Overzichtspagina methode

Methodes vergelijken

Selecteer minstens twee methodes via 'Voeg toe aan vergelijking'

Nu vergelijken

Overzicht

Type

methode

Doelgroep(en)

BAO 3-8

Vak(ken)

aardrijkskunde

Links

Methodesite

Documenten:

Recensie JSW, september 2007
Taalpilots analyse Hier en daar
Methodeanalyse SLO

Uitgever / Besteladres

Malmberg BV BAO, Uitgeverij
Postbus 233
5201 AE DEN BOSCH
http://www.malmberg.nl/Basisonderwijs.htm
malmberg@malmberg.nl
073-6288722



Samenvatting

BEPERKT LEVERBAAR.

Hier en daar 2 is een multimediale methode voor groep 3 tot en met 8, gericht op de geografische vorming van de mondiale burger. Hier en daar 2 is een thematisch regionale methode, waarin de thema's vooral regionaal ingevuld worden. Elke jaargroep bevat acht thema's van elk vier lessen. Elk thema wordt afgesloten met een toets. De methode besteedt veel aandacht aan kaartvaardigheid en topografie. Geografische kaarten zijn het belangrijkste hulpmiddel in de aardrijkskundeles. In groep 3 wordt al begonnen met voorbereidende kaartvaardigheden. Vanaf groep 6 wordt de topografie geoefend. Dit kan met de topografieboekjes of met het computerprogramma. De software kan in eigendom worden aangeschaft of via een licentiesysteem. De licentieprijs is afhankelijk van het aantal leerlingen. Informatie bij de uitgever. De topografielijst voor het basisonderwijs van de Citogroep is daarbij het uitgangspunt. Leerkrachtgebonden lessen en lessen zelfstandig werken wisselen elkaar af.
Bij de methode is digibordsoftware beschikbaar in de vorm van digitaalschoolbord-software en digibordboeken. Digitaalschoolbord-software is een digitale versie van de lesboeken, verrijkt met animaties en methodespecifieke zaken. Digibordboeken zijn digitale bladerversies van de les- en werkboeken.

Bekijken

Omslag leerlingenboek 7

Onderdelen

TitelDoelgroepenJaarPrijsISBN
Platenboek 3 (Bestelnummer: 503478) Meer informatieBAO 3200650,50978-90-345-2930-5
Werkboek 3 (Bestelnummer: 503481) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 3200614,50978-90-345-2932-9
Digibordboek groep 3 (Bestelnummer: 511002) Meer informatieBAO 320070,40
Handleiding 3 (Bestelnummer: 211702) Meer informatieBAO 32006100,00978-90-345-1104-1
Platenboek 4 (Bestelnummer: 503479) Meer informatieBAO 4200650,50978-90-345-2931-2
Werkboek 4 (Bestelnummer: 503484) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 4200614,50978-90-345-2935-0
Digibordboek groep 4 (Bestelnummer: 511004) Meer informatieBAO 420070,40
Handleiding 4 (Bestelnummer: 211705) Meer informatieBAO 42006100,00978-90-345-1107-2
Leerlingenboek 5 (Bestelnummer: 211706) Meer informatieBAO 5200533,50978-90-345-1108-9
Werkboek 5 (Bestelnummer: 211707) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 5200522,75978-90-345-1109-6
Topoboek 5 (Bestelnummer: 501263) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 5200517,25978-90-345-2258-0
Digibordboek groep 5 (Bestelnummer: 511005) Meer informatieBAO 520070,40
Reuzenboek 5 (Bestelnummer: 507275) Meer informatieBAO 5200848,75978-90-345-4853-5
Handleiding 5 (Bestelnummer: 211710) Meer informatieBAO 52005167,00978-90-345-1112-6
Licentie digitale toetsen 5 (Bestelnummer: 508437) Meer informatieBAO 520083,20
Kopieerboek 5Meer informatieBAO 5200545,00978-90-345-1111-9
Audio-cd 5 (Bestelnummer: 507267) Meer informatieBAO 5200849,50978-90-345-4845-0
Antwoordenboek 5 (Bestelnummer: 211708) Meer informatieBAO 5200515,25978-90-345-1110-2
Antwoorden topoboek 5 (Bestelnummer: 501268) Meer informatieBAO 5200513,50978-90-345-2262-7
Softwarelicentie groep 5 (200-249 leerlingen) (Bestelnummer: 506251) Meer informatieBAO 520052,90978-90-345-1859-0
Leerlingenboek 6 (Bestelnummer: 211711) Meer informatieBAO 6200533,50978-90-345-1113-3
Werkboek 6 (Bestelnummer: 211712) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 6200522,75978-90-345-1114-0
Topoboek 6 (Bestelnummer: 501264) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 6200514,50978-90-345-2259-7
Digibordboek groep 6 (Bestelnummer: 511006) Meer informatieBAO 620070,40
Reuzenboek 6 (Bestelnummer: 507276) Meer informatieBAO 6200848,75978-90-345-4854-2
Handleiding 6 (Bestelnummer: 211715) Meer informatieBAO 62005167,00978-90-345-1117-1
Licentie digitale toetsen 6 (Bestelnummer: 508438) Meer informatieBAO 620083,20
Kopieerboek 6Meer informatieBAO 6200557,50978-90-345-1116-4
Audio-cd 6 (Bestelnummer: 507268) Meer informatieBAO 6200849,50978-90-345-4846-7
Antwoordenboek 6 (Bestelnummer: 211713) Meer informatieBAO 6200515,25978-90-345-1115-7
Antwoorden topoboek 6 (Bestelnummer: 501269) Meer informatieBAO 620058,30978-90-345-2263-4
Softwarelicentie groep 6 (200-249 leerlingen) (Bestelnummer: 506252) Meer informatieBAO 620052,90978-90-345-1860-6
Leerlingenboek 7 (Bestelnummer: 211716) Meer informatieBAO 7200533,50978-90-345-1118-8
Werkboek 7 (Bestelnummer: 211717) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 7200522,75978-90-345-1119-5
Topoboek 7 (Bestelnummer: 501265) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 7200514,50978-90-345-2260-3
Digibordboek groep 7 (Bestelnummer: 511007) Meer informatieBAO 720070,40
Reuzenboek 7 (Bestelnummer: 507277) Meer informatieBAO 7200848,75978-90-345-4855-9
Handleiding 7 (Bestelnummer: 211720) Meer informatieBAO 72005167,00978-90-345-1122-5
Licentie digitale toetsen 7 (Bestelnummer: 508439) Meer informatieBAO 720083,20
Kopieerboek 7Meer informatieBAO 7200557,50978-90-345-1121-8
Audio-cd 7 (Bestelnummer: 507269) Meer informatieBAO 7200849,50978-90-345-4847-4
Antwoordenboek 7 (Bestelnummer: 211718) Meer informatieBAO 7200515,25978-90-345-1120-1
Antwoorden topoboek 7 (Bestelnummer: 501270) Meer informatieBAO 720058,30978-90-345-2264-1
Digitaalschoolbord-software 7 (Bestelnummer: 508135) Meer informatieBAO 720071,60
Softwarelicentie groep 7 (200-249 leerlingen) (Bestelnummer: 506259) Meer informatieBAO 720052,90978-90-345-1861-3
Leerlingenboek 8 (Bestelnummer: 211721) Meer informatieBAO 8200633,50978-90-345-1123-2
Werkboek 8 (Bestelnummer: 211722) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 8200622,75978-90-345-1124-9
Topoboek 8 (Bestelnummer: 501266) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 8200614,50978-90-345-2261-0
Digibordboek groep 8 (Bestelnummer: 511008) Meer informatieBAO 820070,40
Reuzenboek 8 (Bestelnummer: 507278) Meer informatieBAO 8200848,75978-90-345-4856-6
Handleiding 8 (Bestelnummer: 211725) Meer informatieBAO 82006167,00978-90-345-1127-0
Licentie digitale toetsen 8 (Bestelnummer: 508440) Meer informatieBAO 820083,20
Kopieerboek 8Meer informatieBAO 8200657,50978-90-345-1126-3
Audio-cd 8 (Bestelnummer: 507270) Meer informatieBAO 8200849,50978-90-345-4848-1
Antwoordenboek 8 (Bestelnummer: 211723) Meer informatieBAO 8200614,50978-90-345-1125-6
Antwoorden topoboek 8 (Bestelnummer: 501271) Meer informatieBAO 820068,30978-90-345-2265-8
Digitaalschoolbord-software 8 (Bestelnummer: 508136) Meer informatieBAO 820071,60
Softwarelicentie groep 8 (200-249 leerlingen) (Bestelnummer: 506260) Meer informatieBAO 820062,90978-90-345-1862-0
Softwarelicentie groep 5 t/m 8 (200-249 leerlingen) (Bestelnummer: 512725) Meer informatieBAO 5-820062,90
Toetssoftware groep 5 t/m 8 (Bestelnummer: 512724) Meer informatieBAO 820083,20
Miniatlas (Bestelnummer: 500076) (per 5 ex.) Meer informatieBAO 6-8200560,00978-90-345-0020-5
Beschrijving

Beschrijving: Hier en daar (2e editie)





Samenvatting

Terug naar boven ↑

Hier en daar (tweede editie) is de herziene versie en opvolger van Hier en daar 1. De methode kent een thematisch-concentrische opbouw. Vanaf groep 5 worden jaarlijks acht thema's aangeboden die telkens worden geïllustreerd aan de hand van twee regio's. De acht thema's zijn: de kaart, wonen, water, landschap, werken, cultuur, natuur en verkeer. Kaarten en topografie staan centraal.
De didactische uitgangspunten zijn gebaseerd op een cyclisch model. Het vakinhoudelijk perspectief is de geografische vierslag: waarnemen, herkennen, verklaren en waarderen. De leerstof binnen een thema wordt met uitzondering van groep 8 van dichtbij naar veraf aangeboden.
Vanaf groep 3 wordt gestart met het aanleren van voorbereidende kaartvaardigheden. Vervolgens is in de groepen 6 tot en met 8 topografie een vast onderdeel van elk thema.
Hier en daar hanteert het model voor ‘directe instructie'.
De verhouding tussen leerkrachtgebonden lessen en lessen zelfstandig werken is 50/50.
Voor groep 3 en 4 zijn er telkens vier thema's, per thema zijn er twee lessen van 30 tot 45 minuten. De lessen zijn te verdelen over 8 tot 12 weken in 4 blokken per jaar. Er zijn keuzeopdrachten die variëren in  duur: van vijftien tot soms wel zestig minuten.
Voor groep 5 tot en met 8 zijn er telkens acht thema's, per thema vier lessen van elk ongeveer 55 minuten. De lessen zijn te verdelen over 32 tot 36 weken in 8 blokken per jaar. Per thema is er een toets van ongeveer een half uur. Deze toetsen zijn zowel schriftelijk als digitaal beschikbaar.
De differentiatie wordt in de methode aangeboden in de handleiding, met suggesties voor een alternatieve verwerkingsopdracht. In het werkboek zijn éxtra opdrachten aangegeven voor het opvangen van tempo- en niveauverschillen.
Voor het opvangen van taalproblemen zijn alle teksten in het leerlingenboek getoetst aan de hand van de CLIB (Cito Leesbaarheidsindex voor basisonderwijs).
De ICT, die additioneel bij de methode wordt aangeboden, betreft: een interactief oefenprogramma, digitale toetsen en digibordsoftware.



Samenstelling

Terug naar boven ↑

Hier en daar bestaat voor de groepen 3 en 4 per leerjaar uit een handleiding en een platenboek voor de leerkracht en een werkboek (verbruiksmateriaal) voor de leerling.
Voor de groepen 5 tot en met 8 bestaat de methode uit een handleiding en een kopieerboek voor de leerkracht en een leerlingenboek, een werkboek (verbruiksmateriaal), een topoboek, twee antwoordenboeken (voor het werkboek en het topoboek) en een mini-atlas voor de leerling.
Daarnaast biedt de methode de volgende (additionele) materialen: een softwareprogramma, dat in de lessen 2 en 4 kan worden ingezet ter vervanging van een deel van de lesstof (topografie en extra oefeningen ter verdieping/verbreding van het thema), software voor het digitale schoolbord, digitale toetsen, audio-cd's met alle teksten uit de leerlingenboeken en werkboeken (groep 5-8) voor taalzwakkere leerlingen en reuzenboeken (groot formaat leerlingenboeken o.a. voor kinderen met dyslexie).



Vormgeving

Terug naar boven ↑

De methode maakt gebruik van steunkleuren om de jaargroepen te onderscheiden. Voor groep 3 is dat roze, grope 4 paars, groep 5 oranje, groep 6 lichtgroen, groep 7 rood en groep 8 turkoois. De handleidingen en kopieerboeken zijn losbladig. De lesboeken zijn gebonden met een harde kaft. De overige leerlingenmaterialen zijn geniet met een slappe kaft. Er wordt gebruik gemaakt van tekeningen, grafieken, kaarten en foto's.



Didactische uitgangspunten en doelstellingen

Terug naar boven ↑

De auteurs van Hier en Daar noemen de volgende kenmerken: de methode kent een thematisch-concentrische opbouw; de thema's worden aan de hand van regio's geïllustreerd; kaarten en topografie staan centraal; de geografische vierslag: waarnemen, herkennen, verklaren en waarderen is het vakinhoudelijke perspectief; het gebruik van beelden (door verschillende illustraties bij een onderwerp krijgen kinderen een veelzijdig beeld van de werkelijkheid).
De didactische uitgangspunten zijn volgens de auteurs gebaseerd op een cyclisch model: het kind begint onderaan, leert wat bij, ervaart nieuwe dingen en komt met de nieuwe kennis en ervaring terug.
De methode kent vier soorten lessen: introductieles, topografieles, kennisles, toepassingsles.
Er is differentiatie in tempo en niveau en aandacht voor taal.
In de handleiding worden steeds per les de lesdoelen geformuleerd. In het algemene deel van de handleiding wordt per thema aangegeven wat de leerling zou moeten kunnen aan het eind van groep 8.
De handleiding bij het softwareprogramma laat per thema zien welke opdrachten de kinderen kunnen maken en wat het doel van de opdracht is.



Leerstofinhoud

Terug naar boven ↑

Hier en daar gaat voor groep 5 tot en met 8 uit van acht thema's die jaarlijks aangeboden worden: de kaart, wonen, water, landschap, werken, cultuur, natuur en verkeer.
Voorbeelden van de onderwerpen die binnen de thema's van groep 5 tot en met 8 aan de orde komen:
Groep 5: van luchtfoto tot plattegrond, wonen in een stad of dorp, water winnen, veen, zand en klei, talen in Nederland, natuurgebieden aan zee en iedereen op weg.
Groep 6: Nederland vanuit de ruimte, het platteland, een dode rivier, inrichting van het landschap, werken op de akker, Nederland: multicultureel, heuvels en bergen en veel verkeer.
Groep 7: op vakantie naar Spanje, wonen in een metropool, geen landbouw zonder water, gletsjers en woestijnen, De Europese Unie, wereldgodsdiensten, vulkanen en verschillende knooppunten.
Groep 8: reizen met de kaart, verschillende wijken, de kracht van water, oerwoud hier en daar, aardolie in de grond, leven in de binnenstad, de aarde beeft en dwars door Siberië.
In groep 3 komen de thema's: wonen, water, natuur en verkeer aan de orde. En in groep 4: de kaart, landschap, werken en cultuur.
De thema's worden steeds geïllustreerd aan de hand van twee regio's. De verdeling van de regio's over de jaargroepen ziet er als volgt uit: groep 3, 4, 5: eigen omgeving, groep 6: Nederland en Europa, groep 7: Europa en de wereld, groep 8: de wereld en Nederland.

Topografie en kaartvaardigheden nemen een centrale rol in binnen Hier en daar. Vanaf groep 3 wordt aandacht besteed aan het aanleren van (voorbereidende) kaartvaardigheden en vanaf groep 6 is topografie een vast onderdeel van elk thema. Hierin is een opbouw zichtbaar van dichtbij (Nederland) naar ver weg (Europa en de wereld).   

In zowel de instructielessen als in de lessen zelfstandig werken komen vragen aan de orde die gericht zijn op waarnemen, herkennen, verklaren en waarderen. In de vier lessen waaruit ieder thema is opgebouwd, staat een bepaald type vragen centraal. Zo is les 1 gericht op 'waarnemen', les 1 en 3 op 'herkenningsvragen', les 3 op 'verklaren' en tot slot les 4 op 'waarderen'.

In de handleiding van de methode staan binnen een aantal thema's incidenteel mogelijkheden aangegeven om in te spelen op actuele gebeurtenissen. Op de servicesite Mijn Malmberg staan aanvullingen, achtergrondinformatie en extra lessuggesties bij de methode.



Leerstofordening

Terug naar boven ↑

Hier en daar is een thematisch-regionale methode. De thema's komen vanaf groep 5 jaarlijks aan de orde (concentrisch) en zijn steeds gekoppeld aan twee regio's. De onderwijsinhouden worden verspreid over de leerjaren van dichtbij naar veraf aangeboden. De leerstof binnen een thema wordt voor de groepen 6 en 7 van dichtbij naar veraf aangeboden. Voor groep 8 is dat andersom namelijk van veraf naar dichtbij (wereld - Nederland).

Het programma van de groepen 3 en 4 is opgebouwd uit vier thema's. Elk thema bestaat uit twee lessen. In les 1 wordt, ondersteund door het platenboek een verhaal voorgelezen, waarna de kinderen enkele opdrachten maken in het werkboek. In les 2 werken de leerlingen verder in het werkboek. De leerkracht kan er zelf voor kiezen het werkboek klassikaal te doorlopen of de kinderen zelfstandig ermee te laten werken. Vervolgens kan het thema worden uitgebreid door de leerlingen een keuzeopdracht aan te bieden. Deze sluit aan bij het thema, maar verwerkt de lesstof aan de hand van een andere werkvorm dan het werkboek. De handleiding geeft uitgebreide informatie voor het aanbieden van deze opdrachten.

In de groepen 5 tot en met 8 worden de acht thema's in een vaste volgorde jaarlijks aangeboden.
Elk thema kent een vaste lesindeling van vier lessen: les 1 introductieles,  les 2 topografieles, les 3 kennisles, les 4 toepassingsles.
De eerste en derde les zijn leerkrachtgebonden, de tweede en vierde les zijn leerkrachtonafhankelijke lessen. In elke les is echter sprake van zowel een klassikale instructie/introductie en afronding als ook een deel zelfstandig werken.
De afwisseling tussen de verschillende lessoorten en de gelijktijdige behandeling van de thema's (vanaf groep 5) biedt de leerkracht de gelegenheid de methode in te zetten in combinatiegroepen.



Planning/tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

Voor groep 3 en 4 zijn er telkens vier thema's, per thema zijn er twee lessen van 30 tot 45 minuten. De lessen zijn te verdelen over 8 tot 12 weken in 4 blokken per jaar. De keuzeopdrachten kennen een verschillende duur: van vijftien tot soms wel zestig minuten.
Voor groep 5 tot en met 8 zijn er telkens acht thema's, per thema vier lessen van elk ongeveer 55 minuten. De lessen zijn te verdelen over 32 tot 36 weken in 8 blokken per jaar. Daarnaast zijn er 8 toetsen van ongeveer een half uur.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

Hier en daar hanteert het model voor ‘directe instructie'. De methode bevat veel suggesties en extra opdrachten ter aanvulling op de instructie om de leerstof te verduidelijken en te verwerken. Bij de instructie en verwerking wordt gebruik gemaakt van diverse typen informatiedragers. Voor groep 3 en 4 zijn dit voornamelijk verhalen en platen. Voor de hogere leerjaren zijn dit leerteksten, kaarten, tekeningen, foto's, diagrammen, schema's, tabellen en ICT.
In de handleiding wordt voorafgaand aan elk thema achtergrondinformatie gegeven.
In groep 3 en 4 begint de eerste les met het voorlezen van een verhaal en het bekijken van een kleurplaat in het platenboek. De leerkracht betrekt de kinderen actief bij de les door het stellen van vragen. Hierna maken de kinderen een aantal opdrachten in het werkboek. In de tweede les staat werken in het werkboek centraal. De leerkracht kan er in deze groepen voor kiezen om beide lessen klassikaal te geven en te verwerken.
In groep 5 tot en met groep 8 wordt elke les gestart met een korte klassikale introductie waarna de instructie volgt van ongeveer twintig minuten. De leerlingen werken vervolgens twintig minuten zelfstandig. In de afronding worden enkele opdrachten met de kinderen besproken. In de lessen zelfstandig werken gaan de leerlingen na een korte introductie veertig minuten zelfstandig aan de slag met de opdrachten in het werkboek, topoboek of softwareprogramma. In de afronding kunnen de opdrachten gezamenlijk besproken worden.
De verhouding tussen leerkrachtgebonden lessen en lessen zelfstandig werken is 50/50.
In deze groepen is er een grote variatie in opdrachten zoals open en gesloten opdrachten, combinatieopdrachten, gespreksvormen en beeldend werkvormen. De analyse- en associatieopdrachten worden veelal als extra opdracht aangeboden. Opdrachten waar dramatische werkvormen een rol spelen komen voornamelijk in de groepen 3 en 4 aan bod. Ook zijn hier veel mogelijkheden voor creatieve opdrachten die aansluiten bij de thema-inhouden.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

Hier en daar biedt de leerkracht de gelegenheid om de leerlingen zelfstandig te laten werken. De leerlingen kunnen zonder verdere instructie met de opdrachten in het werkboek aan de slag. De methode laat het aan de leerkracht over of de zelfstandige verwerking individueel, in tweetallen of in kleine groepjes kan plaatsvinden. Aan de hand van pictogrammen wordt de leerling duidelijk gemaakt welke opdrachten, éxtra opdrachten zijn of welke materialen er nodig zijn voor het beantwoorden van de vraag (mini-atlas, leerlingenboek).
Verder zijn er duidelijke antwoordenboekjes verkrijgbaar voor zowel het werkboek als het topoboek.
Wat betreft de topografie kan (additioneel) een softwareprogramma worden aangeschaft waarmee de leerling zelfstandig topografie kan oefenen en testen en waarop tevens extra oefeningen staan die de lesstof verwerken. Het softwareprogramma geeft middels een 'nakijk-knop' de leerling de mogelijkheid direct feedback te krijgen op de antwoorden.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

Hier en daar geeft in de handleiding bij de lessen 1, 2 en 3 onder het kopje 'Extra' suggesties voor een alternatieve, vaak creatieve verwerkingsopdracht. Verder wordt door middel van een pictogram in het werkboek aangegeven welke extra opdrachten zijn bedoeld voor het opvangen van tempo- en niveauverschillen in de groep. Bijna elke verwerkingsles in het werkboek biedt extra opdrachten.
Voor de topografie is er een basislijst (topografielijst CITO) en een extra lijst met namen die politiek, economisch of toeristisch van belang zijn.
Ten behoeve van het opvangen dan wel voorkomen van taalproblemen zijn alle teksten in het leerlingenboek getoetst aan de hand van de CLIB (Cito Leesbaarheidsindex voor basisonderwijs). Nieuwe, moeilijke begrippen zijn in de tekst vet gemarkeerd en worden op die plek ook direct (tekstueel) verduidelijkt. Deze begrippen (met uitleg) zijn bovendien ook achterin het leerlingenboek op alfabetische volgorde opgenomen, waarbij tevens het paginanummer is vermeld waarop het begrip aan de orde wordt gesteld. Bovendien staat er bij elk begrip een contextzin ter verduidelijking van het begrip.
De software komt tegemoet aan taalzwakke leerlingen door de ingesproken opdrachten. Ook biedt de software andersoortige opdrachten dan het werkboek, waardoor er variatie ontstaat in de verwerking.
De leerlingenboeken zijn ook in groot formaat verkrijgbaar (Reuzenboeken) voor kinderen met dyslexie.



Evaluatie/toetsing

Terug naar boven ↑

Elk thema wordt vanaf groep 5 afgesloten met een schriftelijke toets met de omvang van, twee tot drie pagina's. De toetsen zijn te vinden op de kopieerbladen in de mappen. De toetsen gaan over de hoofdzaken van de leerstof en over de basistopografie (kaartvaardigheden in groep 5). De toetsen bestaan uit kennisvragen. Ter voorbereiding op de toetsen zijn er voor alle jaargroepen kopieerbladen waarop een samenvatting staat van het thema.
In de handleiding staat beschreven hoe de toetsen beoordeeld dienen te worden. Er wordt een normering per vraag gegeven. Er worden geen aanwijzingen gegeven over hoe te handelen naar aanleiding van de toetsresultaten. De toetsen zijn ook digitaal beschikbaar (met automatische correctie en registratie). Zie bij: ICT.



ICT

Terug naar boven ↑

Hier en daar biedt de volgende (additionele) ICT-materialen bij de methode:

  • Een interactief oefenprogramma voor groep 5 tot en met 8, ter vervanging van les 2 en 4 van het topo-boek, met beelden en animaties en printbladen voor topografie.
  • Digitale toetsen die identiek zijn aan de toetsen uit de toetsboekjes. De correctie en registratie wordt de leerkracht uit handen genomen.Digibordsoftware. Bij de methode is digibordsoftware beschikbaar in de vorm van digibordlessen en digibordboeken.
  • Digibordlessen (voor groep 7 en 8) zijn een digitale versie van de lesboeken, verrijkt met animaties en methodespecifieke zaken. Digibordboeken (beschikbaar voor groep 5 t/m 8) zijn digitale bladerversies van alle les- en werkboeken.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

In Hier en daar zijn raakvlakken te herkennen met andere leergebieden zoals oriëntatie op samenleving, tijd, natuur en techniek, kunstzinnige oriëntatie, Nederlandse taal en rekenen/wiskunde en met educaties zoals natuur-, milieu-, ontwikkelings-, gezondheid- en verkeerseducatie.
Leerkrachten kunnen zich aanmelden op Mijn Malmberg-Hier en daar  met servicematerialen zoals: lessuggesties, nieuwsbrieven, ervaringen van anderen, ondersteuning en ICT-hulp.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor beschrijving geraadpleegde materialen

Alle materialen van de methode, met uitzondering van de additionele materialen; de analyse van de methode uitgevoerd in het kader van de Gids voor onderwijsmethoden.

Naam/functie van de beschrijver

Leonne Leurink, SLO

Datum afronding beschrijving

5-10-09

Ervaring

Ervaring: Hier en daar, 2e editie (groep 6-7-8)





Samenvatting

Terug naar boven ↑

De methode Hier en Daar (2e editie) is een prettige methode om mee te werken. Hij heeft een duidelijk gestructureerde vormgeving en is aantrekkelijk voor de leerlingen. Hij is makkelijk inzetbaar en ook met een combinatiegroep is er prima mee te werken. Het vraagt van de leerkracht weinig voorbereidingstijd.
De methode heeft een duidelijke opbouw. Voor ieder leerjaar zijn er dezelfde thema’s die terugkomen, maar steeds vanuit een ander perspectief bekeken. Dit is voor de leerlingen prettig, want met hun basis van het jaar ervoor hebben ze het idee dat ze al veel van het thema afweten. Er wordt een goede vergelijking gemaakt tussen hoe het in Nederland is en hoe het in een ander land is. Zo worden de leerlingen zich bewust van de enorme verschillen.
Naast een leerlingenboek en een werkboek hebben de leerlingen vanaf groep 6 ook een topografiewerkboek. Hier werken ze veel en graag uit. Daarnaast is het ook mogelijk om het ICT-programma in te zetten. Dit kan als extra oefenstof gebruikt worden, maar ook als plaatsvervangend onderdeel. De leerkrachten kunnen ook gebruik maken van de printbladen.
Gedifferentieerd werken is goed mogelijk met deze methode. Er wordt basisstof aangeboden, maar er is ook gelegenheid tot verdiepingsstof. Dit uit zich op 2 manieren:
1. extra lesstof aangeduid met een symbool
2. extra (vaak creatieve) opdrachten aangegeven in de handleiding.
Een minpuntje volgens onze school is dat de hoeveelheid topografie erg minimaal is. Voor de zwakkere leerlingen is het meer dan genoeg, maar voor de betere leerlingen zou er nog meer geboden mogen worden. Het is dan dus leerkrachtgebonden of je dit zelf uitbreidt of niet.
Wat betreft de toetsen, vinden wij de vraagstelling erg prettig. Leerlingen weten over het algemeen wel wat er met de vraag bedoeld wordt. Het toetst ook goed of de lesstof begrepen is. Er wordt veel gebruik gemaakt van open vragen. Een nadeel aan de huidige toetsen is dat er weinig topografie getoetst wordt. Wij hebben dit aangepast door na les 2 van ieder thema de topografie vast te laten leren en een overhoring te geven. Deze zijn door ons zelf opgezet. Ook bij de eindtoets van een thema beoordelen wij de topografie los van de algemene lesstof. Op deze manieren krijgen we een duidelijker beeld van de beheersing.
Met een aantal kleine aanpassingen, zijn wij zeer te spreken over deze methode!



Context waarbinnen het leermiddel gebruikt is

Terug naar boven ↑

Ik ben al ruim tien jaar groepsleerkracht. De laatste vier jaren heb ik les gegeven in de groepen 6 en 8. In die groepen heb ik het vak aardrijkskunde op mijn rooster gehad. Daardoor heb ik de nodige ervaringen met de methode op mogen doen. Daarnaast was ik die jaren ook aardrijkskundecoördinator. De methode was dus geheel mijn verantwoordelijkheid geworden.
De school waar ik werk, is een Katholieke reguliere school. We hebben alleen te maken met homogene groepen.
Toen wij een keuze moesten gaan maken voor een nieuwe aardrijkskundemethode was ik degene, die hierin het voortouw mocht nemen. Ik ben me toen gaan oriënteren op de verschillende methoden die destijds op de markt waren. Hier en Daar kwam direct over als een zeer prettige methode. Het oogde overzichtelijk, maar ook aantrekkelijk voor de kinderen. De handleiding was erg overzichtelijk voor leerkrachten. We hebben destijds twee methoden uitgeprobeerd en vervolgens gingen we evalueren of we een keuze konden maken. En die keuze was toen snel gemaakt, omdat iedereen, na ermee gewerkt te hebben, erg enthousiast was geworden.
Doordat de handleiding prettig is om mee te werken, verliep het invoeren van de methode soepel. We hebben de methode in fasen ingevoerd. Maar zodra een groep de materialen had, kon er direct mee gestart worden. De ICT’er zorgde ervoor dat het ICT-programma ook ingezet kon worden. Dit kostte wel wat meer moeite. Het was wel even flink zoeken hoe de opzet van het programma in elkaar stak. Het invoeren van de leerlingen kostte niet veel moeite, omdat wij meer programma’s van Malmberg hebben. De uitvoering van een aantal opdrachten valt wat tegen. Soms zijn leerlingen heel snel klaar met een opdracht. De methode gebruiken we nog steeds als leidraad voor onze aardrijkskundelessen. Daarnaast zetten we de methode in bij themalessen. Maar dit gebeurt nog niet veel. Doordat er voldoende zelfstandig werken momenten zijn, kan de methode ook ingezet worden bij zelfstandig werken/de weektaak.



Leerstofinhoud en -ordening

Terug naar boven ↑

Wat ons erg aansprak waren de differentiatiemogelijkheden van de methode. Er is een minimaal deel met verwerking, dat alle leerlingen minstens moeten doen. Maar er zitten ook wat uitdagendere opdrachten in, waar leerlingen vervolgens nog mee verder kunnen. Er worden daarnaast ook nog mogelijkheden geboden (vaak creatieve mogelijkheden) om kinderen zich nog verder te laten verdiepen in en verder te laten nadenken over de lesstof.
De teksten, die in de leerlingboeken te vinden zijn, zijn van een prima niveau. In de handleiding wordt van tevoren duidelijk aangegeven welke onderwerpen/kernwoorden centraal moeten staan. Deze zijn in de teksten weer terug te vinden. Doordat de teksten van een prima niveau zijn, is het voor leerlingen makkelijker om zelfstandig aan de slag te gaan. Zwakkere lezers kunnen onder begeleiding van de leerkracht of van een maatje ook prima aan de slag.
In het huidige tijdperk van de digitale schoolborden kun je helemaal mooi uit de voeten met deze methode. Je kan zowel visueel als auditief de leerlingen de lesstof aanbieden.
In de handleiding worden steeds per les de doelen geformuleerd. In het algemene deel van de handleiding wordt per thema aangegeven wat de leerlingen zouden moeten kunnen aan het eind van groep 8. De handleiding bij het softwareprogramma laat per thema zien welke opdrachten de kinderen kunnen maken en wat het doel bij de opdracht is.
De methode laat vanaf groep 5 ieder leerjaar dezelfde thema’s terugkomen (concentrisch). De onderwijsinhouden worden steeds van dichtbij naar veraf aangeboden. Enkel in groep 8 is dit andersom. De wijze waarop je de methode inzet kan per school verschillend zijn. Op het moment dat jouw school bezig is met thematisch werken, dan zet je de methode in als een hulpmiddel. Zodra je de leerlijnen maar in de gaten houdt, is dit geen enkel probleem. Binnen de methode zie je ook duidelijke raakvlakken met andere vakgebieden, zoals geschiedenis, creatieve vorming, taal, techniek. Toen wij de methode kozen, was zelfstandig werken juist ons streven.
De afwisseling van opdrachten zorgt ervoor dat de leerlingen altijd enthousiast en met grote inzet met de verwerking bezig zijn.



Planning en tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

Voor de groepen 3 en 4 zijn er steeds vier thema’s. Per thema zijn er twee lessen van 30 tot 45 minuten. Uiteraard kan dit gemakkelijk verlengd worden. Dit ligt er maar aan wat er met de mogelijkheden tot extra verwerking gedaan wordt.
Voor de groepen 5 t/m 8 zijn er telkens acht thema’s. Per thema zijn er vier lessen van ongeveer 55 minuten. Daarnaast is er per thema nog een toets van ongeveer een half uur. De ervaring laat echter weten dat in deze groepen, als je alles wilt volgen, zoals het in de handleiding staat vermeld, dat je dan al snel meer tijd kwijt bent. Want de topografie kan door de kinderen opgezocht worden. Dit vinden de leerlingen altijd leuk om te doen. Maar als je het vervolgens ook nog wilt bespreken aan de hand van een wandkaart/kaart op het digibord, dan kost dit je wel meer tijd. En het is wel belangrijk dat je daar ook de tijd voor neemt.
Het is mogelijk om de lessen onvoorbereid te geven. Maar dan houdt je les minder in en de leerlingen onthouden niet alles even goed. Met andere woorden: je hebt niet eruit gehaald wat erin zit!



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

De laatste onderwijsjaren is het coöperatief leren in opkomst. Wij zijn daarin meegegaan en hiermee behaal je winst. Stelde je eerst een vraag en gaven een aantal leerlingen antwoord, nu zorg je met een coöperatieve werkvorm dat alle kinderen gedwongen worden om mee te doen en een antwoord te hebben. En aardrijkskunde leent zich hier uitstekend voor.
De verhouding tussen leerkrachtgebonden lessen en lessen zelfstandig werken is 50/50. Er is een grote variatie in opdrachten, zoals open en gesloten, combinatieopdrachten, gespreksvormen en beeldende werkvormen. De analyse- en associatieopdrachten worden veel al als extra opdracht aangeboden.
Opdrachten waar dramatische werkvormen een rol spelen, komen voornamelijk in de groepen 3 en 4 aan bod. Ook zijn hier veel mogelijkheden voor creatieve opdrachten, aansluitend bij de thema-inhouden.
Elk thema kent een vaste lesindeling van vier lessen:

  • Les 1: introductieles: leerkracht heeft voornamelijk een sturende rol.
  • Les 2: topografieles: leerkrachtonafhankelijk, m.u.v. introductie en nabespreking.
  • Les 3: kennisles: leerkrachtgebonden.
  • Les 4: toepassingsles: leerkrachtonafhankelijk, m.u.v. introductie en nabespreking.

De afwisseling tussen de verschillende lessoorten en de gelijktijdige behandeling van de thema’s zorgt ervoor dat de methode makkelijk inzetbaar is in combinatiegroepen.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

Deze methode leent zich uitstekend voor zelfstandig werken. De eerste keer hebben de leerlingen korte instructie nodig, zodat de leerkracht dan aan kan geven wat hij/zij van de leerlingen verwacht. De ervaring leert echter dat dit de keren erna minder nodig is.
Tijdens het zelfstandig werken kunnen de zwakkere lezers onder begeleiding van de leerkracht of samen met een maatje ook aan de slag. Zo kunnen ook zij ' zelfstandig' aan het werk. Wel moet er voor hen de mogelijkheid zijn om bij iemand aan te kloppen met hun vragen.
Doordat er niveauverschil zit in de zelfstandige verwerking, kunnen alle kinderen het minimale maken. Maar de betere leerlingen krijgen, op hun beurt, ook hun uitdaging doordat er voor hen moeilijkere opdrachten zijn. Deze opdrachten zijn te herkennen aan een tekentje voor de opdracht.
Na de zelfstandige verwerking is er wel altijd een korte terugblik op de les of een nabespreking. Dit gebeurt iedere les.
Als leerkracht zou je ervoor kunnen kiezen om de opdrachten zelf te laten corrigeren. Er is een antwoordenboekje aanwezig.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

  • In de lessen 1 en 3 van ieder thema heb je veel te maken met directe instructie. De leerlingen bereiden de lesinhoud voor. En vervolgens ga je met de groep praten over het thema. Je kunt bij deze lessen perfect vormen van coöperatief leren toepassen. Door deze vormen zorg je ervoor dat alle leerlingen betrokken zijn bij het onderwerp.
  • Voor de leerlingen, die moeite hebben met het begrijpen van teksten, zou je afspraken kunnen maken om de tekst van tevoren al te laten oefenen. Dit kan bij de RT-er zijn, dit kun je thuis laten voorbereiden of met een maatje, maar natuurlijk ook met de leerkracht.
  • Bij de voorbereiding op de toetsen kun je ook differentiëren. Zo kun je alle kinderen de samenvattingen en de oefenopgaven meegeven. Dit kun je ook anders vormgeven. Wij hebben afgesproken dat de goede/betere lezers geen samenvatting meekrijgen. Eventueel is er ook de mogelijkheid om helemaal niks mee te geven. Je zou ook afspraken kunnen maken om de betere lezers een samenvatting te laten maken.
  • De ervaring leert dat de meeste leerlingen alle verwerkingsopdrachten wel kunnen maken. Enkel de zwakkere lezers hebben hier meer moeite mee en die maken alleen de basisopgaven.
  • Er is de mogelijkheid om leerlingen met het computerprogramma te laten werken. Hiermee gaan wij op verschillende manieren om: de zwakkere leerlingen op de computer laten oefenen i.p.v. de verwerkingsopdrachten in het werkboek, de snellere/betere leerlingen op een andere of extra manier laten oefenen, alle leerlingen tijdens de weektaak er verplicht extra mee laten oefenen.



Evaluatie (toetsing)

Terug naar boven ↑

Er zijn twee manieren om de oefenstof te evalueren:
1. de toets aan het einde van ieder thema
2. de vorderingen van het computerprogramma.

Ad 1:
Voor de beoordeling van de toets staat een normering vermeld in de handleiding. Aangezien wij met de 80%-norm werken, komt dit niet altijd even mooi uit. Vandaar dat wij kijken welke opdrachten in de toets pittig waren en die normering kan dan verhoogd worden.
Daarnaast geven wij per toets dubbele cijfers. Eenmaal een cijfer voor de lesinhoud en eenmaal een cijfer voor de topografie. Dit hebben wij afgesproken, omdat je anders geen overzicht krijgt met betrekking tot de topografie.
Verder hebben wij afgesproken dat we na les 2 een extra topografieoverhoring geven. Dit met de reden dat we het anders te weinig aan bod vinden komen en dat we te weinig cijfers/beoordelingen voor dit gebied krijgen.
De leerinhoud van de toetsen komt goed overeen met de toetsvragen. Er worden goede vragen gesteld en ook in voldoende aantal. Het niveau van vragen is goed! Je kunt er door de vraagstelling heel goed achterkomen wie de lesstof heeft gesnapt.
Ad 2:
De manier van gebruik van het computerprogramma is per docent verschillend. De één volgt de vorderingen van de leerlingen wel, de meesten niet.



ICT

Terug naar boven ↑

Er zit een computerprogramma bij deze methode. Je kunt hem op verschillende manieren inzetten:

  • als extra leerstof
  • als (plaats)vervangende leerstof voor de zwakkere leerlingen
  • voor extra printbladen.

Er zijn vier opgaven per thema. Twee daarvan hebben te maken met de topografie en twee met de overige lesinhoud. Het nadeel van dit programma is dat het meer van hetzelfde is. Het zijn geen andere opdrachten dan hetgeen al in het werkboek gevraagd wordt.
Er is bij deze methode digibordsoftware beschikbaar. Deze hebben wij echter niet in gebruik.
Er zijn bij deze methode digitale toetsen beschikbaar. Deze hebben wij ook niet in gebruik.
Het programma is makkelijk inzetbaar in de groep. Wij gebruiken meerdere programma’s van Malmberg en deze hebben dezelfde opzet. De kinderen weten dus al hoe ze moeten starten met het programma.



Aansluiting bij identiteit/signatuur school

Terug naar boven ↑

Wij hebben als school bewust voor deze methode gekozen omdat het een goede differentiatie heeft. Er is basisstof voor alle leerlingen en extra stof voor de snellere/betere leerlingen. Daarnaast staan er altijd suggesties genoemd voor extra (vaak creatieve) activiteiten.



Niveau leerling

Terug naar boven ↑

Leerlingen geven aan dat ze aardrijkskunde een leuk vak en een makkelijk vak vinden. Dit heeft te maken met de volgende punten:

  • de teksten zijn van een goed begrijpbaar niveau
  • de teksten spreken de kinderen aan
  • de thema’s zijn mooi passend bij de belevingswereld van de kinderen
  • er wordt in ieder thema een vergelijking gemaakt met een stad/plek/plaats in Nederland. Dit zorgt ervoor dat dit dichter bij huis komt. Daarnaast kunnen de leerlingen heel mooi de vergelijking maken met hoe het ook anders kan.

Het prettige aan deze methode is, dat je voor de betere leerlingen extra verwerkingsopdrachten (verdiepingsopdrachten) hebt op een ander niveau, maar ook voor de zwakkere leerlingen. Er is een basis waar alle leerlingen aan toe komen.
Een groot nadeel vinden wij echter dat er voor de betere leerlingen weinig topografie te leren is. Veel belangrijke plaatsen/steden/wateren/gebergten komen wel aan bod, maar dit zou uitgebreider mogen zijn.



Feedback

Terug naar boven ↑

Evaluaties met collega’s:
Wij liepen er erg tegenaan dat de topografie erg weinig getoetst werd. Je bent de helft van een thema met de topografie bezig. Dat is ook terecht, want het is een groot onderdeel van het vak aardrijkskunde. Maar in de eindtoets van een thema hebben maar een paar vragen betrekking op de topografie. Dit vonden wij echt te minimaal. Hier hebben wij vervolgens andere afspraken over gemaakt: na les 2 geven we de topografie vast op als leerwerk en hier komt in de week van les 3 een overhoring van. Daarnaast zorgen wij dat er na de eindtoets twee beoordelingen volgen. Eén gebaseerd op de lesinhoud van aardrijkskunde algemeen en één beoordeling gebaseerd op de topografie.
We hebben op school ook duidelijke afspraken gemaakt omtrent de voorbereiding van de toets. Je hebt vanuit de methode de mogelijkheid om samenvattingen van de lessen mee te geven. Daarnaast kun je ook een aantal oefenopgaven meegeven als voorbereiding op de toets. Met die vragen weten de leerlingen welke vraagsoorten ze kunnen verwachten. In het begin gaven we alles aan alle leerlingen mee. Maar dit hebben we teruggedraaid. De 'betere' leerlingen krijgen of de samenvatting mee naar huis of (en dat gebeurt voornamelijk in de hoogste groepen) tijdens de lessen moeten zij eigen samenvattingen maken en die nemen ze mee naar huis om te leren.

Evaluaties met de leerlingen:
De leerlingen zijn altijd enthousiast bij de lessen. De leerinhoud spreekt ze aan. De materialen zijn uitdagend en aantrekkelijk voor ze. Als er een toets gemaakt is, beoordeelt ruim 90% dat de toets ‘makkelijk’ was. En de cijfers liegen er ook zeker niet altijd om.



Vormgeving

Terug naar boven ↑

De materialen zien er aantrekkelijk uit. Er wordt gebruikt gemaakt van duidelijke prenten. Maar wat daarnaast ook erg prettig is, is dat de teksten niet te langdradig zijn.
In les 3 staat altijd erg veel informatie. Het is daarom voor leerlingen altijd de lastigste les omdat er veel nieuwe kernwoorden aan bod komen, die belangrijk zijn.
Er wordt gebruik gemaakt van dikgedrukte woorden. Die geven hun waarde aan bij de leerlingen. Doordat er altijd een vergelijking gemaakt wordt tussen een aspect uit een ver land en hetzelfde aspect maar dan in Nederland, zorgt dit voor meer draagvlak bij de leerlingen. Bijbehorende platen/tekeningen zorgen er voor dat het plaatje voor de leerlingen duidelijk is.
In de handleiding staat genoteerd wat het doel is van de les en welke kernbegrippen aan bod moeten komen. Dit geeft de leerkracht houvast.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

Deze methode is uitstekend te gebruiken bij thematisch werken. Je kunt omtrent een onderwerp/thema hele goede lesinhouden uit de boeken halen. Je kunt vervolgens dit onderwerp uitgebreider gaan behandelen. Ook bij overige vakken. Hierbij valt te denken aan: techniek, geschiedenis, taal, lezen, etc.
Je voldoet aan de kerndoelen als je per leerjaar alle lessen hebt aangeboden. In welk vat je dit giet, kun je zelf bepalen. Je kunt de methode als leidraad gebruiken, maar ook als hulpmiddel inzetten.
Wij hebben de methode in fasen geïmplementeerd.
Het ICT-programma wordt bij ons op school wisselend ingezet. In de ene groep wordt het als extra oefenstof ingezet, in een andere groep wordt het als vervangende lesstof voor de zwakkere leerlingen ingezet en weer een andere groep maakt ook gebruik van de printbladen. We hebben hier geen duidelijke afspraken over gemaakt.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor 'Ervaring' geraadpleegde/gebruikte materialen

Handleidingen.

Naam/functie evaluator

Agnes van der Meijden, Intern begeleider/groepsleerkracht

Schooltype-groep/leerjaar

PO groep 6-7-8

Datum afronding ervaring

10 oktober 2010

Ervaring: Hier en daar, 2e editie (groep 5)





Samenvatting

Terug naar boven ↑

Hier en daar (tweede editie) is een aardrijkskundemethode die eenvoudig in gebruik is. Voor zowel de leerling als de leerkracht. Het is een methode die goed voldoet aan alle kerndoelen die in 2005 zijn vastgesteld. De eerste kennismaking in groep 5 met aardrijkskunde verloopt via acht thema’s die aansluiten bij de belevingswereld van een leerling in groep 5. Hierdoor zijn de leerlingen gemotiveerd om aardrijkskunde leuk te vinden. Deze acht thema’s komen jaarlijks terug. De methode besteedt veel aandacht aan de kaartvaardigheid van leerlingen. De illustraties en tekeningen nodigen uit tot gesprek. De methode is zeer goed te gebruiken bij het zelfstandig werken. De methode beschikt over standaard genormeerde toetsen. De toetsen zijn redelijk eenvoudig in groep 5. De topografie is summier maar kan uitgebreid worden. De software bij de methode is duidelijk en niet moeilijk in gebruik en licenties kunnen voor één jaar worden afgesloten. Topografielessen en kennislessen komen tegelijk aan bod. Binnen elke les is er een gedifferentieerd aanbod, zodat er rekening gehouden kan worden met tempoverschillen en niveauverschillen. Dit aanbod is goed. Daarnaast heeft Malmberg een goede nieuwsbrief die regelmatig ideeën en suggesties doet voor lessen aardrijkskunde.



Context waarbinnen het leermiddel gebruikt is

Terug naar boven ↑

Onderwijsachtergrond:
Ik ben sinds 1996 leerkracht. Ik heb eerst lesgegeven in het SBO. Sinds 12 jaar werk ik in de middenbouw op een school met 400 leerlingen. Het zijn voornamelijk homogene groepen, waarbij zelfstandig werken een belangrijke plek inneemt.
Verwachtingen van de aardrijkskundemethode:

  • Voor de groepen 5 tot en met 8 was er een up-to-date methode voor aardrijkskunde nodig.
  • Topografie, kennis en toepassingen in één methode geïntegreerd met de mogelijkheid dit binnen het zelfstandig onderwijs te integreren.
  • Een vast patroon in de opbouw van de lessen. (Zodat een invaller of duo gemakkelijk en zonder te veel voorbereiding ook een aardrijkskundeles kan geven).
  • Genormeerde toetsen.
  • Een niet verhalende methode.
  • Lessen die gemiddeld niet langer duren dan 60 minuten.
  • Aantrekkelijk materiaal voor de leerling en de leerkracht.
  • Betaalbare methode. Ook op de lange termijn.

Introductie van de methode Hier en daar:
Aan de hand van deze 'wensen'lijst hebben wij een aantal methodes een maand uitgeprobeerd. Van de methode Hier en daar is het mogelijk één blok uit te proberen. Het was wel wat kopieerwerk de eerste keer, maar het was wel gelijk duidelijk dat het een handzame methode is. Vervolgens is de methode aangeschaft met korting. Wij leverden onze oude methode in en kregen de handleidingen (in ons geval 8 stuks) gratis.
Deze aardrijkskundemethode wordt op onze school ingezet voor de groepen 5 tot en met 8. Wij hebben het niet aangeschaft voor de groepen 3 en 4.
Het inlezen in de methode kostte niet veel tijd. Het is een logisch opgebouwde methode met een zeer leesbare en duidelijke handleiding. Het computerprogramma is voor groep 5 goed te gebruiken. Het topoprogramma komt goed overeen met het topowerkboek. Voor de leerkracht en leerling spreekt het programma voor zich. Ik heb het leerlingprogramma de eerste keer voorgedaan op het digibord.
Vervolgens konden de leerlingen zelfstandig aan het werk. Alle leerlingen hadden al een eigen picto voor de programma’s van Malmberg op de computer.
Het eerste jaar heb ik alles, behalve de digitale toetsen, uitgeprobeerd: leerlingenboek, kopieerboek, werkboek, topowerkboek, computerprogramma, miniatlas.
In verband met bezuinigingen hebben we dit jaar geen topowerkboekje aangeschaft, maar werken we met het computerprogramma. Dit programma kan volgens de methode het topowerkboekje grotendeels vervangen. Ik mis wel een stukje schriftelijk werk en merk dat vooral het zelf maken van een kaartje nu niet wordt geoefend.



Leerstofinhoud en -ordening

Terug naar boven ↑

Ik heb de methode tot nu toe aangeboden zoals beschreven staat in de handleiding. Alle thema’s komen jaarlijks terug (concentrisch). Ik vind de teksten in het leerlingenboek goed te lezen. Ook voor de zwakkere lezer in mijn groep is dit goed zelfstandig te doen. Er is zelfs een vergroot boek te krijgen. De inhoud wordt vanuit een situatie dicht bij huis, naar een soortgelijke situatie, verder weg, aangeboden. Ik heb hiervoor wel regelmatig gebruik gemaakt van de wereldkaart of google-maps. Hiervoor worden ook suggesties gedaan in de handleiding.
De samenvattingen die de methode aanreikt, heb ik niet voor alle leerlingen gebruikt. Voor de zwakkere leerling heb ik het als extra ondersteuning voor de toetsen aangeboden. Het zijn korte maar zeer effectieve samenvattingen. Vanaf groep 6 worden de samenvattingen mee naar huis gegeven als voorbereiding op de toets.
Ik vind de acht thema’s die aan bod komen goed gekozen. Wel miste ik een les over de topo van heel Nederland. Bijvoorbeeld als afsluiter.



Planning en tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

Ik heb elke week een les gegeven. Bijna alle lessen zijn binnen 60 minuten te behandelen. De tweede, zelfstandig werken topoles was regelmatig binnen 30 minuten af. Ik heb voor elke les wel even tijd genomen om voor te bereiden. Zoeken op google naar soortgelijke situaties in de buurt van de school kostte mij de meeste tijd, maar moet dit jaar tijdswinst opleveren.
Voor alle leerlingen was er voldoende tijd om de 'plusopdrachten' ook te maken. Ik vind dat de plusopdrachten in groep 5 zeer goed aansluiten bij de basisstof. Het nakijken van de werkboekjes kost wel veel tijd. Ondanks het samen bespreken van de antwoorden zijn sommige opdrachten arbeidsintensief voor de leerkracht. Ik bespreek een volgende les altijd het voorgaande om zo de verkeerd gegeven antwoorden te verduidelijken. Daar gaat veel tijd in zitten.
Ik heb niet voldoende zicht op de resultaten die op de computer gemaakt worden. De kinderen werken meestal in tweetallen. Zo komen alle kinderen tijdens het zelfstandig werken aan de beurt.
Doordat ik mij strak gehouden heb aan de planning van de methode heb ik vorig schooljaar alle lessen goed kunnen doen.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

Ik begin alle lessen en eindig alle lessen gezamenlijk. Starten met een terugblik op de voorgaande les en afsluitend met een nabespreking, nakijken van wat er gemaakt is (directe instructie model).
Les 1 en les 3 hebben veel instructie nodig. Ik laat de leerlingen eerst zelfstandig alles lezen en lees samen met mijn zwakkere leerlingen samen de tekst. Vervolgens praten we samen over wat we gelezen hebben en kijken naar eventuele kaarten die aansluiten bij de les op het digibord. Er zijn lessen die uitnodigen om een themahoek van te maken. (Texel, veen, zand, kleigrond).
Na de instructie kan er grotendeels zelfstandig gewerkt worden. Mijn zwakkere leerlingen samen met mij of een maatje. De betere leerlingen maken de plusopdrachten of zoeken materialen die aansluiten bij het thema.
Les 2 en 4 worden in tweetallen, na korte instructie, zelfstandig gemaakt. De verwerking wordt opgenomen in de weektaak. De verwerkingsvormen in de werkboekjes wisselen elkaar af. Van kruisjes zetten tot lijnen trekken tot een stukje zelfstandig opschrijven. Hierin zit ook de nakijktijd.
De verwerkingsvormen komen ieder thema terug en de leerlingen bouwen een routine op. Hierdoor hoef je niet de hele verwerking uit te leggen. Het is duidelijk wat er van de leerling verwacht wordt en hoe je zo’n opdracht aanpakt. Dit loopt door tot groep 8.

Ik heb geen ervaring met combinatiegroepen, maar in de handleiding worden suggesties gedaan die mij logisch en praktisch voorkomen.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

Ik ben een leerkracht die het zelfstandig werken in groep 5 noodzakelijk vind. Aardrijkskunde is voor mij wel een vak waarbij leerlingen veel van elkaar kunnen leren. Hierdoor heb ik veel werkvormen uitgeprobeerd. Maatjes werken, groepjes werken en alleen werken. Het samen werken met een schoudermaatje is in mijn groep heel gewoon. Dit was ook voor de zelfstandig werklessen van Hier en daar de beste oplossing. De lessen zijn zeer goed zelfstandig te maken. De opdrachten worden vanaf thema 1 opgebouwd. Hierdoor kunnen de leerlingen zelf herkennen wat er bedoeld wordt met een vraag. Ik merkte na thema 4 een gewenning aan de manier van vragen bij de leerlingen. Voor leerlingen met wat minder 'fantasie' is de verwerking van de pluslessen moeilijk. Hiervoor hebben zij iemand nodig die hulp biedt. Bijvoorbeeld: “Teken je straat van bovenaf gezien.”
In het antwoordenboek kunnen leerlingen hun eigen werk nakijken. Dit was in mijn groep alleen te doen door de betere leerling. Samen nabespreken had een grotere meerwaarde. Hierdoor werd de kennis gedeeld. Voor mij ook heel leerzaam omdat ik niet uit de streek kom waar de school staat. Zodoende heb ik ook veel over de omgeving geleerd. Hiermee kan ik dit jaar mijn lessen uitbreiden.
De leerlingen in mijn groep zijn gewend dat ik rondloop tijdens het zelfstandig werken. Hierdoor ben ik als vraagbaak wel altijd aanwezig. Hierdoor kon ik regelmatig even de groep bij elkaar pakken om een opdracht te verduidelijken. Dat was vooral bij de lessen 3 regelmatig nodig.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

De methode biedt een duidelijke basisstof en verrijkingsstof aan. In mijn groep kon de verrijkings- en verdiepingsstof in de werkboekjes bijna altijd door iedereen gemaakt worden. Ik heb zelf themahoeken als verdiepings-en verrijkingsstof ingezet.

Differentiatievormen:
Pre-teaching voor de zwakkere lezer. Dit gaf veel succeservaring. Vaak alvast een paar momenten uit de les onder de aandacht gebracht. Ongeveer dag van tevoren.
Ik heb een aantal lessen aangeboden zoals “Nieuwsbegrip” aangeboden wordt (begrijpend lezen). Door te moddelen. Dit gaf een aantal leerlingen veel steun en een andere kijk op de lessen in het boek. De les over Texel ben ik begonnen met spullen van Texel. Zand, schelp, helmgras en een foto. Vervolgens ingegaan op de ervaringen van de leerlingen.
Het blok beroepen viel in een projectweek. Ik heb de vier lessen in één week behandeld. Dit gaf veel winst. Doordat de kennis 'vers' was, was de instructie kort en effectief. Voor de leerlingen was het actuele informatie. Vooral voor de zwakkere leerling was dit een prettige manier van werken.

Via de nieuwsbrief van Mijn malmberg-Hier en daar, heb ik al een aantal suggesties gehad om andere vakken te integreren binnen aardrijkskunde.



Evaluatie (toetsing)

Terug naar boven ↑

Ik heb de toetsen gebruikt die de methode aanreikt. Ook de 80% norm staat in de handleiding.
In groep 5 is er geen remediërende stof. Ik heb de toets nabesproken en waar nodig de verwerkingsstof erbij gepakt.
De toetsen werden erg goed gemaakt. Ik denk dat de toetsen een beetje gemakkelijk zijn.
De leerlingen in groep 5 maken op een fijne manier kennis met allerlei facetten van aardrijkskunde.
Ik heb (nog) geen ervaring met digitale toetsen.



ICT

Terug naar boven ↑

Ik gebruik voor de lessen 2 en 4 de oefenstof op de computer. Dit moeten de leerlingen gedurende een week zelfstandig of in tweetallen maken. Ik heb tot nu toe weinig zicht op de resultaten. Dat mis ik ook in het programma. Leerlingen maken de stof en krijgen de mogelijkheid hun fouten te verbeteren.
Het kost gemiddeld 15 minuten per leerling. De leerlingen vinden het een leuk programma. Erg gebruikersvriendelijk.
Wel mis ik het zelf maken van de kaarten nu ik de topowerkboekjes niet gebruik. Hiervoor zal ik, in de toekomst, een oplossing moeten zoeken.

De leerlingen moeten foto’s terug kunnen vinden op een kaart. Grondsoorten plaatsen bij de goede omgeving, etc. Ook hier merk ik al dat de werkvormen elkaar afwisselen en regelmatig terug komen. Leerlingen hebben mij eigenlijk zelden nodig.



Aansluiting bij identiteit/signatuur school

Terug naar boven ↑

Op onze school wordt er veel zelfstandig gewerkt. De methode Hier en daar sluit daar goed bij aan.
Ook maken we gebruik van andere methodes van Malmberg. Hierdoor is het computerprogramma goed in te passen.
Daarnaast heb ik een abonnement op de nieuwsbrief van Malmberg. Zo blijf ik op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en krijg leuke suggesties voor lessen.



Niveau leerling

Terug naar boven ↑

Hier en daar sluit aan bij het cognitief niveau van de leerlingen in groep 5. Door eenvoudige teksten te gebruiken in het leerlingenmateriaal en door de les te starten met een onderwerp dicht bij huis. De taal die in de methode gebruikt wordt, wordt goed ondersteund door veel afbeeldingen die tot de verbeelding van de leerlingen spreken. Toch blijft het voor leerlingen met een taalachterstand moeizaam. Met een stukje pre-teaching en woordenschatonderwijs kunnen zij zich ook prima redden.
De situaties in het leerlingenboek zijn meestal goed herkenbaar voor de leerlingen. Zelf heb ik echter regelmatig naar situaties gezocht die ook dichter bij huis te vinden waren. Zo is er in de buurt van mijn school geen kasteel. Hiervoor heb ik veel beeldmateriaal van internet gehaald.
Zo was echter het wonen in stad of dorp heel herkenbaar in mijn groep.
De stap van dichtbij naar ergens anders op de wereld werd soms wat snel gemaakt. Toch bleek dit voor de meeste leerlingen geen probleem.



Feedback

Terug naar boven ↑

Leerkrachten:

  • Groep 6 t/m groep 8 mist losse topo toets. Dat wat er getoetst wordt is minimaal (zelf aanpassen).
  • Leerkrachten groep 5 hebben veel tijd nodig om leerlingenwerk te corrigeren.

Leerlingen:

  • Ik vind de foto’s in het boek mooi. Zo weet ik hoe het er echt uit ziet. Ik vind de getekende kinderen stom.
  • Ik vind de plattegronden erg moeilijk te tekenen.
  • Ik ben wel eens in Elburg geweest (Les over Elburg en Tanger).

Ikzelf:

  • De handleiding is erg eenvoudig te gebruiken.
  • Niet teveel kopieermateriaal (toetsen).
  • Boeken zien er aantrekkelijk uit. Goede foto’s, fijne letters om te lezen.
  • In het leerlingenverwerkingsmateriaal is plek genoeg om te schrijven. Ook voor het grotere handschrift is plek.
  • Papier drukt niet door.
  • Fijne stevige boeken.
  • Ik mis hoofdstukaanduiding in verwerkingsmateriaal. Dit wordt aangegeven met picto’s.
  • Duidelijke herkenbare picto’s voor verwerking met boek of extra werk.
  • Leerlingen vinden het zeer prettig dat aardrijkskunde niet alleen een praatles is voor de juf.
  • Leerlingen gaan enthousiast en gemotiveerd aan het werk.
  • Zeer goede normering van de toetsen.

Problemen waar ik tegen aanliep:

  • Bezuiniging op verwerkingsmateriaal.
  • Redelijk eenvoudige toetsen in groep 5.
  • Geen remediërende stof.



Vormgeving

Terug naar boven ↑

  • De foto’s in de boeken passen zeer goed bij de tekst.
  • De foto’s nodigen uit tot gesprek.
  • Leerlingen vinden de getekende kinderen in het boek minder aantrekkelijk.
  • De kaarten zijn soms erg gedetailleerd waardoor het lezen ervan wel wat moeizaam gaat.
  • De titels en kopjes zijn goed te onderscheiden van de tekst.
  • De picto’s in het werkboekje zijn duidelijk en herkenbaar.
  • Er staan geen overbodige tekeningen of foto’s in het materiaal.
  • De belangrijke woorden in de tekst zijn oranje gemaakt en vallen goed op.
  • Het gebruik van een legenda wordt goed aangeleerd en komt overeen met de kleuren van de legenda in de atlas.
  • Leerlingverwerkingsmateriaal is stevig en valt niet binnen een jaar uit elkaar.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

Voordat de methode aangeschaft en ingevoerd werd hebben we gebruik gemaakt van een screeningslijst van Malmberg. Waaraan moet de methode voldoen, wat zijn schoolspecifieke wensen etc. (te vinden op de website van Malmberg).
Vervolgens een aantal methoden op zicht aangevraagd en de screeningslijst ingevuld per methode.
Vervolgens is er een maand lang de proefles van Hier en daar gegeven. Hiervoor hebben we gebruik gemaakt van het aanbod van de uitgever. Vervolgens hebben we ook geruime tijd gebruik mogen maken van een proeflicentie voor het computermateriaal. Hierdoor hadden we een goed beeld van de methode. Vervolgens is de methode in groep 5 tot en met 8 in één keer ingevoerd. Het invoeren van deze methode gaf weinig problemen. Alleen de redelijk eenvoudige toetsen gaven reden tot discussie.

De teksten van aardrijkskunde kunnen ook aangepakt worden als een begrijpend leesles. Malmberg geeft in haar nieuwsbrief hiervoor suggesties.
Ik gebruik de woorden uit aardrijkskunde ook regelmatig voor de uitbreiding van het woordenschataanbod.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor 'Ervaring' geraadpleegde/gebruikte materialen

  • Site van Malmberg
  • Handleiding groep 5
  • Werkboek, topowerkboek leerlingen
  • Mini atlas
  • Antwoordenboek
  • Leerlingen groep 5
  • Collega’s

Naam/functie evaluator

Nicole Kamies, leerkracht groep 5, bovenbouwcoördinator

Schooltype-groep/leerjaar

PO, groep 5

Datum afronding ervaring

november 2010

Analyse

Analyse methoden PO kerndoelen (en didactiek): Methodeanalyse Hier en daar





Toelichting

Terug naar boven ↑

SLO heeft als taak een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het onderwijs door scholen te informeren over de voor primair onderwijs beschikbare methoden. SLO heeft daarom enkele projecten uitgevoerd waarin zij beschrijvingen en analyses van methoden heeft gemaakt. Mede op verzoek van de Inspectie van het Onderwijs zijn methoden geanalyseerd op kerndoelen (herziening 2006) en bij een aantal methoden ook op didactiek. Aan de hand van een aantal vragen wordt per methode beschrijvende informatie gegeven over hoe deze aspecten in de methode terug te vinden zijn. Daarnaast wordt de informatie beknopt in een tabel weergegeven. Scholen kunnen de informatie gebruiken bij het kiezen van een methode die het beste bij hun school past. Maar ook om na te gaan in hoeverre de gebruikte of aan te schaffen methode aan de kerndoelen voldoet.

Methodeanalyse Hier en daar



Laat uw reactie en/of beoordeling achter:



CAPTCHA image sould be here




Verstuur

Beoordeling:



Vandaag