwikkeling van de jaargroepen drie en vier. Spelen en leren staat centraal.

Meander is een thematisch-concentrische methode. Vijf thema's worden in leerjaar 5 en 7 behandeld, de andere vijf thema's in leerjaar 6 en 8.
De leerlijn in Meander is ontwikkeld aan de hand van de kerndoelen voor het leergebied oriëntatie op jezelf en de wereld. Om de thema's te verduidelijken zijn voorbeeldregio's uit de kerndoelen gebruikt.
De inhouden en accenten van Meander komen overeen met de domeinbeschrijving aardrijkskunde van CITO. Ook de topografie is gebaseerd op de herziene Citolijst van 2008 en aangevuld met extra topografie.
Meander kiest voor een exemplarische benadering die geen volledigheid nastreeft maar aandacht besteed aan processen in voorbeeldregio's.
Meander hanteert de geografische vierslag: waarnemen, verklaren, herkennen en waarderen. In de stapsgewijze opbouw van de lessen en in een volgorde die relevant is voor het onderwerp.
In Meander wordt naar de wereld gekeken vanuit het perspectief van een kind. Dit perspectief wordt gepersonifieerd door Meander, een getekend meisjesfiguur, de hoofdpersoon in de afsluitende verhalen per hoofdstuk.
De moeilijkheidsgraad van de teksten van Meander is bepaald met de CLIB- en CILT-index van de CITOgroep.
De 'Taalsteun' in de handleiding geeft adviezen voor de ondersteuning van taalzwakke leerlingen. De bakkaarten, met bij de thema's aansluitende extra opdrachten, zijn geschikt voor samenwerkend leren.



Leerstofinhoud

Terug naar boven ↑

In Naut, Meander en Brandaan voor leerjaar 3 en 4 komen acht thema's uit de kennisgebieden natuur en techniek, aardrijkskunde en geschiedenis aan bod:
1. Opruimen: over afval scheiden, oude- en nieuwe spullen en een spin in een spinnenweb.
2. Vieren: over feesten van verschillende culturen en de kalender.
3. Winkelen: over winkels, boodschappen en de herkomst van producten.
4. Varen: over water en wind en de flora en fauna van een waterplas.
5. Speuren: over een bos in de herfst.
6. Graven: over plantendelen en bodemdieren opgravingen.
7. Klimmen: over hoogtes, spierpijn en een klokkentoren.
8. Kamperen: over nachtdieren, nachtogen, tenten, de maan en sterrenbeelden.

In Meander voor leerjaar 5 tot en met 8 worden tien thema's behandeld gerelateerd aan de kerndoelen van het domein ruimte van het leergebied oriëntatie op jezelf en de wereld:
1. In het thema 'onderweg' wordt uitgelegd wat aardrijkskunde is;
2. Het thema 'om ons heen' gaat over verschillen tussen plaatsen in Nederland en dorpen en steden;
3. Het thema 'waterland' gaat over de zeespiegel en het ontstaan van land op de zeebodem;
4. Het thema 'platteland' gaat over de landbouw;
5. Het thema 'over de grens' gaat over de herkomst van voedsel in de supermarkt; 6. Het thema 'water' gaat over de deltawerken;
7. Het thema 'werk en energie' gaat over de dienstensector;
8. Het thema 'de aarde beweegt' gaat over de aarde en de zon;
9. Het thema 'streken en klimaten' gaat over temperatuurverschillen;
10. Het thema 'allemaal mensen' gaat over Nederlandse steden.

In groep 5 en 6 wordt de topografie van Nederland behandeld. In groep 7 Europa en in groep 8 de rest van de wereld.
De kernconcepten van actief burgerschap (democratie, participatie en identiteit) worden uitgewerkt in de thema's 1, 2, 4, en 5.



Leerstofordening

Terug naar boven ↑

In Naut, Meander en Brandaan voor groep 3 en 4 komen acht vakoverstijgende thema's aan bod (opruimen, vieren, winkelen, varen, speuren, graven, klimmen, kamperen). De eerste drie thema's zijn bedoeld voor de tweede helft van leerjaar 3.

Meander, voor leerjaar 5 tot en met 8, kent een thematisch-concentrische opbouw in tien thema's. In groep 5 worden de volgende thema's behandeld: onderweg, om ons heen, waterland, platteland en over de grens. Deze thema's worden opnieuw in groep 7 behandeld. In groep 6 worden vijf andere thema's behandeld: water; werk en energie; de aarde beweegt; streken en klimaten; allemaal mensen. Deze thema's komen terug in groep 8.
In groep 5 en 6 wordt de topografie van Nederland behandeld. In groep 7 Europa en in groep 8 de rest van de wereld.



Planning/tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

In Naut, Meander en Brandaan worden in leerjaar 3 voor drie thema's per jaar negen lessen van 35 minuten ingepland. Voor leerjaar 4 zijn dit 15 lessen van 35 minuten.

Het basispakket van Meander beslaat per jaar 5 thema's in 25 lessen van 50 minuten, inclusief toetsing. Met de additionele bakkaarten kunnen nog 10 extra lessen van 50 minuten gegeven worden.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

In Naut, Meander en Brandaan worden in groep 3 drie thema's behandeld en in groep 4 vijf thema's. Elk thema bestaat uit drie lessen. De eerste les wordt besteed aan het bekijken van een thema-zoekplaat waarna de leerkracht een verhaal voorleest over de fantasiefiguren Naut, Brandaan en Meander. Meander blijft als karakter terugkomen in de aardrijkskundemethode; Naut en Brandaan komen terug in respectievelijk de natuur en techniekmethode en de geschiedenismethode.
De tweede en derde les bestaan uit opdrachten over het onderwerp van de themaplaat en het verhaal.

Voor groep 5 tot en met 8 kent Meander een thematisch-concentrische opbouw in tien thema's. De thema's uit groep 5 worden herhaald in groep 7, de thema's van groep 6 worden herhaald in groep 8. Ieder thema (hoofdstuk) is opgebouwd uit 5 lessen.
• In de eerste twee lessen wordt kennis opgebouwd aan de hand van vier stappen per les. In de eerste stap wordt het onderwerp geïntroduceerd, de tweede stap is verdiepend, de derde stap is verklarend en de vierde stap gaat over de betekenis voor mensen.
• Iedere derde les is een topografieles. De topografie wordt in drie stappen, eerst in delen, aangeboden waarna in stap 4 het geheel herhaald wordt.
• De vierde les bestaat steeds uit: stap 1 een samenvatting in stripvorm, stap 2 een begrippenoverzicht. Stap 3 en 4 richten zich op verrijking.
• In de vijfde les wordt het thema (hoofdstuk) afgesloten met een toets en een themaverhaal.
De bakkaarten zijn optioneel zijn bieden opdrachten voor vakoverstijgende activiteiten en samenwerkend leren. Bovendien houden de opdrachten van de bakkaarten rekening met verschillen in leerstijlen.
De opdrachten in het werkboek verschillen per thema en les. Er zijn invuloefeningen, aankruisopdrachten, kruiswoordpuzzels en inkleuropdrachten.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

In Meander is iedere les door de leerling deels of geheel zelfstandig uit te voeren. Hierdoor is de methode te gebruiken voor combinatieklassen. Ook de additionele bakkaarten en de leerlingensoftware zijn geschikt voor zelfstandig werken, zowel individueel als in kleine groepjes.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

Bij elke les in de werkboeken staan twee extra opdrachten voor de snellere leerling. De extra opdrachten hebben vaak een open karakter, waar meer inzicht voor nodig is. In de handleiding staan tips om de opdrachten moeilijker te maken. De 'Taalsteun' in de handleiding geeft adviezen voor de ondersteuning van taalzwakke leerlingen.
Differentiatie naar leerstijl gebeurt voornamelijk met de bakkaarten. De opdrachten zijn gemaakt volgens de meervoudige intelligentietheorie van Howard Gardner.



Evaluatie/toetsing

Terug naar boven ↑

Voor groep 3 en 4 zijn geen toetsen. Vanaf groep 5 wordt elk thema afgesloten met een toets. Er worden thematische en topografische doelen getoetst.
De toetsen zitten in de handleiding als kopieerbladen. De toetsen bestaan uit tien gesloten vragen en twee open vragen. De leerlingen hebben 30 minuten om de toets te maken.
De antwoorden, een normering en een registratieformulier worden meegeleverd in de handleiding. De toetsvragen zijn niet aan te passen.



ICT

Terug naar boven ↑

De digitale hulpmiddelen van Meander staan online achter een inlog met wachtwoord en zijn toegankelijk met een licentie.
De instructiesoftware voor het digitale schoolbord is beschikbaar voor groep 5 tot en met 8. De software bevat animaties of filmpjes bij elk thema, audiofragmenten, hyperlinks, simulaties en oefeningen. De software is geschikt voor elk type digitaal schoolbord.
Voor de leerlingen is 'zoek en leer'-software gemaakt. Met deze zogenaamde 'slimmelingen' kan het kind informatie zoeken in een afgebakende omgeving. De slimmelingen doorzoeken het lesmateriaal van alle jaargroepen van Meander, Brandaan (geschiedenis) en Naut (natuur en techniek). De zoekresultaten laten de vindplaats zien en het type bron, zoals begripsomschrijving, audiofragment of animatie.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

De methodes Meander voor aardrijkskunde, Naut voor natuur en techniek en Brandaan voor geschiedenis hebben dezelfde opbouw en structuur, dezelfde didactiek en dezelfde samenstelling. De personages uit de drie methodes ontmoeten elkaar in de verhalen.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor beschrijving geraadpleegde materialen

Alle materialen voor de leerjaren 3 tot en met 8.

Naam/functie van de beschrijver

Leonne Leurink, SLO

Datum afronding beschrijving

februari 2010

Ervaring

Ervaring: Meander (groep 5)





Samenvatting

Terug naar boven ↑

Met Meander werk ik met plezier doordat ik de ruimte krijg om de les aan te passen aan het niveau van mijn leerlingen. En ik werk met plezier met Meander, omdat ik de tijd heb om met aanvullend beeldmateriaal de les te verduidelijken. De kinderen werken met plezier aan Meander, omdat de methode past in mijn onderwijs waarin zelfstandig werken en leren vooraan staat. Voor de kinderen is Meander aantrekkelijk om te zien en ruim voldoende sterk in opbouw van inhoud.
Ik kan Meander goed gebruiken in combinatie met de methodes Naut en Brandaan, vanwege de overeenkomende opzet en vormgeving. Het is echter geen geïntegreerde methode voor alle zaakvakken en de drie methodes staan qua inhoud los van elkaar.
Meander biedt mogelijkheden om te werken met bakkaarten en daarvan maak ik gebruik. Het kost mij veel tijd om de bakkaarten in mijn onderwijs in te passen en ik vind het moeilijk om kinderen in mijn groep zelfstandig te laten werken met deze bakkaarten, vanwege het ‘vrije’ karakter ervan. Er is veel overleg en samenwerking tussen de kinderen bij het gebruik van de bakkaarten. In mijn school hebben we het hierover al meerdere keren met collega’s gehad.
Op de school waar ik werk hebben we in overleg afspraken gemaakt over de beoordeling van de toetsen. In de hoogste groepen vinden collega’s de topografie niet toerijkend, de lagere groepen in de bovenbouw vinden bij Meander wel wat ze hadden verwacht op dit gebied.
Het niveau van de leerstof voor de leerlingen is in groep 5 vrij hoog. De kinderen moeten leren omgaan met het zelfstandig werken met de teksten, maar daarna kunnen zij goed uit de voeten met de methode. Meander laat de kinderen in groep 5 eerst wennen aan het vakgebied, voordat het met topografie komt. Ik vind dit een prettige manier van werken. Het differentiëren met de methode lukt mij het best door de methode in te zetten in het zelfstandig werken. Kinderen kunnen dan in hun eigen tempo de inhoud verwerken. De extra opdrachten en de bakkaarten kunnen dan als nuttige aanvulling gebruikt worden voor de snelle leerlingen. Voor taalzwakke leerlingen is Meander niet beter dan andere methodes, al geeft de methode wel veel aanwijzingen om de lessen af te stemmen op bijvoorbeeld NT2-leerlingen.



Context waarbinnen het leermiddel gebruikt is

Terug naar boven ↑

Ik gebruik de methode naast de andere twee uitgaven van dezelfde reeks: Brandaan (geschiedenis) en Naut (natuur en techniek). In de school waar ik werk is zelfstandig werken en zelfstandig leren naast gedifferentieerd onderwijsaanbod het belangrijkste speerpunt. Bij het aanschaffen van de methode verwachtte ik met deze methode voldoende mogelijkheden te hebben om leerlingen er zelfstandig mee te laten werken. De school staat in een omgeving waar ouders gemiddeld een modaal tot boven-modaal inkomen hebben en van autochtone afkomst zijn. Ons schoolbeleid is er op gericht ook veel aandacht te hebben voor leerlingen die meer aan kunnen. Daarom verwachtte ik bij de aanschaf van deze methode ook voldoende aanknopingspunten te krijgen om leerlingen meer uitdagende opdrachten te geven.

Ik werk nu drie jaar op deze school en ik gebruikte Meander voor het eerst in mijn eerste jaar dat ik zelfstandig voor de groep stond. Ik werk nu voor het derde jaar met Meander in groep 5. Alle kinderen van de groepen 5 tot en met 8 gebruiken de methode. In principe gaan mijn collega’s op mijn school er vanuit dat alle vijf de thema’s in één jaar behandeld worden. Ik gebruik de methode daarom als leidraad en pas het in het jaarrooster in, zodat alle thema’s aan bod komen in één jaar. Alleen voor schoolprojecten pas ik de volgorde van behandelen van de thema’s aan. Ik gebruik wel enkele keren per jaar het onderwerp van een thema als startpunt voor een klassenproject. Zo gebruik ik dit jaar het thema Platteland om de kinderen rondom de twaalf provincies te leren zoeken naar informatie op internet. En leren zij bij het werken aan dit thema een presentatie te houden met MS powerpoint. Daarbij gebruik ik Slimmelingen als hulpmiddel voor de leerlingen. Ik heb daartoe drie computers in mijn groep beschikbaar. Daarnaast heb ik de beschikking over een digitaal schoolbord in mijn lokaal.



Leerstofinhoud en -ordening

Terug naar boven ↑

Meander groep 5 bestaat uit vijf thema’s. Omdat dit het eerste deel van de methode is, hecht ik aan de opbouw van de methode wat betreft inhoud en moeilijkheid. In groep 5 start de methode met de splitsing in de vakken geschiedenis, aardrijkskunde en natuur. Er is een onderdeel voor groep 4, maar dat heeft mijn school niet aangeschaft. Het eerste thema van groep 5 gaat over de inhoud van het vak aardrijkskunde. De kinderen leren in dat thema aardrijkskunde herkennen in de wereld om hen heen. Daarna leren zij kaartlezen door van perspectief te veranderen. Ik vind de inzet van het digitale schoolbord i.c.m. websites als Google Maps een verrijking van het aardrijkskunde onderwijs. De handleiding laat de ruimte voor mij als leerkracht om dergelijke middelen in te zetten en doet ook suggesties om de les verder aan te vullen. Met alleen de inhoud van de les zoals hij in de handleiding is beschreven worden de kerndoelen gehaald, maar aardrijkskunde wordt een leuker vak voor mijn leerlingen als ik de suggesties uitvoer.
Ik volg in het schooljaar steeds de handleiding wat betreft de thema-volgorde, omdat later in het jaar stapsgewijs steeds meer topografie aan de thema’s wordt gekoppeld. Het begin van het jaar bevat daardoor weinig topografie. De kinderen leren eerst vanuit hun eigen omgeving naar het vak aardrijkskunde te kijken. En daarna leren zij inhouden en attitudes volgens de laatste didactische ideeën over aardrijkskunde. De geografische vierslag zit verwerkt in de lessen:
- waarnemen/beschrijven in de eerste les van het thema: het onderwerp dichtbij de leefwereld van het kind;
- herkennen: hoe zien ze het geleerde in hun eigen omgeving;
- verklaren: het kind leert waarom zijn omgeving er juist zó uitziet;
- waarderen: het kind bouwt zo attitudes op ten opzichte van zijn omgeving.
De thema’s in groep 5 vind ik goed aansluiten op de leefwereld van de kinderen. Er zijn veel parallellen te vinden met thema’s het jaarritme en de vormgeving past goed bij de leeftijdsgroep. Halverwege het jaar komt het onderwerp water aan bod, op het moment dat smeltende sneeuw zorgt voor hoog water. En aan het eind van het schooljaar, wanneer de lange zomervakantie eraan komt, gaat het thema over vervoer en reizen. Dat geeft voldoende aanknopingspunten om met de kinderen te praten over het thema.



Planning en tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

Omdat ik naast Meander ook Naut en Brandaan gebruik, wissel ik deze drie af. Ik werk steeds afwisselend een periode aan twee vakgebieden tegelijk. De thema’s zijn interessant voor de kinderen, maar drie verschillende vakgebieden in één week geeft mij onvoldoende ruimte om de lessen goed te introduceren.
De voorbereidingstijd voor de lessen van Meander vind ik normaal. De methode zelf biedt wat achtergrondinformatie die je vooraf minimaal gelezen moet hebben. Daarnaast vind ik het nodig om te zoeken naar aansluitende filmpjes of een andere activiteit als introductie op een les te bedenken.
De bakkaarten zijn in de klas te gebruiken naast de reguliere stof als uitbreiding of om kinderen actief met het thema te laten werken. De tijd die de inzet van deze kaarten aan voorbereiding kost is voor mij een drempel om alle kaarten uit te voeren. Meestal kies ik er enkele die ik laat maken door wat snellere kinderen. Tijdens een projectweek gebruik ik bakkaarten van de verschillende vakgebieden Meander, Naut, Brandaan door elkaar.
Gedurende een week behandel ik een les uit Meander en een les uit Naut, of Brandaan. En dat in afwisselende volgorde, maar nooit meer dan twee vakgebieden tegelijk. Ik gebruik ongeveer 20 minuten om het onderwerp te bespreken, te introduceren of na te bespreken. En ik geef de kinderen ongeveer 20 minuten per week per vak om de opdrachten te maken. Omdat de verwerking in mijn groep tijdens het zelfstandig werken gebeurt, wisselt de tijd die een leerling hieraan besteedt per kind. De kinderen kunnen zelf nakijken en daardoor is relatief weinig tijd nodig voor nawerk. Wel bekijk ik de schriften om te zien hoe de leerlingen gewerkt hebben aan de opdrachten. Of ik bespreek de opdrachten klassikaal na.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

De instructies geef ik klassikaal. Ik introduceer het onderwerp met een gesprek, met het maken van een woordweb rondom het thema of met een filmpje. De afbeeldingen in het boek helpen vaak bij het introduceren, en het thema start met een verhaal dat de kinderen aanspreekt en de introductie goed ondersteunt. Ik vind het prettig hoe Meander mij de ruimte geeft om de les verder aan te vullen naar eigen inzicht. Ik kan zo beter inspelen op de specifieke achtergrond van de kinderen in mijn groep. Zowel qua werkvorm, als qua context van de introductie. In de regel lees ik de teksten van het boek samen met de kinderen door. Dit doe ik bewust wel, waar er ook redenen kunnen zijn om dat niet te doen. Het geeft dyslectische leerlingen meer houvast, maar het biedt ook NT2-leerlingen meer context.
Tijdens de verwerking van het geleerde zijn de kinderen zelf bezig met de opdrachten. De opdrachten vind ik afwisselend, omdat de kinderen zowel gesloten als open vragen beantwoorden en de vragen in verschillende vormen gepresenteerd worden. Zo zijn vragen verwerkt in een puzzel, moeten kinderen volgordes aangeven, of zelf een plattegrond tekenen in het boek. De opdrachten passen bij de didactiek van aardrijkskunde. En er is een opbouw in moeilijkheid in de vragen. In de eerste les wordt vooral gevraagd naar reproductie van het geleerde. En in de laatste les wordt het geleerde meestal in een andere context nog eens toegepast.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

Ik vind het erg belangrijk dat de kinderen met Meander zelfstandig uit de voeten kunnen. Bij de keuze voor Meander heeft de werkgroep uit mijn schoolteam hier extra goed naar gekeken. Meander heeft een heldere structuur, waarbij elk thema uit vier lessen bestaan. En elke les bestaat uit vier stappen. Bij één stap hoort één bladzijde in het tekstboek en doorgaans één bladzijde uit het werkboek. Bovenaan elke pagina van het tekstboek staat het thema in de vorm van een tab van een tabblad. Daarnaast staan de tabs van elke les. De tab van de les waarvan de pagina is geopend heeft een andere kleur. Dit correspondeert met de vormgeving van tabbladweergaven op websites en in sommige software. Tijdens het zelfstandig werken hoor ik kinderen elkaar wijzen op deze structuur: “kijk, hier bovenaan staat welke les het is”.

Ik werk met een tweedagen taak in mijn groep. De kinderen krijgen een takenblad met daarop de taken voor die twee dagen (maandag en dinsdag, of donderdag en vrijdag). Voor Meander volstaat het opschrijven van het thema, de les en de te maken stap in het werkboek. De kinderen vergissen zich hierin nauwelijks. Bij het maken van de verwerking zie ik dat de aanpak van de opdrachten per kind sterk verschilt. Kinderen die doorgaans weinig begeleiding nodig hebben op werkmotivatie bij andere vakken, kunnen ook goed uit de voeten met de opdrachten van Meander. Kinderen die veel controle nodig hebben geven vooral bij open vragen weinig goede antwoorden. Bij hen zie ik dat zij zelfstandig weinig serieus met de opdracht omgaan en van de open vragen niet leren wat ze zouden moeten leren. Hen begeleid ik extra, door gebrekkig gemaakte opdrachten steevast terug te geven. En door slecht gemaakte opdrachten met hen te bespreken en te zoeken naar de reden dat de opdracht niet goed gemaakt is.
In de regel laat ik de kinderen met de meegeleverde antwoordenboekjes zelf hun antwoorden controleren. Ik vind dat ik in groep 5 niet kan volstaan met enkel deze zelfcontrole en bespreek daarom ook regelmatig klassikaal de opdrachten na. In individuele gevallen controleer ik samen met het kind. In mijn groep ging dat afwisselend per periode om ongeveer 6 jongens en 2 meisjes.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

De handleiding van Meander geeft aan dat ik op tenminste drie manieren kan differentiëren met de methode. Tempodifferentiatie voor de snellere leerling gebruik ik bij het zelfstandig werken regelmatig. Het is één van de mogelijke keuzes voor de kinderen tijdens het zelfstandig werken. Het is dan een extra keuze en niet alle kinderen komen daaraan toe. Tijdens de instructies maak ik vaak gebruik van de tips van de methode die in de handleiding staan beschreven. Ik stel veel open vragen die iets moeilijker zijn, of ik stel vragen die juist iets makkelijker zijn. Afhankelijk van de tijd gebruik ik de tips die de handleiding geeft om het aanbod uit te breiden.
De bakkaarten geven de derde differentiatiemogelijkheid. De differentiatie op leerstijl betekent dat de kaarten verschillende leerstijlen aanspreken. En ondanks dat ik dit een goede insteek vind, lukt het mij vaak niet alle bakkaarten te gebruiken. Ik kies meestal de bakkaarten uit waarmee de kinderen zelfstandig kunnen werken als extra keuze. Het wordt daarmee gebruikt als tempodifferentiatie. Dat ik de kaarten niet allemaal inzet heeft ook met voorbereidingstijd te maken. En ik vind niet alle kaartopdrachten praktisch goed haalbaar. Er zijn kaarten waarbij de leerstijl muzisch/ritmisch in wordt gezet. Dat vond ik lastig te combineren met een rustig werkende groep kinderen in een klein lokaal. Ik zie nog wel mogelijkheden om dergelijke opdrachten uit te voeren, maar dan zou ik de kaarten inzetten als invulling voor andere vakgebieden. Ik denk dan aan een vervanging van de muziekles door het uitvoeren van een bakkaart van Meander.
Voor NT2-leerlingen en autochtone leerlingen met een taalachterstand geeft Meander inhoudelijk goede suggesties. De hulpkaarten die de handleiding aanbiedt gebruik ik niet, omdat ze overeen komen met soortgelijke kaarten die ik van de methode begrijpend lezen gebruik.



Evaluatie (toetsing)

Terug naar boven ↑

Aan het eind van ieder thema gebruik ik de toetsen van Meander om het effect van de lessen te meten. Ik zie aan de resultaten soms iets verrassends en vaak bevestigt het mijn beeld van de prestaties van leerlingen. Ik merk dat kinderen die serieuzer met de opdrachten omgaan de toetsopgaven beter maken. Kinderen die erg geïnteresseerd zijn in het onderwerp, die dat misschien al waren voordat ze de lessen kregen, maken de toetsopgaven ook goed. De vragen zijn vaak in multiple choice-vragen geformuleerd. Daardoor is de kans dat kinderen het goede antwoord gokken groter dan bij open vragen. Ik merk dat open vragen mij het meest zeggen over het leerrendement van het kind. Enkel bij taalzwakke kinderen gaat dit niet op.
Met mijn collega’s van de andere groepen heb ik afspraken gemaakt over de normering van de toetsen, zodat er een eerlijke vergelijk zou zijn in de volgende groepen. De eerste toetsen in groep 5 zijn namelijk vrij eenvoudig. Later in het jaar zijn de vragen ingewikkelder.



ICT

Terug naar boven ↑

De methodes Meander, Brandaan en Naut hebben het onderdeel Slimmelingen als leerlingsoftware. Ik maak hiervan gebruik in mijn lessen door filmpjes of afbeeldingen in te zetten als ondersteuning bij instructies. De leerlingen kunnen dit online programma gebruiken als zoekmachine; het staat bij ons als een link op de bureaubladen van de leerjaren 5 tot en met 8. De zoekmachine geeft bij een zoekactie van de kinderen suggesties voor verder zoeken. Hierdoor vinden de kinderen aardig materiaal. Het is meestal niet voldoende om de opdrachten van de bakkaarten mee uit te voeren. Op enkele bakkaarten wordt gevraagd om op internet naar informatie te zoeken. De leerlingen krijgen dan weinig handvatten om dit zelfstandig te doen. In groep 5 vind ik dat toch een minimaal vereiste.
Voor mijn instructies maak ik vaak gebruik van andere bronnen dan Slimmelingen. Ik zet programma’s, filmpjes of afbeeldingen in om het onderwerp van de les te verduidelijken of de leerlingen te enthousiasmeren. 
Ik heb geen toegang tot de digibordlessen die er zijn voor de methodes. Ook de digitale boeken kan ik niet gebruiken. Malmberg vraagt hier geld voor en wij hebben ervoor gekozen hieraan geen geld uit te geven.



Aansluiting bij identiteit/signatuur school

Terug naar boven ↑

De onderwijsvisie van de school waar ik werk is “Het ‘nieuwe leren’, ‘met kinderen leren’, in een ‘anders georganiseerde’ school. Een ‘lerende’ school, met ‘lerende’ medewerkers.”. Bij die visie vonden mijn team en ik het belangrijk om een wereld-oriëntatie methode te kiezen die vakgebieden zou integreren. Een methode die veel zelfstandigheid vraagt van kinderen en creatieve verwerking mogelijk maakt. Ook wilde ik met de werkgroep zoeken naar een methode die de leerkracht de mogelijkheid geeft zelf zijn lessen verder in te delen. Een leerkracht op onze school kan zo zoeken naar informatie die bij het thema aansluit en past in de leefwereld van de kinderen in zijn groep.
Meander, Brandaan en Naut geven de leerkracht suggesties om de les van een minimumaanbod uit te breiden en laten de leerkracht in het programma ruimte zelf keuzes te maken voor uitbreiding of verdieping. En de structuur van de methode is helder en daardoor is de methode goed in te zetten om leerlingen zelfstandig mee te laten werken.
Behalve dat Meander geen geïntegreerde methode voor alle zaakvakken is, hebben deze kenmerken uiteindelijk de doorslag gegeven bij de keuze.



Niveau leerling

Terug naar boven ↑

Meander is mooi vormgegeven en gaat uit van voorbeelden die de kinderen aanspreken. Dat enkele foto’s ook in de stad gemaakt zijn waar de school staat, helpt daar ook bij. De kinderen begrijpen goed waarover het in de lessen gaat. De leerlingen kunnen zich naar mijn idee goed identificeren met de kinderen die als voorbeeld genomen zijn in Meander. De verhalen tussen de thema’s in vinden ze meestal leuk en geven een context waarnaar ik kan teruggrijpen.
De teksten en de taal in de teksten zijn aan het begin van groep 5 voor mijn leerlingen nog erg moeilijk geweest dit jaar. Ik heb aan het begin van het jaar veel geïnvesteerd in het aanleren van de schooltaal die de methode gebruikt. Omdat ik de methode wil inzetten voor zelfstandig werken, is het belangrijk dat de kinderen zelf met de teksten en de opdrachten uit de voeten kunnen. Ik merkte dat dit aan het begin van het jaar erg moeilijk was voor de kinderen. Zij waren in groep 4 niet gewend een opdracht uit te voeren die hen via papier gegeven wordt. Gaandeweg leren ze kritischer de tekst en de opdracht te lezen, maar in het begin van het schooljaar heb ik hierin veel moeten investeren.



Feedback

Terug naar boven ↑

Op verschillende momenten heb ik met mijn collega’s het gebruik van de methode geëvalueerd. Mijn collega’s waren enthousiast over Meander. Toch zijn er ook enkele minpunten naar voren gekomen. In overleg in het team over het gebruik van Meander kwam bijvoorbeeld naar voren dat de ene docent hogere cijfers gaf aan dezelfde kinderen, dan de andere. Omdat mijn collega’s en ik hierin gelijke maten wilden maken, hebben hierover afspraken gemaakt. We hebben samen normeringen vastgesteld bij de toetsen. Verder was het nodig om het gebruik van de bakkaarten onder de aandacht te brengen. Mijn collega’s gebruiken niet allemaal de bakkaarten. Redenen die zij hiervoor geven zijn:
- gebrek aan tijd;
- de opdrachten kosten veel voorbereidingswerk;
- de opdrachten zijn moeilijk in de gewone klassensituatie in te passen.
Over de afwisselende opdrachten in het werkboek zijn mijn collega’s en ik het eens. Deze methode geeft goede mogelijkheden om de lessen naar eigen inzicht in te delen. En Meander past goed bij het zelfstandig werken in onze school.
Verder zijn de meningen verdeeld in mijn team over de hoeveelheid topografie. Collega’s van groep 7 en 8 geven aan mij aan dat ze vinden dat er meer topografie in de methode zou moeten zitten. Collega’s van groep 5 en 6 vinden dit een minder belangrijk verbeterpunt.
Leerlingen in groep 5 zijn enthousiast over de vakken. Bij de vorige methode waren de kinderen ook enthousiast over de vakgebieden aardrijkskunde, natuur&techniek en geschiedenis. Toen gaven de opdrachten echter weinig aanleiding om met de kinderen te praten over het onderwerp. In Meander is dat wel het geval, de context van de opdrachten ligt dicht bij de belevingswereld van de kinderen. Dit is absoluut een pluspunt in mijn ogen.



Vormgeving

Terug naar boven ↑

Meander is duidelijk gestructureerd door gebruik van kleur en kaders. Elk thema heeft een andere kleur; elk tabblad van de les waarmee je bezig bent heeft een andere kleur; en er is rekening gehouden in de vormgeving met de leesrichting. Zo wordt onderaan de bladzijde in het tekstboek verwezen naar de bijbehorende pagina in het werkboek. Tussen de opdrachten in het werkboek zijn duidelijke witregels gelaten. Kinderen zien echter wel regelmatig een opdracht over het hoofd, doordat er gebruik is gemaakt van een opdrachtnummering met subnummers (6a en 6b), waarbij 6b dan onder een afbeelding staat en 6a erboven.

De afbeeldingen in het tekstboek en in het werkboek komen qua context overeen en ik merk dat dit kinderen helpt te begrijpen waar het over gaat. Ook helpt het voor de motivatie dat alles er vrolijk en interessant uit ziet doordat de afbeeldingen allemaal in kleur zijn afgedrukt. De harde kaft van de tekstboeken beschadigt snel in de kastjes van de kinderen. Ik laat hen de boeken na elke les, of na elk zelfstandig werkuur weer inleveren op een vaste plek. De werkboekjes hebben een eenvoudige kaft, maar raken door het formaat gemakkelijk in de verdrukking in de kastjes van de kinderen. Hierdoor hebben meerdere werkboekjes geen kaft meer. De afmetingen van de tekstboeken vind ik minder prettig. Dit is namelijk breder dan A4 en steekt daardoor uit op de stapeltjes boeken in de kastjes van de kinderen. Ook gaat de glans van de kaft eraf door het schuren van de boeken op elkaar.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

Toen ik drie jaar geleden voor het eerst met Meander ging werken, kon ik gemakkelijk met de handleiding uit de voeten. Ik heb de methode gebruikt in combinatie met de methodes Brandaan en Naut. De opzet van deze methodes is hetzelfde, qua vormgeving en qua indeling van de leerstof. Ik vond het daardoor gemakkelijk om met deze methodes aan de slag te gaan.
Dit jaar heb ik voor het eerst onderdelen van Meander toegepast in een project. De bakkaarten gaven ideeën die ik makkelijk in het project over water kon inpassen. De handleiding geeft enkele suggesties die ik ook kon gebruiken om het project invulling te geven. De combinatie met bakkaarten van Naut vond ik daarbij ook eenvoudig te maken. Door de overeenkomsten tussen Meander, Naut en Brandaan kunnen mijn leerlingen snel aan de slag met het materiaal: doorzien ze het werken met één van de drie, dan doorzien ze het bij allemaal.
Hoewel er overeenkomsten zijn op indeling en vormgeving tussen Meander, Naut en Brandaan, is er geen sprake van een geïntegreerde methode voor alle zaakvakken. Projectmatig werken met de thema’s moet ik zelf vormgeven met Meander en de andere methodes.
Bij de invoering van de methode heeft mijn school geen gebruik gemaakt van een cursus van de uitgever. Wij zijn zelf aan de slag gegaan met Meander. Wel hebben we het gebruik van de methode meerdere malen in teamoverleg besproken. We hebben afspraken gemaakt over het beoordelen van toetsen en het inzetten van Meander bij het zelfstandig werken. We hebben ernaar gestreefd om in de school zoveel mogelijk op dezelfde manier gebruik te maken van de methode.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor 'Ervaring' geraadpleegde/gebruikte materialen

Van groep 5: handleiding, lesboek, werkboek, nakijkboekje, bakkaarten, Slimmelingen.

Naam/functie evaluator

Jorn Vrakking, leerkracht en ict-coördinator

Schooltype-groep/leerjaar

PO groep 5

Datum afronding ervaring

18 juni 2010

Ervaring: Meander (groep 6)





Samenvatting

Terug naar boven ↑

Toen wij drie jaar geleden de overstap hebben gemaakt naar Meander had ik hoge verwachtingen, maar was tegelijk ook sceptisch. Sceptisch omdat een nieuwe methode het gevaar heeft om last te hebben van 'kinderziektes', daar is echter bij Meander geen sprake van.
De kinderen zijn over het algemeen enthousiast over deze methode. Vooral het samenwerken en het werken met de bakkaarten vinden ze leuk.
Meander is een aantrekkelijk vormgegeven methode. De opbouw van de hoofdstukken is heel duidelijk evenals de verwijzing naar het werkboekje. Deze opbouw maakt dat de kinderen zich snel 'thuis' voelen in de methode. De handleiding is duidelijk en inhoudelijk compleet.

In één jaar worden vijf thema's behandeld. Elk thema bestaat uit vier lessen. De lessen zijn volgens vier duidelijke stappen opgebouwd. Iedere les doorloop je de vier stappen. Voor de kinderen is deze opbouw heel duidelijk en herkenbaar. De inhoud van de thema's kent voldoende variatie en spreekt de kinderen aan. Gebeurtenissen uit de recente geschiedenis zijn in de methode opgenomen.
Bij de verwerking van de opdrachten worden in de handleiding regelmatig suggesties gegeven om met behulp van een andere leerstijl een opdracht te maken. Meestal gaat het dan om een coöperatieve verwerking van de opdracht.

Het jaarprogramma van Meander bevat 25 lessen. In het jaarprogramma heb je daarom voldoende ruimte over om verdiepend met de methode aan de slag te gaan, hiervoor zijn de bakkaarten goed te gebruiken. De voorbereiding van de lessen kost niet veel tijd. Alle stappen staan duidelijk in de handleiding met suggesties om de lesstof makkelijker of juist moeilijker aan te bieden.

In Meander kan iedere les zelfstandig verwerkt worden, maar de handleiding biedt ook voldoende duidelijke instructiemogelijkheden voor een klassikale verwerking. De teksten zijn geschreven op AVI M6 niveau. Voor taalzwakke en NT2 kinderen is in de methode een taalkatern opgenomen waarin uitgelegd wordt hoe je deze kinderen kunt ondersteunen.
De kinderen die sneller werken kunnen aan de slag met de extra opdrachten aan het einde van iedere les.

De toetsen zijn inhoudelijk goed van opzet en bestaan uit tien meerkeuzevragen en twee open vragen. De resultaten laten duidelijk zien welke kinderen de lesstof beheersen en welke kinderen de lesstof niet beheersen. Als leerkracht moet je de toetsen zelf analyseren.

Als gebruiker van Meander kun je jezelf eenmalig registreren via www.malmberg.nl. Op de pagina van de methode Meander staan veel handige hulpmiddelen.



Context waarbinnen het leermiddel gebruikt is

Terug naar boven ↑

Na een aantal jaren werkzaam te zijn geweest in de detailhandel heb ik in 2005 de overstap gemaakt naar het onderwijs. Ik heb eerst twee jaar in groep 4 lesgegeven, daarna drie jaar in groep 5 en dit is mijn tweede jaar in groep 6.
De school waar ik werkzaam ben is van Protestants Christelijke signatuur en werkt volgens het leerstofjaarklassensysteem. De verschillende vakken worden los van elkaar aangeboden, binnen de verschillende vakgebieden is ruimte voor extra ondersteuning of uitdaging.

Toen wij drie jaar geleden de overstap hebben gemaakt naar Meander had ik hoge verwachtingen, maar was tegelijk ook sceptisch. Hoge verwachtingen omdat de lesstof inhoudelijk behoorlijk diep gaat ten opzichte van de vorige methode. Sceptisch omdat een nieuwe methode het gevaar heeft om last te hebben van 'kinderziektes', onvolkomenheden die in een tweede of latere uitgave verbeterd worden. De groepen 5 t/m 8 zijn na de zomervakantie in één keer overgestapt op Meander. Hiervoor was geen voorbereidend werk nodig, de kinderen konden zo overstappen naar de nieuwe methode.

Wij hebben er op school voor gekozen om naast de les- en werkboeken ook de bakkaarten te gebruiken. De software 'slimmelingen' gebruiken we bewust niet.
Eén leerjaar bevat vijf thema's die per schooljaar worden behandeld. Daarnaast gebruik ik de bakkaarten om volgens de intelligentietheorie van Howard Gardner op een andere manier met de lesstof om te gaan. Bij de methode wordt een uitgebreide test geleverd om te ontdekken welke leerstijl het best bij de verschillende kinderen past. Voor de verwerking van de bakkaarten is soms een aantal computers nodig.
Tijdens de instructie maak ik vaak gebruik van het SmartBoard, we maken geen gebruik van de beschikbare software voor het digibord. De benodigde informatie ter ondersteuning van de les haal ik van internet. Het is overigens niet noodzakelijk om een digibord in de klas te hebben om goed met de methode te kunnen werken.



Leerstofinhoud en -ordening

Terug naar boven ↑

Meander heeft voor de benadering van het vak gekozen voor een exemplarische benadering. Het gaat er om dat de kinderen de wereld om hen heen leren begrijpen. Met uitzondering van topografie kom je in deze methode dan ook geen stampwerk tegen.
De lessen kennen per thema een vaste ordening. In de eerste twee lessen wordt het onderwerp geïntroduceerd en verder uitgewerkt. De derde les is een topografieles waarbij de topografie in relatie staat tot het onderwerp. De vierde les is een herhaling en samenvatting van de eerdere lessen. Deze les wordt gevolgd door een toets.

De lessen zijn volgens vier duidelijke stappen opgebouwd. Iedere les doorloop je de vier stappen. Voor de kinderen is deze opbouw heel duidelijk en herkenbaar.
De eerste stap is de introductie van het onderwerp, waarbij aan de hand van duidelijk herkenbare verschijnselen de voorkennis wordt geactiveerd.
De tweede stap bouwt verder op die voorkennis en zoekt de verdieping.
Bij de derde stap wordt gezocht naar het waarom. Wat is de verklaring voor het verschijnsel?
De vierde stap gaat in op de gevolgen van het verschijnsel voor mensen, het land of het kind.
Dit is een prettige benadering van de lesstof omdat je begint bij de belevingswereld van het kind. Dan zoek je de verdieping en uiteindelijk kom je weer terug bij de belevingswereld van het kind. Prettig is ook dat de verschillende stappen heel duidelijk in de methode en het werkboek terugkomen.

In één jaar worden vijf thema's behandeld. Zelf houd ik me aan de volgorde van de thema's zoals in de methode wordt aangegeven. Het is echter goed mogelijk om een thema eerder of later in het schooljaar te behandelen. De inhoud van de thema's kent voldoende variatie en spreekt de kinderen aan.
Gebeurtenissen uit de recente geschiedenis zijn in de methode opgenomen. Een mooi voorbeeld is een les waarin de orkaan 'Katrina' die in 2005 de stad New Orleans trof wordt genoemd.

Bij de verwerking van de opdrachten worden in de handleiding regelmatig suggesties gegeven om met behulp van een andere leerstijl een opdracht te maken. Meestal gaat het dan om een coöperatieve verwerking van de opdracht.



Planning en tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

Het jaarprogramma van Meander bevat 25 lessen. In het jaarprogramma heb je daarom voldoende ruimte over om verdiepend met de methode aan de slag te gaan. Dit kan door het gebruik van de bakkaarten. Je kunt er ook voor kiezen om juist buiten de methode om aanvullende projecten uit te zoeken. Dit vind ik zelf prettig omdat je met lokale of regionale projecten in de praktijk kunt laten zien wat de kinderen in de methode hebben geleerd. Deze koppeling vind ik goed te maken.
De lessen uit de methode plan ik zoveel mogelijk in 'normale' schoolweken. De weken rond feestdagen en vakanties gebruik ik vooral om met de bakkaarten te werken. De opdrachten op de bakkaarten worden in groepjes uitgevoerd en zijn vooral gericht op het toepassen van het geleerde en het verkrijgen van inzicht. Zo is er een opdracht waarbij de kinderen op een wc-rol de afstand vanaf de aarde tot de planeten moeten tekenen. Bij deze opdracht gaan de kinderen pas echt beseffen hoe groot het heelal eigenlijk is.

De handleiding van Meander geeft aan dat een les 50 minuten duurt. Dit klopt wel ongeveer met de praktijk. In het begin had ik hier wel moeite mee omdat ik in mijn enthousiasme de neiging heb om te diep in te gaan op een onderwerp. Ook volgde ik letterlijk alle aangegeven stappen in de methode. De methode biedt veel suggesties en daarin moet je leren een keuze te maken. Dit jaar heb ik vooral gekeken naar de lesdoelen van de les. De aangegeven stappen heb ik losgelaten. Met alleen de lesdoelen voor ogen heb ik de lessen gegeven. Dit werkt voor mij prettiger en geeft meer rust.

De voorbereiding van de lessen kost niet veel tijd. Alle stappen staan duidelijk in de handleiding met suggesties om de lesstof makkelijker of juist moeilijker aan te bieden. De voorbereiding zit vooral in het gebruik van het digitale schoolbord. Omdat wij ervoor gekozen hebben om geen gebruik te maken van schoolbordapplicaties bij de methode moeten wij dit zelf ontwerpen. Ik vind dat wel prettig omdat je zo meer eigen invloed hebt op de les en actuele gebeurtenissen kunt meenemen in de les. Zo heb ik bij het thema over water, waarin de watersnoodramp van 1953 wordt besproken, gelijk actuele overstromingsgebieden meegenomen tijdens de les. Dit sluit dan weer aan bij de exemplarische benadering van de methode.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

In Meander kan iedere les zelfstandig verwerkt worden, maar de handleiding biedt ook voldoende duidelijke instructiemogelijkheden voor een klassikale verwerking. Daarbij worden suggesties gegeven om de lesstof moeilijker, makkelijker of uitgebreider te bespreken. Bij een klassikale verwerking zet ik de kinderen regelmatig aan het werk voor het uitvoeren van korte opdrachten. Ook stimuleer ik de kinderen om verder na te denken en met elkaar te overleggen door het stellen van 'waarom' vragen. Hier worden in de handleiding suggesties voor gegeven.
Na het zelfstandig doorlezen of het bespreken van de les maken de kinderen de vragen in het werkboekje. De opdrachten zijn gevarieerd en net als bij de bespreking van de les worden er diverse werkvormen toegepast. De kinderen kunnen zowel alleen als in tweetallen aan het werk. Van een aantal vragen kan het antwoord letterlijk uit de tekst worden gehaald, maar er zit in elke les ook een aantal inzichtvragen. Ieder jaar zijn er wel kinderen die juist aan die inzichtvragen weinig aandacht besteden.
Wanneer de kinderen aan het werk zijn om de vragen te maken loop ik rond in de klas en controleer vooral de antwoorden van de open-/inzichtvragen. Door het stellen van kritische vragen probeer ik de kinderen ertoe te bewegen hun antwoord aan te vullen of toe te lichten.
Het niveau van de vragen vind ik precies goed. Juist de variatie in makkelijke(re) vragen en moeilijke(re) vragen maakt dat de kinderen zich uitgedaagd blijven voelen om de opdrachten te maken. Het maken van de opdrachten is een goede herhaling en inoefening van de lesstof.

De teksten zijn geschreven op AVI M6 niveau. Voor taalzwakke en NT2 kinderen is in de methode een taalkatern opgenomen waarin uitgelegd wordt hoe je deze kinderen kunt ondersteunen. Het is goed mogelijk om hierbij de hulpmiddelen van de taal- of begrijpend lezen methode te gebruiken.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

Meander geeft aan dat de lessen goed zelfstandig zijn te verwerken. Het tekstboek kent een heel duidelijke verwijzing naar het werkboek. De teksten zijn in begrijpelijke taal geschreven en de afbeeldingen hebben een duidelijk toegevoegde waarde. Hoewel het goed mogelijk is dat de kinderen de lessen volledig zelfstandig maken, kies ik liever voor een klassikale benadering omdat ik wil inhaken op de voorkennis van de kinderen. Door het vertellen van een verhaal, een belevenis of een ezelsbruggetje blijft de lesstof beter hangen bij de kinderen. De ene keer kies ik ervoor om de tekst klassikaal te lezen, de andere keer laat ik de kinderen de teksten zelf lezen. Dit is afhankelijk van het onderwerp. Meander biedt je als leerkracht de ruimte om te variëren tussen een zelfstandige of klassikale verwerking.
Iedere les bestaat uit vier stappen, na iedere stap volgt een aantal vragen. Het eerste jaar heb ik gezocht naar een juiste manier van werken. Na iedere stap een aantal vragen maken of aan het einde van de les alle vragen laten maken. Beide varianten zijn goed mogelijk en kunnen naar eigen inzicht ingezet worden. Het antwoordenboekje geeft duidelijke antwoorden zodat vragen zowel klassikaal als zelfstandig kunnen worden nagekeken.
De kinderen kunnen de vragen zowel zelfstandig als in tweetallen maken. De bakkaarten zijn vooral gericht op samenwerkend leren. Individuele verwerking vind ik hierbij eigenlijk niet goed mogelijk.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

De lessen aardrijkskunde geef ik klassikaal. Aan de zwakkere kinderen geef ik pre-teaching. Ik neem met hen alvast de tekst door en bespreek de moeilijke woorden. Het gaat dan om kinderen met een laag leestempo en een zwak woordbegrip. In de regel slechts 1 à 2 kinderen per klas. Kinderen met een daisyspeler doen gewoon mee met de klassikale instructie en maken de vragen met behulp van de daisyspeler.
Na het bespreken van de les maken de kinderen de opdrachten zelfstandig. De zwakkere kinderen koppel ik aan een maatje zodat ze samen de opdrachten kunnen maken. De kinderen die sneller werken kunnen aan de slag met de extra opdrachten aan het einde van iedere les. Mijn ervaring is echter dat ze daar niet zo gemotiveerd voor zijn en dat de opdrachten niet altijd goed zijn te maken in de klas.
Vaak bestaan de extra opdrachten uit een schrijfopdracht waarbij de kinderen zich in de lesstof moeten inleven. Soms moeten de kinderen een aantal plaatsen opzoeken in een atlas en soms moet er informatie op het internet worden gezocht. Voor de verwerking van deze opdrachten heb je dus een computer en/of atlassen nodig. Ik gebruik de extra opdrachten daarom niet. Als de kinderen klaar zijn met de les dan gaan ze verder met andere taken.
Een andere manier van differentiatie is het gebruik van de bakkaarten. Bij de bakkaarten wordt vanuit de aardrijkskunde in veel gevallen een relatie gelegd met de andere zaakvakken (geschiedenis, natuur). Bij iedere opdracht komen elementen van samenwerkend leren aan bod en is er rekening gehouden met de verschillende leerstijlen van kinderen volgens de meervoudige intelligentietheorie van Howard Gardner. Zelf gebruik ik de bakkaarten in de weken voorafgaand aan een vakantie. Ik vind het prettig om na een vakantie met een nieuw hoofdstuk te beginnen. De weken voor de vakanties vul ik met de bakkaarten.
Het werken met bakkaarten vergt een zorgvuldige planning omdat er diverse materialen nodig zijn voor de verwerking. Ik vind de bakkaarten als extra verwerking naast de les niet geschikt omdat de kinderen soms moeten onderzoeken, bouwen of toneelspelen. Dit kun je niet doen in een ruimte waar kinderen rustig aan het werk zijn. Daarom kies ik voor een circuitmodel als ik met de bakkaarten werk. Alle kinderen werken dan met de bakkaarten.



Evaluatie (toetsing)

Terug naar boven ↑

Om te kunnen beoordelen of de kinderen de lesstof voldoende beheersen maak ik gebruik van de toetsen die bij de methode horen. De derde les van elk blok is een topografieles. De kinderen krijgen dit als huiswerk mee naar huis. Een week later volgt de overhoring van de topografie. Sterk punt van de methode is dat naast de reguliere overhoring van de topografie een inzichtelijke manier van overhoren wordt aangeboden. Deze inzichtelijke overhoring van de topografie bevat vijf meerkeuzevragen. Hierbij moet je denken aan vragen als: "Niek gaat met de trein van Tilburg naar Bergen op Zoom. In welke twee plaatsen stopt de trein?".
Een week na de topografietoets volgt de toets over het hele hoofdstuk. In de toets over het hoofdstuk is een belangrijk deel topografie opgenomen. Zonder kennis van de topografie is het moeilijk een goed resultaat te behalen.
De handleiding van Meander geeft een globale waardering voor de toets. Nadeel van deze waardering is dat een vraag óf goed óf fout is, er is geen nuance. Op de website van Malmberg staat daarom een alternatieve toetswaardering die ook goed gebruikt kan worden om te komen tot een cijfer. Op een toets kunnen 100 punten worden gehaald. Afhankelijk van het aantal punten volgt dan een cijfer. Zelf gebruik ik deze waardering omdat dit beter recht doet aan het doel van de toets; het bepalen of de kinderen voldoende kennis hebben van het onderwerp.
De toetsen zijn inhoudelijk goed van opzet en bestaan uit tien meerkeuzevragen en twee open vragen. De resultaten laten duidelijk zien welke kinderen de lesstof beheersen en welke kinderen de lesstof niet (voldoende) beheersen. Als leerkracht moet je de toetsen zelf analyseren. Een slechte score is bijna altijd het gevolg van onvoldoende topografische kennis.



ICT

Terug naar boven ↑

Wij hebben ervoor gekozen om geen gebruik te maken van de betaalde ICT diensten van de uitgever. Belangrijkste reden is dat wij de prijs ten opzichte van de toegevoegde waarde veel te hoog vinden. Wel een duidelijke meerwaarde heeft de website van Malmberg. Gebruikers van de methode kunnen zich eenmalig registreren via www.malmberg.nl. Op de pagina van de methode Meander staan veel handige hulpmiddelen zoals topografiekaarten, kopieerbladen en samenvattingen. Daarnaast wordt de site regelmatig aangevuld met leuke lessuggesties. Zelf maak ik regelmatig gebruik van deze website.



Aansluiting bij identiteit/signatuur school

Terug naar boven ↑

In de visie en missie van onze school staat dat we, waar mogelijk, werken met methoden die rekening houden met verschillen tussen de kinderen en die zelfstandig en samenwerkend leren mogelijk maken. Het leren wordt beschouwd als een vanzelfsprekende en plezierige activiteit met als doel het steeds zelfstandiger worden.
Wij hebben er als school voor gekozen om extra begeleiding of extra uitdaging zoveel mogelijk binnen het vakgebied te zoeken. Alle kinderen zijn tegelijkertijd met hetzelfde vakgebied bezig, maar wel op hun eigen niveau. Meander past goed in deze visie van onze school. In de handleiding worden suggesties gegeven om de leerstof eenvoudiger of juist moeilijker aan te bieden. Een aantal kinderen is heel goed in staat om helemaal zelfstandig te werken, Meander biedt deze mogelijkheid. In het werkboekje worden extra opdrachten aangeboden die de snellere kinderen kunnen maken. Het op een plezierige manier samenwerkend leren komt juist weer terug in de bakkaarten die bij de methode horen.



Niveau leerling

Terug naar boven ↑

Meander sluit goed aan bij het cognitieve niveau van de groep. De onderwerpen worden op een aantrekkelijke manier aangeboden en sluiten goed aan bij de belevingswereld van de kinderen. Mijn ervaring is dat kinderen van 9, 10 jaar over het algemeen behoorlijk geïnteresseerd zijn in bijvoorbeeld het heelal en de planeten. Ik vind het dan ook een sterk punt van de methode dat hier in groep 6 alvast kennis mee wordt gemaakt en dat dit onderwerp in groep 8 weer terug komt.
Daarnaast brengt de methode de onderwerpen dicht bij de kinderen. In een les over de drie verschillende beroepsgroepen waarin mensen werkzaam kunnen zijn wordt bijvoorbeeld een vraag gesteld over het beroep van jouw ouders. De kinderen ontdekken daardoor in welke beroepsgroep hun ouders werkzaam zijn en komen met elkaar in gesprek. Dit soort vragen spreekt kinderen aan, het komt dan ineens dichtbij.
De teksten zijn geschreven op AVI M6 niveau. Voor de populatie kinderen van onze school is dat geen probleem. Voor de enkele kinderen die wel moeite hebben met dit niveau bied ik pre-teaching lessen aan waarbij ik de tekst met deze kinderen doorlees voordat ik de les klassikaal ga behandelen.



Feedback

Terug naar boven ↑

De kinderen zijn over het algemeen enthousiast over deze methode. Vooral het samenwerken en het werken met de bakkaarten vinden ze leuk. Mijn ervaring is dat de betrokkenheid van de kinderen groter is wanneer je veel gebruik maakt van visuele middelen (kaarten, filmpjes) en komt met eigen verhalen en ervaringen. Wanneer de kinderen de les zelfstandig moeten lezen en maken is de betrokkenheid en het enthousiasme om aan de slag te gaan minder.

Mijn collega's zijn allemaal enthousiast over het gebruik en de inhoud van Meander. Vooral de ruimte in het jaarrooster door het aanbieden van slechts 25 lessen wordt als zeer positief ervaren. Hierdoor creëer je ruimte om te werken met de bakkaarten of aan eigen projecten. Voor de beoordeling van de toetsen gebruiken we de alternatieve (100 punten) beoordeling die op de website van Malmberg staat vermeld. Kritiekpunten die worden gegeven hebben alleen betrekking op de topografie.
Een aantal collega's vindt de kaarten niet duidelijk genoeg of wil aanvullende topografie meegeven als huiswerk en gebruikt daarom eigen kaarten. Dit speelt voornamelijk in groep 7 en 8. De groepen 5 en 6 gebruiken de kaarten van de methode.

De opbouw van de methode is heel overzichtelijk. Na het lezen van een stukje tekst staat er een duidelijke verwijzing naar het werkboek. In het werkboek staat weer een duidelijke verwijzing naar het tekstboek. Het is prettig dat deze verwijzing altijd onderaan de pagina staat. Hierdoor vergissen de kinderen zich niet vaak en is de opbouw helder en duidelijk.

De handleiding van ieder hoofdstuk is samengebonden in een handzaam boekje. Deze boekjes worden samen bewaard in een dikke map. Dit werkt prettig, je kunt de dikke map in de kast laten staan en lesgeven met behulp van de compacte handleiding. Prettig is ook dat de pagina's uit het lesboek en het werkboek in de handleiding zijn opgenomen. Dit maakt het voor jezelf ook overzichtelijk.



Vormgeving

Terug naar boven ↑

Meander is een aantrekkelijk vormgegeven methode. De opbouw van de hoofdstukken is heel duidelijk evenals de verwijzing naar het werkboekje. Deze opbouw maakt dat de kinderen zich snel 'thuis' voelen in de methode. Dit komt mede door de heldere en duidelijke illustraties bij de lessen.
De frisse kleuren en heldere illustraties vielen gelijk op toen ik Meander voor het eerst in handen kreeg. Het werkboekje is op A5 formaat en heeft een helder blauwe kleur. Er is voldoende ruimte voor het noteren van antwoorden en de kaarten die worden gebruikt zijn overzichtelijk. We werken nu voor het derde jaar met de methode, het valt mij op dat de boeken en bakkaarten er nog steeds goed uitzien. De bakkaarten bergen wij na gebruik direct weer netjes op in de meegeleverde stevige kartonnen doos.
Omdat de handleiding is opgebouwd uit aparte boekjes per hoofdstuk blijven ook deze er netjes uitzien. Na elk hoofdstuk stop ik de boekjes direct terug in de daarvoor bestemde map.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

Drie jaar geleden is de hele school in één keer overgestapt op Meander. Onze vorige methode vonden wij inhoudelijk veel te weinig bieden dus het was een verademing om met de stof van Meander aan de slag te gaan. Uit een vergelijking met de andere beschikbare methodes bleek dat Meander qua inhoud veel meer te bieden had. Dat was voor ons een belangrijk punt om voor Meander te kiezen. Voor de implementatie hebben wij geen gebruik gemaakt van hulp van de uitgever. De handleiding is duidelijk en inhoudelijk compleet. Wanneer je deze goed doorleest dan kun je zo aan de slag.
In hoeverre Meander aansluit bij andere methodes vind ik lastig te zeggen omdat wij op onze school de verschillende vakken apart aanbieden. De aansluitende methodes Brandaan en Naut hebben wij niet.
De handleiding van de bakkaarten geeft wel aan dat er een overlap is tussen de drie verschillende methodes. Dat kan ik goed begrijpen want een onderwerp als de overstroming van 1953 heeft naast een aardrijkskundige kant ook een duidelijke geschiedeniskant. De bakkaart over dit onderwerp gaat meer in op de geschiedenis.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor 'Ervaring' geraadpleegde/gebruikte materialen

handleiding groep 6
lesboek groep 6
werkboek groep 6
nakijkboekje groep 6
bakkaarten groep 6
www.malmberg.nl.

Naam/functie evaluator

Arjan Dam, leerkracht groep 6 en bovenbouwcoördinator

Schooltype-groep/leerjaar

PO, groep 6

Datum afronding ervaring

22 juni 2011

Ervaring: Meander (groep 5-8)





Samenvatting

Terug naar boven ↑

De methode Meander past binnen de nieuwe onderwijskundige ontwikkeling van Passend Onderwijs en voldoet aan de huidige kerndoelen. Het is een compacte methode die de mogelijkheid geeft om tegemoet te komen aan de individuele onderwijsbehoeften van een groep leerlingen met grote differentiatie in cognitieve mogelijkheden.
De herhaalde thematische behandeling van lesstof volgens vaste structuren geeft mogelijkheden voor zowel klassikaal onderwijsaanbod, differentiatie naar mogelijkheden en zelfstandig werken. Het lesmateriaal bestaat uit een overzichtelijk lesboek, een kleurrijk werkboek en een gestructureerde handleiding van goede kwaliteit. De aanvullende materialen, zoals bakkaarten en ICT middelen, zijn additioneel en kunnen onafhankelijk van de methode ingezet worden. De toetsen doen een beroep op de meervoudige intelligentie van de kinderen en kunnen wat betreft de normering aangepast worden.
Meander is tevens te gebruiken in onderwijsachterstandgebieden. Gezien de taalsteun waarbij woordenschatoefeningen en strategieën voor begrijpend lezen  geïntegreerd zijn.
Ook voor plusleerlingen kan een uitdagend lesprogramma geformeerd worden dat tegemoet komt aan de diverse leerstijlen en mogelijkheden van de individuele leerlingen. Door per thema leerdoelen te formuleren in het lesboek zijn de kinderen bewust bezig om hun eigen leerproces vorm te geven. Meander biedt mogelijkheden voor integratie van vakgebieden, zoals burgerschap en techniek. Ook voor groep 3 en 4 is een geïntegreerd pakket op het gebied van natuur, techniek, aardrijkskunde en geschiedenis aanwezig. Door mede Naut en/of Brandaan te gebruiken wordt dezelfde opbouw, structuur, werkwijze en didactiek gehanteerd.



Context waarbinnen het leermiddel gebruikt is

Terug naar boven ↑

- Onderwijsachtergrond. 25 jaar onderwijservaring in groepen 0 t/m 8 in PO en SBO. Overige werkervaring als RT’er, IB’er, AB’er en directeur.
- School staat in onderwijsachterstand gebied en valt onder impulsgelden van het ministerie van OCW.
- School is een zelfstandige locatie met 8 groepen en 170 leerlingen.
- School heeft stappen gezet in het kader van Passend Onderwijs en heeft 17 rugzakleerlingen en meerdere laag cognitieve leerlingen binnen de verschillende groepen.
- School werkt met jaarklassensysteem. Leerlingen zijn gegroepeerd in leeftijdsgroepen. Er wordt gewerkt vanuit de 1-Zorgroute met het directe instructiemodel. Er is verlengde instructie en pre-teaching voor zorgleerlingen.
- Voor alle leerlingen in de groepen 5 t/m 8 wordt Meander ingezet en alle thema’s per leerjaar worden behandeld volgens jaarplanner.
- We gebruiken van Meander het lesboek, het werkboek, de handleiding, het antwoordenboek en de bakkaarten.
- Elke groep heeft een digitaal schoolbord met internet en beschikt over vier computers.
- Er is bewust gekozen voor deze methode om aan de diversiteit van leerlingen binnen de groepen en hun onderwijsbehoeften tegemoet te kunnen komen. Ook moest de methode aansluiten bij het zelfstandig werken binnen de groep.
- Brandaan is gelijktijdig aangeschaft.
- Schooljaar 2011-2012 volgt oriëntatie op Naut.



Leerstofinhoud en -ordening

Terug naar boven ↑

- De methode sluit aan bij de onderwijsvisie van de school. Hierop is de methode ook gekozen.
- De leerstof is overzichtelijk in thema’s die in de verschillende jaargroepen op eigen niveau weer terugkomen.
- De leerlijnen zijn gerelateerd aan de kerndoelen van dit vakgebied. De 10 thema’s geven een verdeling in doelen, deelvaardigheden en onderwerpen.
- Lesdoelen staan vermeld in het algemene gedeelte en zijn gespecificeerd per les van elk afzonderlijk thema.
- Leerlijnen sluiten op elkaar aan in de diverse leerjaren. In de methodewijzer wordt dit per jaargroep aangegeven.
- De teksten zijn duidelijk van opbouw en structuur en geschikt voor onze leerlingenpopulatie met achterstanden op taalgebied.
- Er is voldoende aandacht voor woordenschat. Specifiek per thema aangeboden. Dit pas binnen ons onderwijsconcept.
- Doorgaande lijn binnen de methode is zeker herkenbaar. Het is raadzaam om vanaf groep 5 in te stappen gezien de werkwijze en de structuur van de methode.
- Binnen een jaargroep zijn de thema’s in afwijkende volgorde te gebruiken.
- De methode is aan te passen aan de onderwijsvisie van een docent. Binnen onze school is er een docent die eerst één thema van Meander geheel behandeld en dan één thema van Brandaan. De onderwijstijd van vakgebieden wordt dan gerelateerd aan de diversiteit in werkwijze.
- De leerkrachten ervaren de leerstof als veelzijdig en actueel en de leerlingen zijn geboeid door de leerstof.
- De leermaterialen sluiten aan bij de kerndoelen en bij de onderwijskundige ontwikkelingen als differentiatie in niveau, tempo en hoeveelheid lesstof.



Planning en tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

- Volgens de handleiding duurt een les 50 minuten.
- In de praktijk wordt er 45 minuten per week samen gewerkt aan de les en daarnaast binnen de weektaak wordt er, afhankelijk van de leerling, nog 15 tot 30 minuten zelfstandig gewerkt aan de opdrachten van het werkboek.
- De jaarplanning loopt niet synchroon met de jaarplanning van de uitgever. Aan elk thema wordt er in plaats van 5 weken, 7 weken besteed. Het jaarschema bestaat dan uit 5 thema’s keer 7 weken is in totaal 35 weken. De overige 5 schoolweken worden andere projecten en eventueel de bakkaarten ingezet.
 - De structuur van de leswijzer biedt de leerkracht veel steun bij de voorbereiding van de lessen. Tijd wordt besteed aan het zoeken op internet van aansluitend les- en beeldmateriaal.
- Correctie van de toets vraagt wel enige tijd, vooral de open vragen.
- De leertijd voor de toets moet duidelijk ingepland worden en begeleid worden.
- Leertijd zowel op school als thuis inplannen. Afhankelijk van het niveau van de leerling wordt begeleiding ingezet.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

- In alle groepen wordt hier het directe instructiemodel gehanteerd.
- Gezien de diversiteit in cognitieve mogelijkheden van de leerlingen en/of stoornissen wordt er structureel gewerkt met pre-teaching. In individuele setting wordt vooraf begeleiding gegeven en het thema geïntroduceerd.
- Door de zorgbreedte van de school en de veelheid aan zorgarrangementen heeft de leerkracht een strek sturende en begeleidende taak.
- Het niveau van de leerling bepaald de zelfstandigheid waarbij het lesmateriaal verwerkt wordt.
- Samenwerkend leren wordt in de groepen ingezet. Waarbij zwakkere leerlingen kunnen leren van betere leerlingen.
- Ook wordt de methode gebruikt om te differentiëren naar de bovenkant, zodat plusleerlingen kunnen werken aan extra uitdagende opdrachten in zowel de reguliere lesstof of door gebruik te maken van de aanvullende lesmaterialen zoals de bakkaarten.
- De methode is geschikt om te gebruiken in groepen met heterogene samenstelling.
- Gezien de diversiteit van onze schoolpopulatie kennen wij geen combinatiegroepen, maar wordt er gewerkt op leeftijdsniveau binnen jaargroepen met onderscheid in aanbod van lesstof afhankelijk van het niveau.
- De opdrachten sluiten goed aan bij de leerstof. Leerlingen moeten wennen aan de wijze van vraagstelling en toetsing.
- Naast de methode kunnen zelf concrete materialen of voorwerpen verzameld worden. Dit is niet noodzakelijk. Beeldmateriaal van internet heeft een duidelijk ondersteunende functie.
- De website van Malmberg is actueel en goed in te zetten.
- De methode ondersteunt het woordenschatonderwijs en het gebruik van strategieën bij begrijpend lezen.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

- De methode is goed te gebruiken binnen zelfstandig werken.
- De werkwijze is eenduidig en verloopt volgens vaste structuren die de leerlingen houvast bieden.
- De lay-out prikkelt en boeit de leerlingen om gedurende langere tijd werkzaam te zijn met het lesmateriaal.
- Binnen ons schoolconcept wordt de meerwaarde van instructie vooraf gedeeld en ingezet.
- Door het delen van ervaringen worden de leerlingen meer intrinsiek betrokken. Wat vervolgens invloed heeft op het gericht werken aan de opdrachten in het werkboek.
- Tussentijdse ondersteuning verschilt per leerling en kan gerelateerd worden aan de persoonlijke capaciteiten van de leerling.
- Door klassikale afsluiting ontstaat er een verbindend geheel en worden ervaringen gedeeld en kennis verbreed.
- De methode biedt in stap 4 van elk thema bij de samenvatting en de begrippen goede mogelijkheden om dit vorm te geven.
- De methode heeft wel een antwoordenboek, maar het is aan te bevelen om klassikaal de opdrachten na te bespreken om leerervaringen te delen en verrijken.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

- De methode biedt uitstekend mogelijkheden om te differentiëren.
- Ons schoolconcept heeft als uitgangspunt te differentiëren naar individuele mogelijkheden.
- Binnen de directie instructie is structureel aandacht voor differentiatie naar tempo, interesse en niveau.
- Standaard wordt pre-teaching ingezet voor de zorgleerlingen. De ervaring hierbij is dat leerlingen het prettig vinden om vooraf extra instructie te krijgen, zodat het voor deze leerlingen tijdens de klassikale les beter te volgen is.
- Ook kinderen met voldoende capaciteiten maar stoornis of handicap (bijv. dyslexie) zijn gebaat bij pre-teaching. De teksten kunnen na voorbereiding ook door deze kinderen zelfstandig verwerkt worden.
- De ervaring is dat plusleerlingen voldoende extra aandacht krijgen door inzet van de mogelijke extra activiteiten vanuit de leswijzer en het werkboek en door gerichte inzet van de bakkaarten.
- Leerlingen met een speciale onderwijsbehoefte (bijv. visueel ingesteld) kunnen extra gebruik maken van beeldmaterialen in het boek of op het web.
- De methode is gekozen omdat de differentiatiemogelijkheden aansluiten bij ons schoolconcept.



Evaluatie (toetsing)

Terug naar boven ↑

- De leerlingen hadden bij de overstap naar deze methode tijd nodig om te wennen aan de toetswijze.
- De methode biedt geen mogelijkheden om te differentiëren in toetsen naar niveau en mogelijkheden van de leerling.
- De toetsnormering is vanuit de methode vastgesteld op hoog niveau. De populatie van onze school vereiste enige aanpassingen in de toets normering.
- De toetsgegevens worden opgeslagen in ons administratiesysteem ParnasSys. Hierbij is de normering aangepast.
- Door de toetsen in te voeren in het administratiesysteem zijn integrale overzichten van toetsresultaten van methodegebonden toetsen te genereren.
- Het leerrendement is daardoor goed te volgen en per individu goed vast te stellen. Zowel op school-, groeps- als individueel niveau.
- Leerlingen die moeite hebben met begrijpend lezen vormen in de regel uitvallers bij de toetsresultaten.
- Voor sommige leerlingen dient individuele mondelinge toetsing ingezet te worden om een acceptabel resultaat passend bij de individuele capaciteiten te kunnen registeren.
- Voor plusleerlingen kan gebruik gemaakt worden van extra registratie van resultaten middels het maken van individuele of groepswerkstukken.



ICT

Terug naar boven ↑

- ICT is een additioneel onderdeel van het leermiddel.
- Proefversie van digibord software is aangevraagd en uitgeprobeerd.
- Er is niet tot aanschaf van software bij Meander overgegaan, gezien de prijs-kwaliteit verhouding en het schoolbudget.
- De schoolvisie heeft geleid tot aanschaf van papieren boeken, om kinderen in achterstandsgebieden nog met boeken om te leren gaan.
- Daarnaast wordt als aanvulling bij Meander gebruik gemaakt van beeldmaterialen op internet.
- Bij interactieve werkvormen surfen de leerlingen zelf voor informatie op het web.
- Het ICT middel horende bij Meander kan niet worden beoordeeld, omdat niet tot aanschaf is overgegaan



Aansluiting bij identiteit/signatuur school

Terug naar boven ↑

- Methode is uitgezocht passend bij onderwijsvisie van de school.
- Methode is uitgezocht in aansluiting op schoolpopulatie en hun onderwijsbehoeften.
- Meander is uitgezocht in samenhang met Brandaan.
- Methode is uitgezocht passend en aansluitend bij de werkwijze van de school ten aanzien van zelfstandig werken en directe instructie.
- Methode sluit aan bij taalonderwijs, met name woordenschat en begrijpend lezen, volgens vaste structuren en strategieën.
- Waarden en normen verweven in de methode zijn objectief en passend in schoolbeeld waarden en normen in onze schoolcultuur.



Niveau leerling

Terug naar boven ↑

- De methode komt tegemoet aan de diversiteit van het cognitief niveau van de groep.
- De methode wordt ingezet en afgestemd op de individuele leerbehoeften.
- Differentiatie van de lesstof van de methode vindt plaatst voor zowel plusleerlingen, reguliere leerlingen als zorgleerlingen.
- Taalgebruik sluit aan bij taalniveau van de kinderen.
- Woordenschat komt tegemoet aan de specifieke onderwijsbehoeften van onze schoolpopulatie.
- Taal- leesniveau is divers in de groep en wordt ondervangen middels pre-teaching.
- De belevingswereld van de kinderen op school is arm. Het aanbod van thema’s vervult een verrijkende rol.
- Middels de leerstofinhoud wordt getracht het beeld naar de maatschappij te verbreden.
- Niet alle contexten zijn voor onze populatie herkenbaar, daar voor sommige kinderen de wereld klein is en er weinig buiten de eigen grenzen gekeken wordt.



Feedback

Terug naar boven ↑

- Door gebruik van de methode is er een doorgaande lijn binnen de school ontstaan ten aanzien van het lesaanbod voor dit vakgebied.
- In periodeplanners is de voortgang goed te volgen per groep.
- Schoolbreed kunnen toetsresultaten bekeken en vergeleken worden.
- Methode waarborgt kerndoelen.
- Er is ruimte voor eigen toevoegingen bij de thema’s door de leerkracht.
- Materiaal heeft een duidelijke structuur voor leerkrachten en leerlingen.
- Methode nodigt leerlingen uit nieuwsgierig te worden en te ontdekken.
- Kinderen zijn betrokken door gebruik van de methode.
- Er is meer lestijd nodig dan beschreven, zeker voor onze schoolpopulatie.
- Wijze van toetsen vraagt om inzicht voor diversiteit aan cognitie.
- De samenvatting en werkboek alleen biedt onvoldoende stof om toetsing goed te kunnen maken. Extra aanvulling dient school zelf te verzorgen.
- Toets normering is scherp en kan per school aangepast worden.
- Topografie toetsing vanuit de methode is minimaal.
- Aanschaf ICT gaat boven ons schoolbudget uit.



Vormgeving

Terug naar boven ↑

- Er wordt gewerkt volgens een duidelijk stappenplan en vaste structuur en is voor de leerlingen zeer herkenbaar.
- De lay-out is geordend en kleurrijk en stimuleert kinderen om vragen te stellen en ontdekkend bezig te zijn.
- Doelen worden herkenbaar benoemd voor kinderen in het lesboek na elk thema.
- Vormgeving van de handleiding is zeer functioneel per thema volledig uitgewerkt met extra suggesties en leerlingenmateriaal.
- Goede afwisseling tussen gebruik werkboek en lesboek.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

- Voor implementatie is geen begeleiding gevraagd.
- School kan binnen korte periode methode invoeren. Instapprogramma is niet nodig.
- Voor leerlingen van de bovenbouw moet de werkwijze geïntroduceerd worden terwijl de leerlingen van de middenbouw er langzaam ingroeien.
- Schoolbreed afspraken maken over gebruik en normering van toetsen.
- Methode is naast andere methodes te gebruiken.
- Gebruik van tevens Brandaan geeft voor kinderen, en leerkrachten, eenduidige werkwijze.
- Methode kan ingezet worden voor diverse vakgebieden als burgerschap en techniek. Integratie is mogelijk.
- Methode biedt voldoende mogelijkheden om ICT in te zetten voor de groep en individueel. Ook als de ICT software niet aangeschaft wordt.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor 'Ervaring' geraadpleegde/gebruikte materialen

Alle materialen van de methode met uitzondering van ICT.

Naam/functie evaluator

Marianne Nordt, directeur en groepsleerkracht

Schooltype-groep/leerjaar

PO groep 5-8

Datum afronding ervaring

15 juli 2011

Analyse

Analyse watereducatie in leermiddelen PO: Watereducatie in Meander





Toelichting

Terug naar boven ↑

De Stuurgroep Watereducatie streeft er naar de aandacht voor het thema water in het Nederlandse onderwijs te vergroten. Het gaat daarbij om waterbewustzijn, duurzaam gebruik en het vergroten van de interesse voor en instroom in water gerelateerde studies en beroepen.

Aan SLO is in 2010 de opdracht verstrekt om in een kernleerplan vast te leggen welke doelen en inhouden bij watereducatie centraal staan. Een belangrijke schakel tussen onderwijsinhoudelijke ambities zoals vastgelegd in het kernleerplan en de praktijk van de klas, wordt gevormd door onderwijsleermaterialen. Daarom is aan het Kenniscentrum Leermiddelen van SLO en aan de projectgroep watereducatie.nl van SME-advies de opdracht gegeven om te onderzoeken in hoeverre de doelen en inhouden uit dit kernleerplan al deel uit maken van methoden en additionele lesmaterialen.

Hiervoor zijn van acht representatieve lespakketten en methoden analyses gemaakt. Voor de analyse is een instrument ontwikkeld dat gebaseerd is op de leerdoelen en onderwerpen van het Kernleerplan Watereducatie (SLO 2010). Het analyse-instrument bestaat uit drie delen: achtergrondgegevens, inhoudelijke aspecten en didactische aspecten.

Bij de analyse is gekeken in hoeverre de leermiddelen een bijdrage (kunnen) leveren aan de gestelde leerdoelen voor wat betreft de drie domeinen van Watereducatie (water & leven, water & consumptie en water & bescherming). Per methode/lespakket wordt aangegeven of de thema's aan bod komen en hoe. De rapportage van de analyseresultaten van deze titel vindt u hieronder.

Analyseresultaten Meander



Laat uw reactie en/of beoordeling achter:



CAPTCHA image sould be here




Verstuur

Beoordeling:



Vandaag