Overzichtspagina methode

Methodes vergelijken

Selecteer minstens twee methodes via 'Voeg toe aan vergelijking'

Nu vergelijken
Omslag Taaljournaal

Taaljournaal, een taalmethode voor de basisschool, tweede editie

Blok van der Velden, M.; Greevenbosch, M.; Janssen, K.; [et al.]

Malmberg BV BAO, Uitgeverij

2002-2007

Overzicht

Type

methode

Doelgroep(en)

BAO 4-8
anderstaligen
zorgleerlingen

Vak(ken)

Nederlandse taal
Nederlands als tweede taal

Links

Methodesite
Compacten van Taaljournaal

Documenten:

Taalpilots spelling
Recensie COS, september 2009
Recensie JSW, april 2004
Taalpilots woordenschatontwikkeling
Methodeanalyse SLO

Uitgever / Besteladres

Malmberg BV BAO, Uitgeverij
Postbus 233
5201 AE DEN BOSCH
http://www.malmberg.nl/Basisonderwijs.htm
malmberg@malmberg.nl
073-6288722



Samenvatting

Herziene versie van de gelijknamige taal- en spellingmethode voor de basisschool. De methode bestaat uit drie onderdelen: Taal, Spelling en Woordenschat. De achttien thema's (één per lesblok van twee weken) komen terug in alle drie onderdelen en zijn afkomstig uit verschillende leergebieden en zijn voor alle leerjaren gelijk. Ook de doelstellingen van de verschillende leerlijnen per jaargroep zijn in een bepaald lesblok op elkaar afgestemd. De methode bevat afwisselend leerkrachtgebonden lessen en lessen zelfstandig werken. Per week: vijf taallessen van circa vijftig minuten; drie spellinglessen van circa twintig minuten; woordenschatontwikkeling circa anderhalf uur voor meertalige en/of taalzwakke leerlingen. Elke lesweek zijn leerlingen twee dagen geheel zelfstandig aan het werk. Ze kiezen daarvoor steeds uit een aanbod van vijf taalactiviteiten. Vernieuwingen ten opzichte van de vorige versie: inzet van computerprogramma's en internetsite; keuzevrijheid voor leerlingen; nadruk op differentiatie naar boven en naar beneden.
Bij de methode is materiaal voor het digitaal schoolbord beschikbaar in de vorm van digitaalschoolbord-software en digibordboeken. Digitaalschoolbord-software is een digitale versie van de lesboeken, verrijkt met animaties en methodespecifieke zaken. Digibordboeken zijn digitale bladerversies van de les- en werkboeken.

Bekijken

Omslag Taaljournaal

Onderdelen

TitelDoelgroepenJaarPrijsISBN
Taal:
Lesboek taal 4Meer informatieBAO 4200234,50978-90-345-0438-8
Activiteitenboek taal 4Meer informatieBAO 4200238,25978-90-345-0439-5
Toetsboekje taal 4 rondjesversie (per 5 ex.) Meer informatieBAO 4200329,00978-90-345-4360-8
Toetsboekje taal 4 vierkantjesversie (per 5 ex.) Meer informatieBAO 4200329,00978-90-345-4365-3
Kaartenbak taal 4 + 2 sets kaartenMeer informatieBAO 42003266,00978-90-345-0446-3
Handleiding taal 4Meer informatieBAO 4200380,50978-90-345-0440-1
Kopieerbladen taal 4Meer informatieBAO 42003252,00978-90-345-0442-5
Audio cd taal 4Meer informatieBAO 4200337,00978-90-345-0445-6
Insteekvel portfoliomap taal 4 (per 5 ex.) Meer informatieBAO 420038,00978-90-345-0444-9
Lesboek taal 5Meer informatieBAO 5200334,50978-90-345-0449-4
Activiteitenboek taal 5Meer informatieBAO 5200338,25978-90-345-0450-0
Toetsboekje taal 5 rondjesversie (per 5 ex.) Meer informatieBAO 5200329,00978-90-345-4361-5
Toetsboekje taal 5 vierkantjesversie (per 5 ex.) Meer informatieBAO 5200329,00978-90-345-4366-0
Kaartenbak taal 5 + 2 sets kaartenMeer informatieBAO 52003266,00978-90-345-0457-9
Handleiding taal 5Meer informatieBAO 5200380,50978-90-345-0451-7
Kopieerbladen taal 5Meer informatieBAO 52003252,00978-90-345-0453-1
Audio cd taal 5Meer informatieBAO 5200337,00978-90-345-0456-2
Insteekvel portfoliomap taal 5 (per 5 ex.) Meer informatieBAO 520038,00978-90-345-0455-5
Lesboek taal 6Meer informatieBAO 6200334,50978-90-345-0460-9
Activiteitenboek taal 6Meer informatieBAO 6200338,25978-90-345-0461-6
Toetsboekje taal 6 rondjesversie (per 5 ex.) Meer informatieBAO 6200329,00978-90-345-4362-2
Toetsboekje taal 6 vierkantjesversie (per 5 ex.) Meer informatieBAO 6200329,00978-90-345-4367-7
Kaartenbak taal 6 + 2 sets kaartenMeer informatieBAO 62003266,00978-90-345-0468-5
Handleiding taal 6Meer informatieBAO 6200380,50978-90-345-0462-3
Kopieerbladen taal 6Meer informatieBAO 62003252,00978-90-345-0464-7
Audio cd taal 6Meer informatieBAO 6200337,00978-90-345-0467-8
Insteekvel portfoliomap taal 6 (per 5 ex.) Meer informatieBAO 620038,00978-90-345-0466-1
Lesboek taal 7Meer informatieBAO 7200434,50978-90-345-0471-5
Activiteitenboek taal 7Meer informatieBAO 7200438,25978-90-345-0472-2
Toetsboekje taal 7 rondjesversie (per 5 ex.) Meer informatieBAO 7200429,00978-90-345-4363-9
Toetsboekje taal 7 vierkantjesversie (per 5 ex.) Meer informatieBAO 7200429,00978-90-345-4368-4
Kaartenbak taal 7 + 2 sets kaartenMeer informatieBAO 72004266,00978-90-345-0479-1
Handleiding taal 7Meer informatieBAO 7200480,50978-90-345-0473-9
Kopieerbladen taal 7Meer informatieBAO 72004252,00978-90-345-0475-3
Audio cd taal 7Meer informatieBAO 7200437,00978-90-345-0478-4
Insteekvel portfoliomap taal 7 (per 5 ex.) Meer informatieBAO 720048,00978-90-345-0477-7
Lesboek taal 8Meer informatieBAO 8200534,50978-90-345-0482-1
Activiteitenboek taal 8Meer informatieBAO 8200538,25978-90-345-0483-8
Toetsboekje taal 8 rondjesversie (per 5 ex.) Meer informatieBAO 8200529,00978-90-345-4364-6
Toetsboekje taal 8 vierkantjesversie (per 5 ex.) Meer informatieBAO 8200529,00978-90-345-4369-1
Kaartenbak taal 8 + 2 sets kaartenMeer informatieBAO 82005266,00978-90-345-0490-6
Handleiding taal 8Meer informatieBAO 8200580,50978-90-345-0484-5
Kopieerbladen taal 8Meer informatieBAO 82005252,00978-90-345-0486-9
Audio cd taal 8Meer informatieBAO 8200537,00978-90-345-0489-0
Insteekvel portfoliomap taal 8 (per 5 ex.) Meer informatieBAO 820058,00978-90-345-0488-3
Spelling:
Werkboekje spelling 4 (per 5 ex.) Meer informatieBAO 4200326,25978-90-345-0498-2
Handleiding spelling 4Meer informatieBAO 42003104,00978-90-345-0493-7
Kopieerbladen spelling 4Meer informatieBAO 42003191,00978-90-345-0509-5
Antwoordenboek spelling 4Meer informatieBAO 4200312,00978-90-345-0503-3
Oefenprogramma spelling 4 (Bestelnummer: 506297) Meer informatieBAO 420073,65978-90-345-3821-5
Klassikale poster spelling 4Meer informatieBAO 4200356,50978-90-345-0536-1
Set stroken en letterkaarten 4Meer informatieBAO 4200314,00978-90-345-0535-4
Werkboekje spelling 5 (per 5 ex.) Meer informatieBAO 5200326,25978-90-345-0499-9
Handleiding spelling 5Meer informatieBAO 52003104,00978-90-345-0494-4
Kopieerbladen spelling 5Meer informatieBAO 52003191,00978-90-345-0510-1
Antwoordenboek spelling 5Meer informatieBAO 5200312,00978-90-345-0504-0
Oefenprogramma spelling 5 (Bestelnummer: 506298) Meer informatieBAO 520073,65978-90-345-3822-2
Klassikale poster spelling 5Meer informatieBAO 5200356,50978-90-345-0537-8
Werkboekje spelling 6 (per 5 ex.) Meer informatieBAO 6200326,25978-90-345-0500-2
Handleiding spelling 6Meer informatieBAO 62003104,00978-90-345-0495-1
Kopieerbladen spelling 6Meer informatieBAO 62003204,00978-90-345-0511-8
Antwoordenboek spelling 6Meer informatieBAO 6200312,00978-90-345-0506-4
Oefenprogramma spelling + werkwoordspelling 6 (Bestelnummer: 506006) Meer informatieBAO 620034,75978-90-345-3823-9
Klassikale poster spelling 6Meer informatieBAO 6200356,50978-90-345-0538-5
Werkboekje spelling 7 (per 5 ex.) Meer informatieBAO 7200426,25978-90-345-0501-9
Handleiding spelling 7Meer informatieBAO 72004104,00978-90-345-0496-8
Antwoordenboek spelling 7Meer informatieBAO 7200412,00978-90-345-0507-1
Kopieerbladen spelling 7Meer informatieBAO 72004212,00978-90-345-0512-5
Oefenprogramma spelling + werkwoordspelling 7 (Bestelnummer: 506007) Meer informatieBAO 720074,75978-90-345-3824-6
Werkboekje spelling 8 (per 5 ex.) Meer informatieBAO 8200526,25978-90-345-0502-6
Handleiding spelling 8Meer informatieBAO 82005104,00978-90-345-0497-5
Antwoordenboek spelling 8Meer informatieBAO 8200512,00978-90-345-0508-8
Kopieerbladen spelling 8Meer informatieBAO 82005212,00978-90-345-0513-2
Oefenprogramma spelling + werkwoordspelling 8 (Bestelnummer: 506008) Meer informatieBAO 820074,75978-90-345-3825-3
Klassikale poster spelling 7-8Meer informatieBAO 7-8200456,50978-90-345-0322-0
Oefenprogramma spelling + werkwoordspelling 4 t/m 8 (Bestelnummer: 512754) Meer informatieBAO 4-820074,25978-90-345-3825-3
Woordenschat:
Oefensoftware woordenschat 4 (Bestelnummer: 506302) Meer informatieBAO 4 A Zorgleerlingen20033,95978-90-345-0544-6
Oefensoftware woordenschat 5 (Bestelnummer: 506303) Meer informatieBAO 5 A Zorgleerlingen20033,95978-90-345-0545-3
Oefensoftware woordenschat 6 (Bestelnummer: 506304) Meer informatieBAO 6 A Zorgleerlingen20033,95978-90-345-0546-0
Oefensoftware woordenschat 7 (Bestelnummer: 506305) Meer informatieBAO 7 A Zorgleerlingen20043,95978-90-345-0547-7
Oefensoftware woordenschat 8 (Bestelnummer: 506306) Meer informatieBAO 8 A Zorgleerlingen20053,95978-90-345-0548-4
Oefensoftware woordenschat 4 t/m 8 (Bestelnummer: 512761) Meer informatieBAO 4-8 A Zorgleerlingen20053,95
Taal/spelling/woordenschat:
Kaartenbak taal/spelling 4 + 2 sets sterkaartenMeer informatieBAO 42003227,00978-90-345-0579-8
Losse set sterkaarten taal en spelling 4Meer informatieBAO 42003102,00978-90-345-0581-1
Opzoekboek taal/spelling/woordenschat 4Meer informatieBAO 4 A Zorgleerlingen200325,75978-90-345-0539-2
Kaartenbak taal/spelling 5 + 2 sets sterkaartenMeer informatieBAO 52003227,00978-90-345-0565-1
Losse set sterkaarten taal en spelling 5Meer informatieBAO 52003102,00978-90-345-0573-6
Opzoekboek taal/spelling/woordenschat 5Meer informatieBAO 5 A Zorgleerlingen200325,75978-90-345-0540-8
Kaartenbak taal/spelling 6 + 2 sets sterkaartenMeer informatieBAO 62003227,00978-90-345-0566-8
Losse set sterkaarten taal en spelling 6Meer informatieBAO 62005116,00978-90-345-0469-2
Opzoekboek taal/spelling/woordenschat 6Meer informatieBAO 6 A Zorgleerlingen200325,75978-90-345-0541-5
Kaartenbak taal/spelling 7 + 2 sets sterkaartenMeer informatieBAO 72004227,00978-90-345-0567-5
Opzoekboek taal/spelling/woordenschat 7Meer informatieBAO 7 A Zorgleerlingen200425,75978-90-345-0542-2
Losse set sterkaarten taal en spelling 7Meer informatieBAO 72005116,00978-90-345-0480-7
Kaartenbak taal/spelling 8 + 2 sets sterkaartenMeer informatieBAO 82005227,00978-90-345-0568-2
Losse set sterkaarten taal en spelling 8Meer informatieBAO 82005116,00978-90-345-0491-3
Opzoekboek taal/spelling/woordenschat 8Meer informatieBAO 8 A Zorgleerlingen200525,75978-90-345-0543-9
Cd-rom resultatenregistratieMeer informatieBAO 4-820038,10978-90-345-0577-4
Beschrijving

Beschrijving: Taaljournaal (tweede versie)





Samenvatting

Terug naar boven ↑

Taaljournaal (tweede versie) is een geïntegreerde taalmethode die uitgaat van interactief taalonderwijs en bestemd is voor groep 4 tot en met 8 van het basisonderwijs. De methode bestaat uit drie deelleergangen: Taaljournaal Taal, Taaljournaal Spelling en Taaljournaal Woordenschat. Ideeën van meervoudige intelligentie en constructief, zelfontdekkend leren zijn in de methode uitgewerkt.
De deelleergang Taal bevat leerstof voor de domeinen spreken en luisteren, schrijven, taalbeschouwing en woordenschat. In de deelleergang Spelling komen zowel de onveranderlijke woorden als de werkwoordspelling aan de orde. De deelleergang Woordenschat is facultatief en bedoeld voor taalzwakke en meertalige leerlingen.
De achttien thema's (één per lesblok van twee weken) komen terug in alle drie onderdelen en zijn afkomstig uit verschillende leergebieden en zijn voor alle leerjaren gelijk. Ook de doelstellingen van de verschillende leerlijnen per jaargroep zijn in een bepaald lesblok op elkaar afgestemd. De methode is cyclisch opgebouwd. Doelen uit een bepaalde les of leerjaar komen op een ander tijdstip terug, hetzij als hoofddoel, hetzij als subdoel. De methode bevat afwisselend leerkrachtgebonden lessen en lessen zelfstandig werken. Per week: vijf taallessen van circa vijftig minuten; drie spellinglessen van circa twintig minuten; woordenschatontwikkeling circa anderhalf uur voor meertalige en/of taalzwakke leerlingen. Elke lesweek zijn leerlingen twee dagen geheel zelfstandig aan het werk. Ze kiezen daarvoor steeds uit een aanbod van vijf taalactiviteiten. De leerkrachtgebonden lessen gaan uit van het directe instructiemodel; bij de lessen zelfstandig werken wordt gewerkt met probleemgerichte instructie. Bij de deelleergang Taal zijn de keuzeopdrachten zodanig vormgegeven dat differentiatie naar interesse, tempo, leerstijl en niveau mogelijk is. De deelleergang Spelling bevat per week vier keuzeopdrachten waarbij differentiatie naar tempo en belangstelling mogelijk is. De methode biedt evaluatie in de vorm van observatie, schriftelijke toetsing en het samenstellen van portfolio's.
Vernieuwingen ten opzichte van de vorige versie zijn: inzet van computerprogramma's en internetsite; keuzevrijheid voor leerlingen; nadruk op differentiatie naar boven en naar beneden. De uitgever biedt hulp bij de implementatie van de methode in de vorm van een cursus, een instructie-dvd of een invoeringsprogramma.



Samenstelling

Terug naar boven ↑

Taaljournaal Taal bestaat per leerjaar (groep 4-8) uit: een handleiding, een lesboek, een activiteitenboek, een set kopieerbladen, een cd met geluidsfragmenten en een toetsboekje (verbruiksmateriaal; twee verschillende versies). Additioneel is er per leerjaar: een kaartenbak met twee sets opdrachtkaarten, een kaartenbak sterkaarten met verrijkingstof voor zowel taal als spelling, een insteekvel portfoliomap (verbruiksmateriaal) en een digibordboek. Bij de methode zijn facultatieve internetopdrachten ontwikkeld. Een school kan hier gratis een abonnement op nemen.
Taaljournaal Spelling bestaat per leerjaar (groep 4-8) uit: een handleiding, een set kopieerbladen, een werkboekje (verbruiksmateriaal) en een antwoordenboek. Additioneel is er per leerjaar een computerprogramma, een klassikale poster spelling (voor groep 7-8 één poster) en een digibordboek. Voor groep 4 zijn er woordstrook- en letterkaarten. Voor groep 7 en 8 zijn digibordlessen beschikbaar.
De additionele deelleergang Taaljournaal Woordenschat bestaat per leerjaar uit een computerprogramma en een opzoekboekje (ook bruikbaar bij overige deelleergangen).



Vormgeving

Terug naar boven ↑

Elke jaargroep heeft zijn eigen kleur. Deze kleur is consequent doorgevoerd bij alle materialen, zowel aan de buitenzijde als aan de binnenzijde (steunkleur bij aanwijzingen, tekst werkboek). De handleidingen zijn losbladig. Lesboeken en activiteitenboeken zijn uitgevoerd in kleur, bevatten zowel foto's als tekeningen en hebben een harde kaft. Thema's worden aangegeven met symbolen. Bij het activiteitenboek staan het doel van de les en de benodigdheden in de kantlijn vermeld. Werkboeken zijn uitgevoerd in de kleur van de groep. In alle leerlingenboeken staan bij de opdrachten tips en uitleg van de (moeilijke) woorden.



Didactische uitgangspunten en doelstellingen

Terug naar boven ↑

De auteurs van Taaljournaal Taal geven aan dat het kind centraal staat, bij zowel de taalvaardigheden als de leerstijl. Ideeën van meervoudige intelligentie en constructief, zelfontdekkend leren zijn in de methode uitgewerkt. In de handleiding worden een aantal kenmerken van de methode beschreven; zij vormen deels de uitgangspunten van de methode, zoals: “Taaljournaal is een geïntegreerde methode NT1 en NT2. In de lessen lopen elementen uit diverse leerlijnen door elkaar heen. (...)Er is een balans tussen constructief en instructief leren. (...) Taaljournaal wil liever preventief werken in plaats van te remediëren achteraf". In de handleidingen Taaljournaal Taal wordt een overzicht gegeven van de doelen per leerlijn per groep. In een tabel wordt vermeld in welke les een (sub)doel aan de orde komt. Ook in de lesbeschrijvingen staan deze vermeld. Doelen worden cyclisch uitgebreid.

De deelleergang Taaljournaal Spelling formuleert tien algemene uitgangspunten, waaronder: “Spelling is geen doel op zich maar staat ten dienste van de schriftelijke taalvaardigheid; het spellingonderwijs komt tegemoet aan de verschillen tussen kinderen (...); het spellingonderwijs moet niet onnodig veel tijd in beslag nemen". Taaljournaal Spelling formuleert drie algemene doelen: “De kinderen bereiken een zodanige spellingbeheersing dat ze in staat zijn om teksten te schrijven (schrijfwijze van veelvoorkomende woorden). De kinderen beschikken over een spellingaanpak en een aantal strategieën waarmee ze tot de juiste schrijfwijze van tot dan toe ongeschreven woorden kunnen komen. (...). De kinderen hebben tussentijds altijd inzicht in de mate van beheersing van de aangeleerde spellingcategorieën.” Bij de veranderlijke en onveranderlijke woorden worden drie specifieke doelen gegeven. Per week staan de lesdoelen vermeld.
Vernieuwingen ten opzichte van de vorige versie zijn: inzet van computerprogramma's en internetsite; keuzevrijheid voor leerlingen; nadruk op differentiatie naar boven en naar beneden.



Leerstofinhoud

Terug naar boven ↑

In Taaljournaal Taal komen de leerlijnen luisteren, spreken, lezen, schrijven, taalbeschouwing en woordenschat aan de orde. Lezen is niet als compleet uitgewerkte leerlijn aanwezig; wel zijn er leesactiviteiten daar waar de taalactiviteiten daartoe uitnodigen. De instap in groep 4 is op AVI-niveau 2. Ook is er een extra instapmodule voor deze groep om de overgang tussen groep 3 en 4 te vergemakkelijken.
Bij spreken en luisteren wordt er aandacht besteed aan verschillende spreekvaardigheden: uitoefenen van spreektaken zoals amuseren, overtuigen of informeren, doelgericht en publiekgericht spreken (bijvoorbeeld verschillende manieren om een boodschap over te brengen) en het hanteren van gespreksregels. Bij luisteren wordt aandacht besteed aan de vaardigheden: herkennen van spreekstijl, vaststellen van het thema en van het doel van de spreker. Ook is er aandacht voor de communicatieve situatie van het spreken en luisteren, zoals aandacht voor non-verbale aspecten, het stellen van luisterdoelen en het publiekgericht spreken. Bij schrijven (stellen) wordt gewerkt aan publiek- en doelgericht schrijven. Zowel zakelijke als fictionele teksten komen aan de orde. In de bovenbouw maken de leerlingen bij het schrijven gebruik van een schrijfwijzer, waarin doel, publiek, tekstsoort, inhoud en opmaak aan de orde komen. In de lessen taalbeschouwing is aandacht voor het reflecteren op taaluitingen en verschijnselen zoals soorten teksten en opbouw van teksten, verschillende doelen bij de verschillende taaluitingen en het rekening houden met je 'publiek'. Bij het ontleden van zinsdelen komen het onderwerp, de persoonsvorm, het gezegde en het lijdend voorwerp aan de orde. Bij woordenschat is voor de selectie van woorden gebruik gemaakt van de lijst van Schrooten en Vermeer. Naast frequente woorden komen ook woorden voor die noodzakelijk zijn om de andere schoolvakken te kunnen volgen. Per les komen tien woorden aan de orde; vijf hiervan zijn specifiek voor meertalige leerlingen.

Taaljournaal Spelling bevat leerstof voor de onveranderlijke woorden en de veranderlijke woorden en is gericht op het ontwikkelen van probleemoplossend gedrag. Er worden bij spelling vijf spellingstrategieën onderscheiden: fonologische strategie of luisterweg; regelstrategie of regelweg; inprentstrategie of weetweg (voorkeursstrategieën); analogiestrategie of net-als-weg; opzoekstrategie of opzoekweg. Bij de onveranderlijke woorden worden 56 spellingcategorieën onderscheiden; deze sluiten zoveel mogelijk aan bij de door het CITO gebruikte indeling. De categorieën zijn ingedeeld naar strategieën. De werkwoordsvormen worden in groep 4 en 5 behandeld alsof het onveranderlijke woorden zijn. In groep 6 wordt met de werkwoordspelling begonnen. De methode hanteert een algoritmische aanpak, de werkwoordwijzer, waarbij de persoonsvorm centraal staat.

De optionele deelleergang Taaljournaal Woordenschat biedt aanvullende leerstof voor meertalige en/of taalzwakke leerlingen en heeft tot doel “een gerichte uitbreiding van de woordenschat”. Elke week worden dertig woorden aangeleerd.



Leerstofordening

Terug naar boven ↑

In de eerste week van elk thema wordt bij Taaljournaal Taal vooral gewerkt aan de mondelinge doelen; in de tweede week aan de schriftelijke doelen. De opbouw van een lesweek is steeds hetzelfde. De achttien thema's zijn gekoppeld aan de vakgebieden van het basisonderwijs. Elk leerjaar kent een eigen invulling van deze thema's. De thema's zijn: aardrijkskunde, natuuronderwijs, taal, aardrijkskunde/natuur, taal, samenleving, redzaam gedrag, techniek, zelfbeeld/redzaam gedrag, rekenen en wiskunde, techniek, taal, geschiedenis, aardrijkskunde, milieu, sociaal gedrag/redzaam gedrag, kunstzinnige oriëntatie en taal. Bij elk is thema is er een anker om het thema van een lessenblok te introduceren. De woorden uit de deelleergangen Spelling en Woordenschat zijn gekozen uit dezelfde thema's. De methode is cyclisch opgebouwd. Doelen uit een bepaalde les of leerjaar komen op een ander tijdstip terug, hetzij als hoofddoel, hetzij als subdoel. Niet alle doelen komen in alle leerjaren voor. Omdat de methode kiest voor functionele activiteiten lopen in de (keuze)lessen elementen uit de diverse leerlijnen door elkaar heen. Bij deze activiteiten komen vaak, naast het hoofddoel uit één leerlijn, subdoelen uit andere leerlijnen aan de orde. Taaljournaal geeft per leerlijn een overzicht van de doelen die de methode nastreeft.

De leerstof voor Taaljournaal Spelling is verdeeld over negen blokken van vier weken. De structuur van elk blok is gelijk: week 1 introductie en oefeningen eerste spellingcategorie; week 2 introductie en oefeningen tweede spellingcategorie ; week 3 derde spelling categorie, herhaling en toetsing; week 4 remediëren (computer of kopieerbladen). Leerlingen die geen remediëring nodig hebben, gaan verder met de sterkaarten voor taal en spelling of met materialen uit het taalgedeelte.

Taaljournaal Woordenschat is een optionele leergang voor NT2-leerlingen/taalzwakke leerlingen in de vorm van een computerprogramma. Leerlingen doorlopen het geheel zelfstandig. Per week worden er in drie sessies dertig doelwoorden aangeboden. Op de vierde dag vindt toetsing plaats.



Planning/tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

Taaljournaal Taal bevat per leerjaar achttien thema’s van twee weken. Per week zijn er vijf taallessen van vijftig minuten. Op dag 1 en dag 3 vinden begeleide lessen plaats. Dag 1 wordt besteed aan woordenschat (vijf woorden NT1 en vijf woorden NT2); dag 3 aan taalbeschouwing (volgens het model van directie instructie). Elke les kent zijn eigen vaste opbouw. Dag 1: anker, semantiseren, zelfstandig werken en activiteiten kiezen. Dag 3: startactiviteiten, instructie, zelfstandig werken, terugkoppeling, zelfstandig werken en afsluiting. Op dag 2 en 4 vinden keuzeactiviteiten plaats en werken leerlingen zelfstandig. Op deze dagen komen de verschillende leerlijnen geïntegreerd aan de orde. Op dag 5 worden activiteiten afgerond, kunnen leerlingen extra begeleiding krijgen, vindt toetsing plaats (week 2) en wordt werk uit de portfolio gepresenteerd. De methode bevat leerstof voor twee extra blokken, te gebruiken bij uitloop van een schooljaar. In beide blokken worden rond de twintig taalspellen beschreven die deels individueel en deels met tweetallen gespeeld kunnen worden.

Taaljournaal Spelling biedt leerstof voor 36 weken. Elke week zijn er drie spellinglessen van twintig minuten. Les 1: aanbieden spellingcategorie aan de hand van een verhaal en opdrachtwerkboek; les 2: instructie en zelfstandig werken werkboek; dag 3: zelfstandig werken aan keuzeopdrachten op de kopieerbladen. In week 3 wordt er op de derde dag getoetst. In de vierde week vindt remediëring plaats. Goede spellers kunnen in deze week hun tijd besteden aan andere taalactiviteiten dan spelling. Op de website is per regio een jaarplanning opgenomen voor zowel de lessen taal als spelling.

De deelleergang Woordenschat bevat oefenstof voor 36 weken. Per week zijn de kinderen ongeveer één tot anderhalf uur bezig met het programma, verdeeld over vier sessies. Deze vinden in principe buiten de reguliere taallessen plaats.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

In de methode komen verschillende instructiemodellen voor. Op dag 1 en dag 3 (leerkrachtafhankelijke lessen voor respectievelijk woordenschat en taalbeschouwing) wordt gewerkt met het directe instructiemodel. Op dag 2 en dag 4 vinden keuzeactiviteiten plaats. Deze bevatten probleemgerichte instructie. Leerlingen vinden de instructieteksten bij de opdrachten. De methode bevat extra aanwijzingen om bij de instructie in te spelen op mogelijke problemen van meertalige en/of taalzwakke leerlingen. Bij spelling vindt op dag 1 de instructie over het spellingprobleem plaats. Ook hierbij wordt gewerkt met het directe instructiemodel.
In de methode komen bij alle leerlijnen gevarieerde werkvormen voor, zowel mondelinge als schriftelijke. Mogelijke werkvormen: schriftelijke opdrachten in taalboek/werkboek (zowel gesloten als open opdrachten); werken op de computer (programma voor woordenschat en spelling; internetopdrachten) knippen, plakken en tekenen (opdrachten kopieerbladen), taalspellen, rollenspellen. Ook klassikale werkvormen komen voor (introductie, instructie). De groeperingsvormen zijn afhankelijk van het soort les en opdracht. Dag 1 en 3 zijn grotendeels klassikaal, met daarbij momenten waarop individueel of in tweetallen gewerkt wordt. Bij de keuzeactiviteiten komen opdrachten voor die individueel, in tweetallen of in kleine groepjes worden gemaakt. Dit staat met symbolen bij de keuzeactiviteiten aangegeven. De volgende activiteiten zijn mogelijk: bakkaart (samen), kopieerblad (knippen en plakken), activiteitenboek (twee opdrachten waarbij de nadruk ligt op samenwerken) en internetactiviteiten.
De leerstof bij spelling wordt voornamelijk individueel verwerkt (werkboek); bij de keuzeopdrachten wordt meestal in tweetallen gewerkt. Het computerprogramma voor de woordenschat wordt individueel of in tweetallen doorlopen. Bij het computerprogramma wordt individuele sturing en feedback gegeven.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

Bij Taaljournaal Taal zijn lessen afwisselend leerkrachtafhankelijk en zelfstandig werken. Een leerling kiest op dag 1 welk keuzeactiviteit hij of zij die week maakt. Elke lesweek zijn de kinderen bij taal twee dagen geheel zelfstandig aan het werk. Ze kiezen daarvoor steeds uit een aanbod van vijf taalactiviteiten die het beste aansluiten bij hun eigen motivatie en leerstijl. Bij de activiteiten staan tips en aanwijzingen. Ook op andere lesdagen zijn er momenten waarop kinderen zelfstandig aan het werk zijn (15-20 minuten op dag 1 en dag 3; 25 minuten op dag 5). In groep 4 wordt aandacht besteed aan de opbouw van het zelfstandig werken. Bij spelling zijn leerlingen op dag 2 en 3 grotendeels zelfstandig aan het werk. Er is een antwoordenboekje waarmee leerlingen zelf hun werk kunnen nakijken. Met het woordenschatprogramma wordt geheel zelfstandig gewerkt.
Op een uitklappagina in de handleiding wordt een lesschema gegeven voor het werken in combinatiegroepen. Bij alle groepen komen dezelfde thema’s op een vast tijdstip aan de orde. Hoewel de invulling per groep verschilt, kan bij de start van de begeleide lessen hetzelfde anker of dezelfde startactiviteit gebruikt worden. Op dag 1 en 3 vinden begin en eind gezamenlijk en de instructie na elkaar plaats. De andere groep werkt dan zelfstandig. Dag 2 en 4 werken beide groepen zelfstandig. Op dag 5 worden alle activiteiten gezamenlijk gedaan. In de spellinghandleiding worden voor het werken in combinatiegroepen twee organisatievormen gegeven.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

Taaljournaal kenmerkt zichzelf als een adaptieve methode. De methode besteedt aandacht aan verschillen in: interesse, tempo, aanpak, achtergrondkennis, benodigde hulp, taalvaardigheid en diepgang. Bij de deelleergang Taal zijn de keuzeopdrachten zodanig vormgegeven dat differentiatie naar interesse, tempo, leerstijl en niveau mogelijk is. De deelleergang Spelling bevat per week vier keuzeopdrachten waarbij differentiatie naar tempo en belangstelling mogelijk is.
Taaljournaal biedt naast de basisstof ook verrijkingsstof. Er zijn uitloopopdrachten (steropdrachten) voor die leerlingen die sneller klaar zijn met de basisstof. Voor meertalige en taalzwakke leerlingen bevat de methode tips bij de activiteiten, eenvoudiger opdrachten in het lesboek, een computerprogramma woordenschat (complete deelleergang) en een computerprogramma spelling (remediëring). Bij het computerprogramma wordt individuele sturing en feedback gegeven. Voor taalvaardige kinderen zijn opdrachtkaarten (sterkaarten) ontwikkeld voor taal en spelling. Deze bevatten toepassingsopdrachten op een hoger niveau.



Evaluatie/toetsing

Terug naar boven ↑

Taaljournaal Taal kent twee keer per week observatiemomenten voor met name de mondelinge doelen (spreken, luisteren, lezen). Bij deze observaties staat één taaldoel centraal. In de kopieermap zijn negen observatieverslagen te vinden waarmee de observatiepunten uit de handleiding worden geregistreerd. Daarnaast zijn er één keer per vier weken mogelijkheden voor observaties van gedrag op momenten dat leerlingen zelfstandig aan het werk zijn. Voor woordenschat en de schriftelijke hoofddoelen zijn er schriftelijke toetsen in Taaljournaal opgenomen die op dag vijf van de tweede week van elk blok worden afgenomen. De toets bestaat uit drie delen: een woordenschattoets, opgaven voor de taaltoets en een opgave voor het sleepdoel. Dit sleepdoel is gerelateerd aan de leerstof van vier weken geleden. Voor de toetsen zijn twee toetsboekjes ontwikkeld. Deze onderscheiden zich alleen voor het onderdeel woordenschat van elkaar; er is een versie voor meertalige en taalzwakke leerlingen en één voor de overige leerlingen. Voor de toetsen zijn in de handleiding beoordelingscriteria opgenomen. Registratie vindt plaats op de kopieerbladen of met behulp van het methoderegistratiesysteem. Er is geen remediëring na de toets, maar de methode biedt herhaling door de concentrische opbouw en geïntegreerde leerlijnen waardoor leerstof nogmaals aan bod komt.

Bij Taaljournaal Spelling wordt aan het einde van de derde week van elk blok de toets afgenomen. Voor de resultaten van de toets is er een registratieblad in de kopieermap. Hierbij wordt een normering van 80% gehanteerd. Aan de hand van een foutenanalyse wordt duidelijk of er remediëring nodig is. Deze vindt in de vierde week plaats. Hierbij worden kopieerbladen of het computerprogramma Spelling in gezet. Drie keer per jaar zijn er beoordelingstoetsen waarin alle categorieën uit de afgelopen twaalf weken aan de orde komen. Ook hiervoor zijn in de kopieermap registratiebladen opgenomen.

Naast observeren en toetsen kent Taaljournaal nog een evaluatiemogelijkheid: de portfolio. Hierin kunnen de schriftelijke producten van de kinderen en de keuzebladen worden opgeborgen. Op de achterzijde van de keuzebladen is ruimte voor procesevaluatie door de leerlingen voor alle keuzeactiviteiten met uitzondering van de internetopdrachten. Leerlingen kunnen resultaten per spellingcategorie op een kopieerblad noteren en dit in de portfolio opnemen.

Bij Taaljournaal Woordenschat worden aan het einde van elke week alle dertig nieuwe woorden getoetst. De computer houdt alle vorderingen bij en past de oefeningen aan. In het leerkrachtgedeelte kunnen de resultaten van zowel de oefensessies als van de toetsen bekeken worden.



ICT

Terug naar boven ↑

Het computerprogramma Spelling kan gebruikt worden voor remediëring en komt dan in de plaats van de kopieerbladen. Ook het dictee in elke derde week kan met het programma worden afgenomen. Het programma biedt feedback; de resultaten worden geregistreerd. Het computerprogramma Woordenschat bevat een aanvullende leergang woordenschat voor meertalige en/of taalzwakke leerlingen. Leerlingen werken zelfstandig of in tweetallen met het programma. Er worden per jaar 1080 woorden aangeboden volgens het model Verhallen. Het programma biedt feedback, zowel auditief als visueel. Het leerkrachtendeel bevat instellings- en registratiemogelijkheden.
Bij de methode is digibordsoftware beschikbaar in de vorm van digibordlessen en digibordboeken. Digibordlessen zijn een digitale versie van de lesboeken, verrijkt met animaties en hulpmiddelen zoals de werkwoordwijzer en woordpakketten. Deze zijn alleen verkrijgbaar voor de groepen 7 en 8. Digibordboeken zijn digitale bladerversies van de les- en werkboeken; deze zijn voor alle groepen leverbaar.
Op de website van de uitgever is algemene informatie over de methode te vinden. Het afgeschermde gedeelte mijn malmberg biedt gebruikers lessuggesties, aanvullende materialen zoals digitale woordpakketten, jaarplanningen en antwoorden en gebruikersbulletins. Ook de internetopdrachten voor de leerlingen zijn hier te vinden. Deze zijn gratis maar er is wel een schoolregistratie voor nodig.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

Uitgeverij Malmberg organiseert cursussen voor leerkrachten die nog maar net met de methode werken. Daarnaast kan een instructie-dvd over het gebruik van de methode worden aangevraagd. Ook kunnen gebruikers op de website een invoeringsprogramma downloaden. Op de website staan ook gebruikersbulletins met extra tips en aanwijzingen voor het gebruik van de methode.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor beschrijving geraadpleegde materialen

Alle materialen van de methode met uitzondering van de digilessen; analyse methode uitgevoerd in het kader van de Gids voor onderwijsmethoden.

Naam/functie van de beschrijver

Lidy Kuipers

Datum afronding beschrijving

augustus 2009

Ervaring

Ervaring: Taaljournaal (groep 4)





Samenvatting

Terug naar boven ↑

De taallijn van Taaljournaal is een uitdagende leerlijn voor leerlingen met veel verschillende werkvormen en opdrachten. Het zelfstandig werken vormt een belangrijk onderdeel en ook het samenwerken is een kenmerkend onderdeel van de methode. Kinderen genieten van de diversiteit, maar ook van het feit dat ze zelf een keuze mogen maken in de activiteiten. De vaste onderdelen zouden soms wat meer mogen worden uitgediept om een stevigere basis te leggen.
Er wordt veel aandacht besteed aan het aanleren van bepaalde werkwijzen/routines. Dit is erg belangrijk, omdat de werkwijzen in de volgende groepen ook weer terugkomen. Er is dus een duidelijke leerlijn te onderscheiden. Om kinderen deze manier van werken goed eigen te laten maken, is het noodzakelijk dat je consequent bent als leerkracht en kinderen niet meteen helpt/antwoord geeft, maar kinderen op de tekst wijst, aanwijzingen geeft, etc. zodat ze zelf tot een antwoord kunnen komen. Het kost wat moeite in het begin, maar uiteindelijk pluk je er de vruchten van.

De spellinglijn is mijns inziens erg mager. De drie lessen per week die de uitgever voorstelt is voor onze kinderen te weinig. We laten leerlingen het woordpakket ook overschrijven, werken met Ambrasoft, etc. om meer te oefenen met de spellingcategorieën. De software bij de spellinglijn is erg mooi en goed in te zetten. Controle van de leerkracht blijft wel noodzakelijk! Waar de taallijn uitblinkt in diversiteit, zo sober is de spellinglijn. Dat vind ik zelf wel spijtig.

De twee leerlijnen zouden wat mij betreft nog wel wat meer verweven mogen zijn, ik zie Taaljournaal Spelling en Taaljournaal Taal toch meer als twee op zichzelf staande methodes.

De aparte woordenschatlijn gebruiken we niet meer, alleen het woordenschatgedeelte dat in de taallijn verweven zit.



Context waarbinnen het leermiddel gebruikt is

Terug naar boven ↑

De verwachtingen die ik had van Taaljournaal waren hoog. Het samenwerkend leren leek mij een mooie werkvorm en ook de afwisseling van onderwerpen en werkvormen spraken mij aan. We hebben op school het hele pakket van Taaljournaal aangeschaft (taal, spelling en woordenschat) met al het materiaal dat erbij hoorde. Wij waren ons er in eerste instantie niet van bewust dat het woordenschatgedeelte een aparte leerlijn was. Wij dachten dat het bij de taalmethode hoorde.

We hebben Taaljournaal ingezet voor alle leerlingen, ook voor kinderen met NT2.



Leerstofinhoud en -ordening

Terug naar boven ↑

De methode heeft een duidelijke opbouw/structuur. In de handleiding staan de lessen goed beschreven. Er worden ook suggesties aangedragen voor het werken in combinatiegroepen, al blijft het heel lastig in het begin van het schooljaar met een combinatiegroep 3/4. Ook vind ik dat taal en spelling wat meer afgestemd had mogen worden. We hebben beide aangeschaft, maar gebruiken het als twee losse methodes. In Taaljournaal Spelling wordt gesproken over de ‘woorden van de week', maar in Taaljournaal Taal hebben we weer andere ‘woorden van de week'. Dit werkt voor kinderen vaak erg verwarrend.

Spelling
De methode heeft een doorgaande lijn, maar helaas (vooral in groep 4) niet gerelateerd aan de einddoelen spelling van CITO. Ook is de (oefen)stof van spelling per week erg weinig. Ik bied nog diverse andere spellingoefeningen aan, omdat ik niet het idee heb dat er voldoende geoefend wordt. Mijn collega's delen deze mening. Op onze school kunnen we de visie van de uitgever (drie spellinglessen per week) niet onderschrijven. Ook is de leerstof niet veelzijdig en/of gevarieerd.
Goed spellingonderwijs behoort tot de speerpunten van het Ministerie van Onderwijs, maar komt in Taaljournaal te weinig tot uiting: te weinig oefening en te veel zelfstandig werken door de kinderen.
Er wordt gewerkt met verschillende ‘wegen' om aan te geven of kinderen kunnen horen hoe ze het woord moeten schrijven of dat er een regeltje voor is. Ik denk dat dit nog wel wat meer mag worden uitgebuit. Kinderen moeten soms aangeven wat hun ‘net-als-woord' is en dat is voor deze leeftijdsgroep weleens moeilijk.

Taal
In de taalmethode wordt er twee weken lang rond een bepaald onderwerp gewerkt. Daarbinnen zijn verschillende opdrachten opgenomen: de leerkrachtgebonden lessen en de keuzeactiviteiten. Kinderen hoeven niet alle keuzeactiviteiten te doen om bepaalde doelen te bereiken (dit werkt ook erg handig bij ‘gebroken' weken, je kunt gemakkelijk een taalactiviteit laten vervallen). De leerkrachtgebonden lessen zijn uiteraard wel noodzakelijk om aan te bieden. De taalmethode is geheel aan te passen aan de visie van de school. De leerstof is veelzijdig en erg gevarieerd!



Planning en tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

Spelling
Vooral de eerste les van de week vergt heel veel tijd. Er moet een verhaal twee keer worden voorgelezen en daarna met de kinderen worden besproken. Dit past niet in de twintig minuten die de uitgever voor de lessen zet. Ook werken de kinderen in het begin met structureerstroken, wat ook een tijdrovende bezigheid is, als je het goed wilt doen. De stroken bieden de kinderen wel houvast bij het leren over klinkers, medeklinkers, lange klanken, enzovoort. Het werken in het werkboek duurt geen twintig minuten. Het kopieerblad voor zelfstandig werken bevat soms heel moeilijke opdrachten en soms heel simpele, Hoe lang een leerling hiervoor nodig heeft kan dus behoorlijk variëren.
Het nakijken van de werkboeken is snel gebeurd, want de opdrachten zijn vrij overzichtelijk. De kopieerbladen zijn wat lastiger. Dit komt ook doordat niet alle opdrachten op het blad kunnen worden ingevuld, kinderen hebben daar een schrijfblad voor nodig en dat maakt het nakijken niet altijd tot een fijne bezigheid.

Taal
De aangegeven vijftig minuten per taalles klopt wel aardig. Alleen de vrijdagles duurt vaak korter. Vooral de eerste paar weken moet je als leerkracht behoorlijk wat voorbereiden, omdat de introductie van de methode aan de hand van een papegaai wordt gegeven. De brieven die de papegaai zogenaamd aan de kinderen stuurt moeten worden gekopieerd, spullen klaargelegd, enzovoort. Als je de spullen goed bewaart in de kopieermap, dan heb je er het volgende cursusjaar al veel minder werk aan. De methode geeft als suggestie om een handpop van een papegaai te gebruiken, maar via de uitgever is deze niet te verkrijgen. Heb zelf stad en land afgezocht voor een handpop van een papegaai.
Het nakijken van het werk gaat vrij vlot, alleen het controleren van de keuzeactiviteiten is niet altijd even overzichtelijk. Ook hier moeten kinderen vaak werken op losse schrijfbladen.
Na de 36 weken taalonderwijs is er nog een flinke stapel kopieerbladen die je kunt gebruiken als je een lang schooljaar hebt. Dit is erg handig! De antwoorden van de opdrachten zitten in de handleiding. Dit vind ik zelf niet zo praktisch werken.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

Spelling
De allereerste les van de week is zeer uitgebreid, zowel bij spelling als bij taal. Dit is in een combinatiegroep 3/4 heel lastig te combineren (zeker in de eerste weken van het schooljaar).
De werkvormen bij spelling zijn niet heel afwisselend: werkboek, kopieerblad waarbij kinderen soms samenwerken. De instructie vormt een groot deel van de eerste les en dat is goed. De kopieerbladen zouden zelfstandig gemaakt moeten kunnen worden, maar dat is in de praktijk lang niet altijd het geval. Ook heeft TJ Spelling te weinig (extra) oefeningen, zeker voor de wat zwakkere leerlingen. Het computerprogramma zou hierin wat meer tegemoet mogen komen.

Taal
De taalmethode is zeer gevarieerd, zowel in didactische aanpak als in de rol van de leerkracht. De ene les ben je vooral sturend bezig, de volgende les meer ondersteunend. Kinderen werken in verschillende groepssamenstellingen of individueel. Ik laat de kinderen niet altijd zelf groepjes maken, zodat ze met iedereen samenwerken. Ook bepaal ik soms welke opdrachten ze moeten doen, in plaats van zelf laten kiezen, omdat er kinderen zijn die het makkelijk vinden om in groepen te werken ("dan doet de ander het wel voor me"). Kinderen zijn altijd heel enthousiast bezig met de keuzeactiviteiten. De taalactiviteiten via internet zijn soms wat aan de korte kant. Kinderen zijn er snel mee klaar en lopen zich vervolgens te vervelen. Het is de opzet dat kinderen zelf zorgen voor de spullen die nodig zijn bij de taalactiviteiten, maar in de praktijk komt daar niets van terecht. Sommige spullen heb ik nu zelf in mijn ‘taalkast' staan, zodat kinderen aan de slag kunnen. De vaste opbouw van de methode en/of opdrachten bieden een goede houvast voor leerkracht en leerlingen.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

Spelling
Na de instructie kunnen kinderen zelfstandig werken in het werkboek. De kopieerbladen zouden geheel zelfstandig gemaakt moeten kunnen worden, maar dat is niet zo. Soms zijn de opdrachten ingewikkeld of spreken ze niet voor zich. Dat vind ik erg jammer! Wij zetten de kopieerbladen in als vast onderdeel van spelling, terwijl het eigenlijk een keuzeactiviteit is.
Wat bij de kopieerbladen ook heel verwarrend is, zijn de stippellijnen. De suggestie wordt gewekt dat je deze bladen doormidden kunt snijden en vier verschillende opdrachten kunt neerleggen, maar dat is niet zo. Dat vind ik zelf wel jammer, want nu is het een ‘gewoon' kopieerblad en minder flexibel in te zetten.
De sterkaarten worden door ons weinig gebruikt, vooral ook omdat het voor plusleerlingen is en de kaarten voor taal en spelling bij elkaar in een bak zitten.Ik laat leerlingen niet zelf nakijken, al kan dat volgens de methode wel. Ik denk dat leerlingen (in deze leeftijd) niet voldoende kritisch kijken om hun spellingfouten zelf te herkennen.

Taal
Na de instructie kan er vrij zelfstandig worden gewerkt. De taalactiviteiten zijn ook zelfstandig uit te voeren. In de eerste weken is het noodzakelijk om een juiste routine op te bouwen, zodat de kinderen de werkwijze eigen maken. Lukt dit, dan heb je hier het hele jaar profijt van. Ook het planningsoverzicht, waarop kinderen kunnen zien welke activiteiten ze moeten doen, vergt wat uitleg in de eerste weken. Zelf kies ik ervoor om de kinderen die met elkaar moeten samenwerken met dezelfde kleur pen op te schrijven, het volgende groepje schrijf ik weer met een andere kleur pen op. Dit werkt heel makkelijk.
Om het zelfstandig werken te bevorderen is het heel handig om een taalkast in te richten of een paar lades waar materiaal in bewaard wordt dat bij de taalactiviteiten kan worden gebruikt. De activiteiten keren jaarlijks terug, dus het is eenmalig ‘aanleggen' en verder aanvullen.
De taalactiviteiten zijn niet altijd even makkelijk te controleren, soms heb ik weleens het idee dat niet alle kinderen even nuttig bezig zijn geweest. De methode spreekt over een portfolio dat regelmatig wordt besproken (hierin zitten ook de taalactiviteiten), maar in de praktijk komt daar bij mij niet veel van terecht.
Kinderen krijgen in principe veel houvast van de methode, omdat moeilijke woorden worden uitgelegd, er staat in het kort wat de kinderen nodig hebben, een korte beschrijving van de activiteit, etc. Toch vergt dit enige uitleg van de leerkracht. Het is heel belangrijk om de kinderen te ‘programmeren' om zelf die dingen éérst te lezen voordat ze hulp komen vragen.
Later hebben we in alle klassen nog een draagbare cd-speler gekocht, omdat kinderen vrij regelmatig zelfstandig een cd moeten beluisteren tijdens keuzeactiviteiten. Bij ons werken kinderen dat in de hal, zodat ze geen andere kinderen storen.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

Spelling
Om de kinderen meer spellingtijd te geven, kiezen wij ervoor om het woordpakket over te laten schrijven. De remediëringsbladen maken we standaard na de toets, kinderen die veel fouten hadden in de toets krijgen daar extra instructie bij. Het computerprogramma wordt ingezet om te toetsen en om te remediëren in de remediëringsweek. Ook gebruiken we wekelijks het computerprogramma van Ambrasoft, waarin we de woorden van Taaljournaal hebben geïmporteerd. Met dit computerprogramma kunnen de kinderen de woorden van de week oefenen met verschillende oefenvormen. Ook oefenen zwakke spellers extra in Ambrasoft.
De sterkaarten zijn voor sterke spellers, maar zetten we bijna nooit in, omdat taal en spelling in één bak zit en dit voor de leerlingen soms wat verwarrend is.

Taal
In de methode wordt met twee woordenschatlijnen gewerkt: vierkantjes (taalzwak) en rondjes (algemeen). Voor de taalzwakke leerlingen zijn de begrippen concreter en dat werkt wel fijn. Deze differentiatie is ook doorgevoerd in de toetsboeken. Toch had ik de differentiatie wat verder uitgewerkt willen zien. Ook differentiatie in de instructielessen, niet alleen in het woordenschatgedeelte.
Tijdens de keuzeactiviteiten wordt er vooral gedifferentieerd naar interesse van de leerling. Er is ook ruimte voor ieder kind om een activiteit op zijn/haar niveau uit te werken, dat is ook wel aan de beoordeling van de leerkracht.
In de verwerking van de opdrachten uit het boek, kun je er als leerkracht voor kiezen om kinderen de hele zin op te laten schrijven in plaats van alleen het woord invullen of andersom. Er is te ‘spelen' met de opdrachten, dat ligt ook aan de leerlingen in je groep. Ik heb zelf leerlingen gehad met ADHD, autisme, dyslexie en bij deze kinderen was de methode goed aan te passen aan de behoefte/mogelijkheden van het kind.

Het computerprogramma van woordenschat is erg saai en langdradig. Kinderen kunnen samen achter de computer, dat leek me een mooie oplossing, maar zo duurt het mogelijk nog langer voordat kinderen de opdrachten hebben doorlopen. Kinderen ervaren het programma ook als saai, omdat er uit ten treure wordt herhaald en het heel lang duurt voordat ze de activiteiten van één week hebben ‘uitgespeeld'. Wij hebben er dit jaar voor gekozen om onze licentie voor de woordenschatsoftware op te zeggen.



Evaluatie (toetsing)

Terug naar boven ↑

Spelling
Na drie weken worden de aangeboden spellingcategorieën getoetst. Voorheen deden we dit met de papieren toetsen, dat werkte erg omslachtig. Nu laten we de leerlingen de spellingtoets op de computer maken. Wel vullen we daarna de gegevens in op het papieren registratieformulier, omdat de computer heel streng rekent. Bijvoorbeeld  een leerling die de toets heeft gemaakt met de caps lock aan, heeft alles fout, een leerling die de hoofdletter i op het toetsenbord heeft aangezien voor een l en dit consequent zo gebruikt, etc. Je kunt niet klakkeloos vertrouwen op het computerprogramma. Verder gebruiken wij per spellingcategorie de 80%-schaal en niet over de gehele toets.
De beoordelingstoetsen (3 keer per jaar) kunnen niet met het computerprogramma worden getoetst. Ik vind dat een gemiste kans. Het registreren van deze toetsen is verschrikkelijk en ik heb daar nog geen gemakkelijke manier voor kunnen vinden. Ik vind het wel goed dat deze beoordelingstoetsen in de methode zijn opgenomen, al komen ze meestal nét iets te laat voor de rapporten.
Het grootste minpunt van de spellinglijn van groep 4 is de "CITO E4 spelling". Vijf spellingcategorieën die in deze toets worden bevraagd, zijn niet aangeboden in het spellingprogramma van groep 4. Namelijk: verkleinwoorden; tweelettergrepige woorden met ge-, be-, ver-, -el, -er, -en; lange klank aan het eind van een woord (-a, -o, -u); tweelettergrepige woorden met open eerste lettergreep; tweelettergrepige woorden met gesloten eerste lettergreep.
De uitgever heeft een spellingspecial opgestuurd naar de gebruikers met uitleg hierover. Ook is er de mogelijkheid om extra werkbladen met bovenstaande categorieën te downloaden, maar dit moet naast het reguliere spellingprogramma. Ik vind dat niet voldoende.

Taal
Om de week hebben de kinderen een toets in het toetsboek. Hierin wordt eerst een gedeelte woordenschat getoetst, daarna taalonderdelen. Iedere toets heeft drie pagina's. Sinds twee jaar zijn de toetsen gewijzigd en veel simpeler in het nakijken. Op het registratieformulier staat aangegeven wanneer het onderdeel weer in de methode aan bod komt, zodat kinderen die een onderdeel slecht hebben gemaakt, dit onderdeel nog eens kunnen oefenen. In de praktijk werkt dat bij mij niet zo, want tegen de tijd dat je het onderdeel in een taalactiviteit hebt zitten, ben je alweer een aantal weken verder.
Ook voor de taaltoets maken we gebruik van de 80%-schaal per onderdeel, daarna een gemiddelde van alle onderdelen. Bij opdrachten waarbij kinderen een brief moeten schrijven of vragen moeten bedenken, gaan we minder strak om met de 80%-norm, omdat dit wat subjectiever is.
Ik heb weleens het idee dat er wat meer taalonderdelen herhaald mogen worden. Kinderen hebben namelijk niet altijd na één les al in de gaten hoe de overtreffende trap werkt, maar dit wordt wel uitgebreid getoetst in het toetsboek. Vervolgens komt het in de methode (bijna) niet meer voor.
De keuzeactiviteiten evalueer je op de vrijdag met behulp van het portfolio. Dit klinkt erg mooi, maar ook hier komt in de praktijk niet veel van terecht. Kinderen die een toneelstukje moesten bedenken op dinsdag, zijn dat op vrijdag allang weer kwijt, het controleren van deze portfolio's is heel lastig. Wij gebruiken het meer als groeidocument van de kinderen zelf.
Waar ik wel structureel aandacht aan besteed is "Wat vond ik ervan". Hierbij moeten de kinderen vragen beantwoorden over hun keuzeactiviteit. Dit valt niet mee en kost veel tijd, maar ik vind het belangrijk dat kinderen niet alleen maar produceren, maar ook bedenken wat er wel/niet goed ging en hoe dat komt. Wat ik wel jammer vind bij de invulbladen, is dat je het blad niet altijd voor beide keuzeactiviteiten kunt gebruiken. Het blad zou makkelijker kunnen worden gemaakt door een vraag te stellen met direct daaronder ruimte om antwoord te geven per keuzeactiviteit. Het is jammer dat deze bladen niet in te vullen zijn voor leerlingen die de internetopdracht hebben gemaakt. Ik ben van mening dat ook de internetopdrachten te evalueren zijn door de kinderen. Observatieverslagen zijn bijna niet te maken in een combinatiegroep 3/4, maar er zijn wel formulieren voor opgenomen in de kopieermap.



ICT

Terug naar boven ↑

Spelling
Het computerprogramma is een toetsprogramma met hieraan gekoppeld een gedeelte remediëring. Nog niet zo lang geleden is het programma vernieuwd en het ziet er heel mooi en aantrekkelijk uit. Kinderen krijgen veel herhaling en feedback. Resultaten worden geregistreerd. Toch blijft controle van de leerkracht noodzakelijk, omdat de computer maar één manier goedkeurt. Dus als een leerling bij het typen de caps lock aan had staan, wordt alles fout gerekend. Naast de methodegebonden software maken we gebruik van Ambrasoft waarin we de woordpakketten van Taaljournaal hebben geïmporteerd. Dat werkt vrij goed.

Taal
Er is een website waar de kinderen een taalactiviteit kunnen maken. Deze is bij de kinderen favoriet. De opdrachten zijn leuk, maar soms ook erg kort. Vooral in verhouding met de ‘gewone' taalactiviteiten. Ook is het niet altijd vooraf duidelijk of kinderen alleen achter de computer moeten of in tweetallen.Het komt ook voor dat we problemen hebben met het spamfilter in combinatie met de site. Dan kunnen leerlingen niet doorlinken naar een bepaalde site, terwijl dat voor de taalactiviteit wel noodzakelijk is.

Woordenschat
Dit computerprogramma is erg langdradig en saai. Wij hebben de licentie met ingang van dit cursusjaar stopgezet.



Aansluiting bij identiteit/signatuur school

Terug naar boven ↑

De methode past prima binnen onze identiteit. Wij zijn een Christelijke dorpsschool. Er zit wel en les in waarin een verhaal wordt verteld (op cd) dat jongens uit kattenkwaad ‘poep' roepen naar iemand, maar hoe krampachtig je hiermee omgaat, heeft denk ik niets met identiteit te maken.



Niveau leerling

Terug naar boven ↑

De lesstof sluit prima aan bij het niveau van de leerlingen. De instap in groep 4 is AVI 2, daar moet wel rekening mee worden gehouden, zodat een leerling goed zelfstandig kan werken. De onderwerpen zijn goed afgestemd op de belevingswereld van het kind evenals het taalgebruik. De afbeeldingen zien er ook heel aantrekkelijk uit.
Wat wel lastig werkt zijn termen als ‘activiteitenboek', ‘lesboek', etc. Wat is nou welk boek en als je op het bord wilt schrijven wat kinderen moeten doen, is ‘activiteitenboek' niet het meest simpele woord om te lezen voor een leerling die niet in groep 4 zit.
De opbouw van de methode sluit ook heel goed aan bij de leeftijd van de leerlingen. Alles wordt stapje voor stapje aangeboden, zodat kinderen in de methode groeien.



Feedback

Terug naar boven ↑

Waar we ons op hebben verkeken is het vele kopieerwerk dat er in de methode gaat zitten, vooral in de taalmethode. Dat is echt een aandachtspunt.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

Voordat ik met de methode aan de slag kon, moest ik me wel goed inlezen in de werkwijzen. Vooral in het begin moet je groep 4 heel erg aan de hand meenemen. Gelukkig staat dit duidelijk in de methode beschreven. Zo groei je als leerkracht ook in de methode. Wat ook een aandachtspunt is: waar zet je al het materiaal neer, zodat de kinderen er zelfstandig mee aan de slag kunnen. Er moest dus wel ruimte worden gemaakt voor de activiteitenboeken en kaartenbakken.
Om te kijken hoe effectief het zelfstandig werken met de keuzeactiviteiten was, hebben we iemand de school binnengehaald voor een Video Interactie. Je gaat dan heel bewust het proces bekijken en evalueren.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor 'Ervaring' geraadpleegde/gebruikte materialen

Handleidingen en leerlingenmateriaal taal en spelling

Naam/functie evaluator

Evelien van der Bok

Schooltype-groep/leerjaar

PO groep 4

Datum afronding ervaring

september 2009

Ervaring: Taaljournaal (groep 7)





Samenvatting

Terug naar boven ↑

Taaljournaal is voor mij een heel prettige methode om mee te werken. Er zijn veel keuzemogelijkheden voor leerlingen. Ook is er veel ruimte voor interactie. Ik vind dat je er wel op moet letten dat het accent niet te veel komt te liggen op praten. Je moet als leerkracht extra aandacht besteden aan het schrijven, dit kan goed bij de evaluaties. Het portfolio kan uitgroeien tot iets waar leerlingen trots op zijn, waardoor ze het ook graag aan anderen laten zien. Doordat je met deze methode goed aan kunt sluiten bij de actualiteit en andere vakgebieden, wordt taal iets vanzelfsprekends. Dit geldt natuurlijk ook voor spelling. De methode vraagt in het begin wel een goede voorbereiding van de leerkracht. De handreikingen die de uitgever geeft zijn daarbij een fijn hulpmiddel. Omdat de thema’s in elke groep hetzelfde zijn is het gemakkelijk om er bijvoorbeeld een schoolproject van te maken. Dit is een methode waarin zowel de leerlingen als de leerkracht hun ei kwijt kunnen!



Context waarbinnen het leermiddel gebruikt is

Terug naar boven ↑

Zowel Taal als Spelling past goed bij onze manier van werken (Bewust Onderwijs Op Maat). Alle leerlingen van mijn groep hebben met de onderdelen Taal en Spelling gewerkt. 
Voor leerlingen, die weinig problemen hebben met spelling, zijn de taalactiviteiten (dag 2 en 4) prima te gebruiken als extra materiaal. Het computerprogramma voor spelling is ook goed te gebruiken om leerlingen voorafgaand aan de toets nog wat extra te laten oefenen.



Leerstofinhoud en -ordening

Terug naar boven ↑

De handleidingen bij de methode zijn duidelijk en geven voldoende informatie voor de leerkracht. Het is prettig om twee weken met eenzelfde thema bezig te zijn. In de jaarplanning staat een overzicht van de vakgebieden waarbij de thema’s aansluiten. Ik maak elk jaar graag gebruik van deze service van de uitgever. De activiteiten van dag 2 en 4 geven de mogelijkheid om aan te sluiten bij de actualiteit. De internetopdrachten zijn ieder jaar heel actueel.



Planning en tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

De handleiding voor Taal geeft aan dat het anker op dag 1 ongeveer tien minuten in beslag neemt. Mijn ervaring is dat je daar regelmatig meer tijd voor gebruikt. Ook aan de voorbereiding van het anker moet je als leerkracht voldoende aandacht besteden. Het kiezen van de activiteiten door de leerlingen is in het begin wat lastig om te organiseren. Wanneer de leerlingen wat langer met de methode werken gaat het automatisch.
Het deel Spelling is goed te doen binnen de tijd die de handleiding aangeeft. Goede spellers hebben vaak minder tijd nodig.
Handige planningsschema’s zijn te vinden op de site van Malmberg.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

De rol van de leerkracht voor dag 1 en 3 van taal en voor spelling is heel duidelijk. Je geeft zelf de instructie en leerlingen kunnen dan met de opdrachten aan het werk. Hoewel de leerlingen bij de activiteiten zelfstandig kunnen werken, zowel alleen als in groepjes, is het belangrijk dat je als leerkracht de opdrachten goed hebt voorbereid. Bijvoorbeeld om goede feedback te kunnen geven bij de presentatie van de opdrachten. Ik besteed veel aandacht aan het formuleren van antwoorden bij de activiteiten. Het portfolio moet iets worden waar leerlingen trots op zijn. Hiervoor neem ik de tijd tijdens het bespreken van het werk met de leerling, Leerlingen van groep 6-7-8 kunnen elkaar ook prima feedback geven (tips en tops).



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

Leerlingen kunnen heel goed zelfstandig werken met deze methode. Al vrij snel is de structuur van de opdrachten duidelijk. Natuurlijk blijft het belangrijk om het werk en vooral de manier van werken met leerlingen te evalueren. In het begin deed ik dit na elke zelfstandige les (dag 2 en 4).
Wij hebben de geluidsfragmenten in het netwerk gezet,zodat meerdere leerlingen de fragmenten tegelijk kunnen gebruiken. Hiervoor is het wel belangrijk om de beschikking te hebben over meerdere computers.
Het computerprogramma voor Spelling is helemaal zelfstandig door leerlingen te doen, ook wanneer je het instelt om voor de toets wat extra te oefenen.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

De differentiatie bij Taaljournaal zit voornamelijk in de verwerking. Leerlingen kiezen opdrachten die hen aanspreken. Des te meer aandacht ik ging besteden aan het portfolio, hoe meer werk de leerlingen van hun opdrachten maakten. Wij hebben de sterkaarten niet aangeschaft. Vooralsnog bieden de activiteiten voldoende mogelijkheden voor extra werk.



Evaluatie (toetsing)

Terug naar boven ↑

De resultaten van de toetsen van Taal zijn handig te verwerken in de digitale toetsregistratie, die je kunt downloaden. De resultaten geven een goed beeld van het niveau van de leerling.
Wanneer je leerlingen in het begin goed begeleidt bij het invullen van ‘Wat vond je ervan' is dit een heel waardevolle evaluatie, zeker omdat er in andere activiteiten naar verwezen wordt. Bij de internetopdrachten mis ik een printversie van de ingevulde antwoorden. Als dit aanwezig is, kunnen de leerlingen ook deze opdrachten bij hun portfolio voegen.
Bij het computerprogramma voor spelling is het belangrijk om zelf te controleren of leerlingen echte spelfouten hebben gemaakt, of dat de fout gemaakt is door het gebruik van het toetsenbord. Dit probleem doet zich bij ons nog wel eens voor in groep 4 en 5.



ICT

Terug naar boven ↑

Aangezien ik pas het komende schooljaar de beschikking krijg over een digibord, heb ik nog geen ervaring met de software hiervoor. De ICT onderdelen die bij deze methode te gebruiken zijn bevorderen het zelfstandig werken van de leerlingen. Ook bespaart de digitale registratie veel tijd voor de leerkracht.



Aansluiting bij identiteit/signatuur school

Terug naar boven ↑

Deze methode bevat veel keuzemogelijkheden voor leerlingen wat betreft werkvorm, onderwerp en verwerking. Daarom past hij prima bij onze manier van werken met onderwijs op maat.



Niveau leerling

Terug naar boven ↑

Het niveau van de methode sluit goed aan bij het niveau van de leerlingen. Ik heb geen NT2-leerlingen in mijn groep, maar het woordenschatniveau is aan de lage kant. Deze methode geeft mij voldoende mogelijkheden om daar extra aandacht aan te schenken, zeker bij het semantiseren op dag 1.



Feedback

Terug naar boven ↑

Ik heb bijna geen leerlingen die taal ‘saai’ vinden. Je voorbeeldfunctie als leerkracht m.b.t. bijvoorbeeld het foutloos schrijven heeft veel invloed op het verwerken van de activiteiten. Het is belangrijk om, zoals het invoeringsprogramma ook aangeeft, in het begin niet teveel tegelijk te willen. Aan het begin van elk schooljaar doe ik even een stapje terug met het kiezen van de activiteiten. Ik beperk de keuze tot twee activiteiten, die ik van te voren klassikaal bespreek. Om een goed overzicht te houden in het portfolio, krijgen de leerlingen bij elk thema een gekleurd vel papier om tussen de kopieerbladen te voegen. Dit mogen ze ‘versieren’ op hun eigen manier, passend bij het thema.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

Bij het invoeren van de methode hebben we dankbaar gebruik gemaakt van het invoeringsprogramma dat bij de methode zit.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor 'Ervaring' geraadpleegde/gebruikte materialen

Alle materialen behorend bij de methode, m.u.v. de sterkaarten en de deelleergang Woordenschat. Beschrijving Taaljournaal (Lidy Kuipers)

Naam/functie evaluator

Irma Leever

Schooltype-groep/leerjaar

PO groep 7

Datum afronding ervaring

12 augustus 2009

Analyse

Analyse methoden PO kerndoelen (en didactiek): Methodeanalyse Taaljournaal





Toelichting

Terug naar boven ↑

SLO heeft als taak een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het onderwijs door scholen te informeren over de voor primair onderwijs beschikbare methoden. SLO heeft daarom enkele projecten uitgevoerd waarin zij beschrijvingen en analyses van methoden heeft gemaakt. Mede op verzoek van de Inspectie van het Onderwijs zijn methoden geanalyseerd op kerndoelen (herziening 2006) en bij een aantal methoden ook op didactiek. Aan de hand van een aantal vragen wordt per methode beschrijvende informatie gegeven over hoe deze aspecten in de methode terug te vinden zijn. Daarnaast wordt de informatie beknopt in een tabel weergegeven. Scholen kunnen de informatie gebruiken bij het kiezen van een methode die het beste bij hun school past. Maar ook om na te gaan in hoeverre de gebruikte of aan te schaffen methode aan de kerndoelen voldoet.

Methodeanalyse Taaljournaal



Compacting methoden PO: Compacten van Taaljournaal





Toelichting

Terug naar boven ↑

SLO heeft voor Taaljournaal volledige compactingprogramma's ontwikkeld. De compactingprogramma's omvatten alle vijf leerjaren en zijn uitgewerkt in routeboekjes voor de leerlingen. Leerkrachten kunnen deze routeboekjes uitprinten, zodat de kinderen kunnen zien wat ze moeten doen/maken en wat ze mogen overslaan. Voor de leerkracht is een handleiding met richtlijnen en tips beschikbaar. Zowel de routeboekjes als de handleiding zijn te downloaden.

Klik hier voor algemene informatie over compacten.

Klik hier voor het compactingprogramma van Taaljournaal.



Laat uw reactie en/of beoordeling achter:



CAPTCHA image sould be here




Verstuur

Beoordeling:



Vandaag